Het vertaalteam van 'A Sufi Message of Love, Harmony, Beauty' is gecreëerd om de Soefiboodschap van Hazrat Inayat Khan in verscheidene talen aan te bieden. Het vertaalteam bestaat uit een groep toegewijde mureeds die verbonden zijn aan het Centrum. Wij hopen vurig dat deze vertaalde werken jou inspireren en jouw Pad verlichten.
Met onze liefde en devotie voor de Soefiboodschap, Onze Werkers
1. De visie op God en de mens
Wanneer we het over de mens hebben begrijpen we allemaal dat dit menselijke wezens betreft, maar wanneer we het over God hebben heeft iedereen zijn of haar eigen conceptie. Voor de een is God een abstract concept, voor een ander is hij een persoonlijke God, en volgens anderen bestaat er helemaal geen God. In dit tijdperk van almaar toenemend materialisme is het God-ideaal zo versluierd dat het licht ervan niet langer evident is. In het verleden zijn mensen zo in de weer geweest met oorlogen en veldslagen, hebben ze gemoord en beroofd en op veel manieren een primitieve natuur laten zien, maar wanneer het aankwam op het ideaal, op God, gaven ze zich daaraan over en geloofden ze daar allemaal in. Vandaag de dag bevragen mensen het idee van God. Onder de zogenaamde beschaafde landen hebben enkelen het woord God uit de tekstboeken die in hun school worden gebruikt, gewist. Kinderen die in deze scholen worden onderricht zijn opgegroeid met het idee dat er geen God is. En zelfs als het in hen opkomt dat er iets moet zijn, of wanneer ze ervan overtuigd raken dat er een God moet zijn, noemen ze Hem ‘hogere machten’ of ‘goden’, waarbij ze datgene in het meervoud zetten dat enkelvoudig is en waarbij ze de hoogste natuur die de mensheid kan begrijpen verlagen naar de sfeer van variëteit. Veel anderen die geschoold zijn in de wetenschap en de literatuur denken dat het niet intelligent is om in God te geloven of om het woord God te gebruiken. Zij denken dat als dat gebruikt wordt door zo veel primitieve en eenvoudige mensen, die niet intelligent zijn, dat ze dan beter de naam van God kunnen vergeten. En zo is het pad dat duizenden jaren lang door grote meesters is geplaveid geblokkeerd door de trots van de mens.
Toen ik een serie lezingen had gehouden kwam er een man naar me toe die vroeg: ‘Al uw lezingen spreken me heel erg aan. Ik denk dat elk woord ervan waar is; ik heb altijd op die lijn gedacht. Ik zou uiterst gelukkig zijn als u mij zou willen gidsen, maar op één voorwaarde: dat u de naam van God niet vnoemt. Want iemand als u, die dicht bij de diepten van het leven kan komen, een man van hoge principes en hoogstaande idealen, hoeft die oude naam die elke dwaas gebruikt en waarin hij gelooft, niet te gebruiken. Tegenwoordig zijn we een nieuw soort leven aan het scheppen en kijken we er op een andere manier naar’. ‘Nieuw?’, vroeg ik, ‘er is niets nieuws onder zon. Het nieuwe bestaat alleen maar in uw conceptie; het is nieuw voor u omdat u het vroeger niet kende. Het kan dan wel voor u nieuw zijn, maar voor iemand anders is het niet nieuw!’
Een fysische wetenschapper vindt tegenwoordig wat uit en zegt: ‘Hier is een nieuwe ondekkting!’ Een ander zegt: ‘Nee, dat is niet waar; hier is een andere ontdekking die bewijst dat u op het verkeerde spoor zit.’ En dat gaat maar door; elk jaar zijn er veel nieuwe ontdekkingen. Soms denkt een wetenschapper niet hetzelfde als een andere wetenschapper; ze kunnen tot dezelfde school behoren en toch kan ieder zijn eigen idee hebben die niet overeenkomt met die van een ander. Maar wanneer we de mystici en denkers in overweging nemen die vanuit een spiritueel gezichtspunt naar het leven kijken dan zijn ze het allemaal met elkaar eens, of het nu yogi’s, soefi’s, boeddhisten of christenen zijn – het maakt niet uit wat ze zijn. Elke keer wanneer ze op een bepaald begripsniveau komen zijn ze het met elkaar eens, hebben ze allemaal dezelfde ervaringen, komen ze allemaal ondanks hun verschillen bij dezelfde realisatie. De verschillen in de dogma’s van de verscheidene religies zijn slechts verschillen in vorm: degenen die naar de oppervlakte kijken zien variaties, maar degenen die onder het oppervlak kijken zien een en dezelfde waarheid die onder alle religies, die op verschillende tijden door verschillende meesters zijn gegeven, verborgen ligt. Daarom is het natuurlijk dat de methode van expressie verschilt, maar wanneer je tot de essentie komt is alles een en hetzelfde, en degenen die op spiritueel gebied zijn geëvolueerd komen tot de conclusie dat ze in hun geloofsovertuiging geen onderscheid maken tussen de ene en de andere vorm.
Je zou natuurlijk de ware betekenis van geloofsovertuiging moeten begrijpen. Heel vaak houdt je geloofsovertuiging ije af van spirituele bereiking, maar nog vaker helpt je geloofsovertuiging je om voorwaarts te gaan. Geloofsovertuiging lijkt op een trap. Elke trede brengt je hoger, maar wanneer je op een bepaalde trede van de trap blijft staan kom je niet vooruit. Geloofsovertuiging kan ervoor zorgen dat je pas op de plaats maakt en je daar houden waar zich duizenden mensen die in God geloven bevinden, en op deze manier zijn er veel eenvoudige mensen die geen volledig voordeel uit hun geloofsovertuiging halen. Dit betekent echter niet dat geloofsovertuiging geen functie heeft. Het betekent eenvoudig dat deze mensen niet de ware betekenis van geloofsovertuiging begrijpen; zij weten alleen maar hoe ze op een bepaalde plek op een trap moeten blijven staan.
De geloofsovertuiging evolueert naarmate je evolueert, totdat je in die fase terechtkomt waarin je harmoniseert met al de verschillende geloofsovertuigingen, waarin je niet langer tegen enige geloofsovertuiging bent. Dan sta je niet langer stil, dan bevind je je boven al de verschillende geloofsovertuigingen. Heel vaak zegt iemand: ‘Ik kan niet begrijpen wat God is. Kun je mij God uitleggen?’ Maar als God uitgelegd zou moeten worden dan zou Hij niet God zijn. God uitleggen is God onttronen.
Kun je, los van God, alles zoals bijvoorbeeld dankbaarheid, liefde of devotie op een heldere en subtiele manier in woorden uitleggen? Hoeveel dient er uitgelegd te worden? Woorden zijn te ontoereikend om grote gevoelens uit te leggen, dus hoe kan God dan in woorden worden uitgelegd? Desalniettemin is het Absolute in de taal van de metafysica de alwetende Spirt, de essentie van Intelligentie in haar originele conditie. In het Oosten noemen ze het Nur, wat schittering betekent; en de aard van schittering is om te centraliseren. Het is de centralisering van de schittering die verlicht. Op fysiek niveau kun je zeggen dat de zon de gecentraliseerde al-doordringende schittering is; daarom is de zon die we kunnen zien slechts het punt van centralisatie van Nur, het licht. In werkelijkheid is de zon alles; in de vorm van licht is het de zon, en de zon bevindt zich niet alleen in dat centrum, maar de zon is overal waar dat licht ons huis en alles wat zich buiten bevindt bereikt . De manifestatie van de zon is indirect en toch is alles de zon.
Wanneer we naar de al-doordringende Intelligentie als gecentraliseerde intelligentie kijken dan noemen we dat God, omdat die met centralisering begint; manifestatie begint vanuit dit punt. Voor manifestatie dient er eerst centralisatie te zijn. Dit is wat een entiteit vormt en de wijze mensen hebben dat God genoemd; maar dit maakt het niet tot een wezen dat los staat van manifestatie, net zoals de zon niet los staat van het zonlicht. Licht is net zo goed de zon die we voor ons zien, en op dezelfde wijze is God net zo goed de oorsprong en de bron van manifestatie.
Wanneer we nu de zon bestuderen zien we dat er de zon is en dat er stralen zijn. In de stralen is de zon manifest in variëteit. Maar wat zijn de stralen? De zon. Dit is slechts een actie van de zon waarbij de schittering is gecentraliseerd. De eerste daad is om zichzelf te projecteren, om zich te manifesteren in de vorm van verscheidene stralen. En als ik zou moeten uitleggen wat wij als menselijke wezens en wat God is, dan zou ik zeggen dat onze relatie met God dezelfde is als die tussen de stralen en de zon. Elke ziel is een straal van de zon die God is. Het is niet ons lichaam of onze mind die de straal is maar de ziel, waarvan het de natuur is om een gewaad uit welke sfeer dan ook naar zich toe te trekken om zichzelf te bedekken zodat ze in die specifieke sfeer kan leven. Dit gewaad dat de ziel geleend heeft noemen we ons fysieke lichaam, een klei die vele eeuwen lang is gekneed om het lichaam van de mens te maken, een klei die ooit een rots was, die zichzelf ooit manifesteerde als een boom, die ooit verscheen als dieren en vogels. Deze zelfde klei heeft in zijn volbrachte vorm, de ziel van de mens een gewaad gegeven wat de mens zijn lichaam noemt.
Deze geloofsovertuiging scheidt de mysticus van de wetenschapper, echter niet in het begrijpen van het proces. De wetenschapper gelooft in hetzelfde proces: dat de mineralen zich vanuit de dichte aarde en dat vervolgens de vegetatie zich geleidelijk hebben ontwikkeld. Biologie stoelt op dit principe. De mysticus echter schrijft dit gewaad niet de oorsprong van het lichaam toe dat de ziel heeft aangenomen om te gebruiken; hij schrijft die toe aan de spirit die het gewaad om zich heen slaat. Deze oorsprong behoort niet tot de dichte aarde; die behoort tot God; het is de straal van de zon. En is de straal afgescheiden van de zon? Nooit en om dezelfde reden is de mens nooit gescheiden van God. In deze wereld kun je slechts zien dat men op voedsel leeft, dat iemand eet, dat iemand lucht en water nodig heeft en men ziet geen enkele andere bron van leven; maar in werkelijkheid onderhouden al deze dingen die het menselijke lichaam onderhouden het gewaad dat aards is. Het werkelijke onderhoud van dit gewaad is anders en behoort tot de bron vanwaaruit het komt en waaraan het is gehecht. Hier vandaan trekt de mens op elk moment van zijn alle kracht, vitaliteit en verlichting naar zich toe. Daarom is de gepaste naam voor God ‘oorsprong’. Het woord ‘God’ hangt samen met het Arabische ‘Djod’, dat deze betekenis heeft. Wanneer de mens de kennis omtrent het zelf en omtrent God negeert en slechts kennis heeft van het gewaad dat hij draagt weet hij niets over zichzelf. Wat zijn leren en kwalificaties ook zijn, ze maken deel uit van het gewaad dat hij draagt, maar de mens verwerft door middel van het begrijpen van de spirit en van de ziel echt de kennis omtrent het zelf en God.
Sommige mensen denken dat het fysieke gewaad het enige is wat de ziel draagt, maar dat is niet zo; om naar dit niveau van de aarde te komen moet de straal, de ziel, door twee verschillende sferen gaan. De eerste sfeer kan de engelsfeer genoemd worden, en de volgende sfeer die van de djins. Je kunt je afvragen: ‘Waarom zie ik ze dan niet als ik ook van deze andere sferen een gewaad draag?’ Maar je kunt ze ook zien als je de menselijke natuur nauwkeurig hebt bestudeerd. De mogelijkheden om te eten, te drinken en te slapen komen allemaal voort uit de fysieke wereld; maar er zijn ook andere: de liefde voor muziek, waardering van poëzie, de aanleg om prachtige dingen te ontdekken, alle intelligente activiteiten en fenomenen komen voort uit de djin wereld. Dichters en denkers vertonen het gewaad van die sfeer in het werk dat ze in de fysieke wereld verrichten. Dit gewaad is verborgen, maar waar? Het is hun mind geworden en daarom is de mind het innerlijke gewaad terwijl het lichaam het uiterlijke gewaad is dat het bedekt. De mind is het gewaad die je vanuit de djin sfeer hebt meegebracht. Maar zelfs voor die sfeer had de mens een ander gewaad en dit komt voort uit de sfeer van de engelen. Zien we er enig teken van? Ja, in de devotie van de mens, in zijn idealistische neigingen, in zijn onschuld, in de liefde voor schoonheid van zijn aard, in al deze kwaliteiten toont de mens het gewaad van de sfeer van de engelen.
Onschuld gaat altijd gepaard met een liefdevolle natuur. Iemand die liefdevol is is over het algemeen ook onschuldig, terwijl iemand die heel slim is het minst liefdevol is. Omdat hij slim is bezit hij weinig liefde, want dan ilit liefde in zijn slimheid begraven. Ik bedoel daar niet mee te zeggen dat onschuld de belangrijkste eigenschap is; elke eigenschap heeft haar plek; desondanks is onschuld een eigenschap van de engel. Grote profeten, heiligen en wijzen, die de wonden van de mensheid hebben geheeld, waren uiterst onschuldige mensen. Onschuld is het bewijs van spiritualiteit. Hoe groot de slimheid van iemand ook is, zonder onschuld kan hij niet spiritueel zijn; ook brengt spiritualiteit onschuld met zich mee.
Het gewaad dat de mens vanuit de sfeer van de engelen heeft meegebracht wordt onthuld in de vorm van onbaatzuchtige liefde, devotie, hoge idealen, een houding van aanbidding en liefde voor schoonheid. De eerste neiging die door elke baby vanaf het moment dat hij zijn ogen opent is liefde voor schoonheid: mooie kleuren en mooie dingen trekken allemaal zijn aandacht. Misschien ziet de baby schoonheid niet zoals wij dat doen, want ons gevoel voor schoonheid is verpest door onze ervaring en onze ideeën, maar de baby komt naar de aarde met een natuurlijk gevoel voor schoonheid. Dat wat echt mooi is maakt indruk op de baby en hij houdt ervan.
Toen ik een serie lezingen had gehouden kwam er een man naar me toe die vroeg: ‘Al uw lezingen spreken me heel erg aan. Ik denk dat elk woord ervan waar is; ik heb altijd op die lijn gedacht. Ik zou uiterst gelukkig zijn als u mij zou willen gidsen, maar op één voorwaarde: dat u de naam van God niet vnoemt. Want iemand als u, die dicht bij de diepten van het leven kan komen, een man van hoge principes en hoogstaande idealen, hoeft die oude naam die elke dwaas gebruikt en waarin hij gelooft, niet te gebruiken. Tegenwoordig zijn we een nieuw soort leven aan het scheppen en kijken we er op een andere manier naar’. ‘Nieuw?’, vroeg ik, ‘er is niets nieuws onder zon. Het nieuwe bestaat alleen maar in uw conceptie; het is nieuw voor u omdat u het vroeger niet kende. Het kan dan wel voor u nieuw zijn, maar voor iemand anders is het niet nieuw!’
Een fysische wetenschapper vindt tegenwoordig wat uit en zegt: ‘Hier is een nieuwe ondekkting!’ Een ander zegt: ‘Nee, dat is niet waar; hier is een andere ontdekking die bewijst dat u op het verkeerde spoor zit.’ En dat gaat maar door; elk jaar zijn er veel nieuwe ontdekkingen. Soms denkt een wetenschapper niet hetzelfde als een andere wetenschapper; ze kunnen tot dezelfde school behoren en toch kan ieder zijn eigen idee hebben die niet overeenkomt met die van een ander. Maar wanneer we de mystici en denkers in overweging nemen die vanuit een spiritueel gezichtspunt naar het leven kijken dan zijn ze het allemaal met elkaar eens, of het nu yogi’s, soefi’s, boeddhisten of christenen zijn – het maakt niet uit wat ze zijn. Elke keer wanneer ze op een bepaald begripsniveau komen zijn ze het met elkaar eens, hebben ze allemaal dezelfde ervaringen, komen ze allemaal ondanks hun verschillen bij dezelfde realisatie. De verschillen in de dogma’s van de verscheidene religies zijn slechts verschillen in vorm: degenen die naar de oppervlakte kijken zien variaties, maar degenen die onder het oppervlak kijken zien een en dezelfde waarheid die onder alle religies, die op verschillende tijden door verschillende meesters zijn gegeven, verborgen ligt. Daarom is het natuurlijk dat de methode van expressie verschilt, maar wanneer je tot de essentie komt is alles een en hetzelfde, en degenen die op spiritueel gebied zijn geëvolueerd komen tot de conclusie dat ze in hun geloofsovertuiging geen onderscheid maken tussen de ene en de andere vorm.
Je zou natuurlijk de ware betekenis van geloofsovertuiging moeten begrijpen. Heel vaak houdt je geloofsovertuiging ije af van spirituele bereiking, maar nog vaker helpt je geloofsovertuiging je om voorwaarts te gaan. Geloofsovertuiging lijkt op een trap. Elke trede brengt je hoger, maar wanneer je op een bepaalde trede van de trap blijft staan kom je niet vooruit. Geloofsovertuiging kan ervoor zorgen dat je pas op de plaats maakt en je daar houden waar zich duizenden mensen die in God geloven bevinden, en op deze manier zijn er veel eenvoudige mensen die geen volledig voordeel uit hun geloofsovertuiging halen. Dit betekent echter niet dat geloofsovertuiging geen functie heeft. Het betekent eenvoudig dat deze mensen niet de ware betekenis van geloofsovertuiging begrijpen; zij weten alleen maar hoe ze op een bepaalde plek op een trap moeten blijven staan.
De geloofsovertuiging evolueert naarmate je evolueert, totdat je in die fase terechtkomt waarin je harmoniseert met al de verschillende geloofsovertuigingen, waarin je niet langer tegen enige geloofsovertuiging bent. Dan sta je niet langer stil, dan bevind je je boven al de verschillende geloofsovertuigingen. Heel vaak zegt iemand: ‘Ik kan niet begrijpen wat God is. Kun je mij God uitleggen?’ Maar als God uitgelegd zou moeten worden dan zou Hij niet God zijn. God uitleggen is God onttronen.
Kun je, los van God, alles zoals bijvoorbeeld dankbaarheid, liefde of devotie op een heldere en subtiele manier in woorden uitleggen? Hoeveel dient er uitgelegd te worden? Woorden zijn te ontoereikend om grote gevoelens uit te leggen, dus hoe kan God dan in woorden worden uitgelegd? Desalniettemin is het Absolute in de taal van de metafysica de alwetende Spirt, de essentie van Intelligentie in haar originele conditie. In het Oosten noemen ze het Nur, wat schittering betekent; en de aard van schittering is om te centraliseren. Het is de centralisering van de schittering die verlicht. Op fysiek niveau kun je zeggen dat de zon de gecentraliseerde al-doordringende schittering is; daarom is de zon die we kunnen zien slechts het punt van centralisatie van Nur, het licht. In werkelijkheid is de zon alles; in de vorm van licht is het de zon, en de zon bevindt zich niet alleen in dat centrum, maar de zon is overal waar dat licht ons huis en alles wat zich buiten bevindt bereikt . De manifestatie van de zon is indirect en toch is alles de zon.
Wanneer we naar de al-doordringende Intelligentie als gecentraliseerde intelligentie kijken dan noemen we dat God, omdat die met centralisering begint; manifestatie begint vanuit dit punt. Voor manifestatie dient er eerst centralisatie te zijn. Dit is wat een entiteit vormt en de wijze mensen hebben dat God genoemd; maar dit maakt het niet tot een wezen dat los staat van manifestatie, net zoals de zon niet los staat van het zonlicht. Licht is net zo goed de zon die we voor ons zien, en op dezelfde wijze is God net zo goed de oorsprong en de bron van manifestatie.
Wanneer we nu de zon bestuderen zien we dat er de zon is en dat er stralen zijn. In de stralen is de zon manifest in variëteit. Maar wat zijn de stralen? De zon. Dit is slechts een actie van de zon waarbij de schittering is gecentraliseerd. De eerste daad is om zichzelf te projecteren, om zich te manifesteren in de vorm van verscheidene stralen. En als ik zou moeten uitleggen wat wij als menselijke wezens en wat God is, dan zou ik zeggen dat onze relatie met God dezelfde is als die tussen de stralen en de zon. Elke ziel is een straal van de zon die God is. Het is niet ons lichaam of onze mind die de straal is maar de ziel, waarvan het de natuur is om een gewaad uit welke sfeer dan ook naar zich toe te trekken om zichzelf te bedekken zodat ze in die specifieke sfeer kan leven. Dit gewaad dat de ziel geleend heeft noemen we ons fysieke lichaam, een klei die vele eeuwen lang is gekneed om het lichaam van de mens te maken, een klei die ooit een rots was, die zichzelf ooit manifesteerde als een boom, die ooit verscheen als dieren en vogels. Deze zelfde klei heeft in zijn volbrachte vorm, de ziel van de mens een gewaad gegeven wat de mens zijn lichaam noemt.
Deze geloofsovertuiging scheidt de mysticus van de wetenschapper, echter niet in het begrijpen van het proces. De wetenschapper gelooft in hetzelfde proces: dat de mineralen zich vanuit de dichte aarde en dat vervolgens de vegetatie zich geleidelijk hebben ontwikkeld. Biologie stoelt op dit principe. De mysticus echter schrijft dit gewaad niet de oorsprong van het lichaam toe dat de ziel heeft aangenomen om te gebruiken; hij schrijft die toe aan de spirit die het gewaad om zich heen slaat. Deze oorsprong behoort niet tot de dichte aarde; die behoort tot God; het is de straal van de zon. En is de straal afgescheiden van de zon? Nooit en om dezelfde reden is de mens nooit gescheiden van God. In deze wereld kun je slechts zien dat men op voedsel leeft, dat iemand eet, dat iemand lucht en water nodig heeft en men ziet geen enkele andere bron van leven; maar in werkelijkheid onderhouden al deze dingen die het menselijke lichaam onderhouden het gewaad dat aards is. Het werkelijke onderhoud van dit gewaad is anders en behoort tot de bron vanwaaruit het komt en waaraan het is gehecht. Hier vandaan trekt de mens op elk moment van zijn alle kracht, vitaliteit en verlichting naar zich toe. Daarom is de gepaste naam voor God ‘oorsprong’. Het woord ‘God’ hangt samen met het Arabische ‘Djod’, dat deze betekenis heeft. Wanneer de mens de kennis omtrent het zelf en omtrent God negeert en slechts kennis heeft van het gewaad dat hij draagt weet hij niets over zichzelf. Wat zijn leren en kwalificaties ook zijn, ze maken deel uit van het gewaad dat hij draagt, maar de mens verwerft door middel van het begrijpen van de spirit en van de ziel echt de kennis omtrent het zelf en God.
Sommige mensen denken dat het fysieke gewaad het enige is wat de ziel draagt, maar dat is niet zo; om naar dit niveau van de aarde te komen moet de straal, de ziel, door twee verschillende sferen gaan. De eerste sfeer kan de engelsfeer genoemd worden, en de volgende sfeer die van de djins. Je kunt je afvragen: ‘Waarom zie ik ze dan niet als ik ook van deze andere sferen een gewaad draag?’ Maar je kunt ze ook zien als je de menselijke natuur nauwkeurig hebt bestudeerd. De mogelijkheden om te eten, te drinken en te slapen komen allemaal voort uit de fysieke wereld; maar er zijn ook andere: de liefde voor muziek, waardering van poëzie, de aanleg om prachtige dingen te ontdekken, alle intelligente activiteiten en fenomenen komen voort uit de djin wereld. Dichters en denkers vertonen het gewaad van die sfeer in het werk dat ze in de fysieke wereld verrichten. Dit gewaad is verborgen, maar waar? Het is hun mind geworden en daarom is de mind het innerlijke gewaad terwijl het lichaam het uiterlijke gewaad is dat het bedekt. De mind is het gewaad die je vanuit de djin sfeer hebt meegebracht. Maar zelfs voor die sfeer had de mens een ander gewaad en dit komt voort uit de sfeer van de engelen. Zien we er enig teken van? Ja, in de devotie van de mens, in zijn idealistische neigingen, in zijn onschuld, in de liefde voor schoonheid van zijn aard, in al deze kwaliteiten toont de mens het gewaad van de sfeer van de engelen.
Onschuld gaat altijd gepaard met een liefdevolle natuur. Iemand die liefdevol is is over het algemeen ook onschuldig, terwijl iemand die heel slim is het minst liefdevol is. Omdat hij slim is bezit hij weinig liefde, want dan ilit liefde in zijn slimheid begraven. Ik bedoel daar niet mee te zeggen dat onschuld de belangrijkste eigenschap is; elke eigenschap heeft haar plek; desondanks is onschuld een eigenschap van de engel. Grote profeten, heiligen en wijzen, die de wonden van de mensheid hebben geheeld, waren uiterst onschuldige mensen. Onschuld is het bewijs van spiritualiteit. Hoe groot de slimheid van iemand ook is, zonder onschuld kan hij niet spiritueel zijn; ook brengt spiritualiteit onschuld met zich mee.
Het gewaad dat de mens vanuit de sfeer van de engelen heeft meegebracht wordt onthuld in de vorm van onbaatzuchtige liefde, devotie, hoge idealen, een houding van aanbidding en liefde voor schoonheid. De eerste neiging die door elke baby vanaf het moment dat hij zijn ogen opent is liefde voor schoonheid: mooie kleuren en mooie dingen trekken allemaal zijn aandacht. Misschien ziet de baby schoonheid niet zoals wij dat doen, want ons gevoel voor schoonheid is verpest door onze ervaring en onze ideeën, maar de baby komt naar de aarde met een natuurlijk gevoel voor schoonheid. Dat wat echt mooi is maakt indruk op de baby en hij houdt ervan.
Voorwoord boek 12
Het eerste deel van dit twaalfde boek van de Soefi Boodschap van Hazrat Inayat Khan bestaat uit een aantal lezingen die de Meester op verschillende momenten heeft gegeven en die om verschillende redenen niet zijn opgenomen in de voorafgaande boeken. Zij worden hier voor het eerst gepubliceerd, behalve ‘Weelde’, die in juni 1931 in Sufi Quaterly verscheen.
In zijn Belijdenissen, die in 1915 in een beperkte oplage werden gepubliceerd, die lange tijd uitverkocht was, deelde Inayat Khan enige herinneringen uit zijn jeugd. Hij vertelt ons over zijn leven thuis dat als middelpunt de verheven figuur van zijn opa, de vermaarde musicus Maulabaksh, had, die hem zo diepgaand beïnvloedde; hij vertelt ons over de carrière die hij zelf als musicus maakte en over zijn grondige onderzoeken op het spirituele pad en hoe deze hem tot het besef brachten dat hij verplicht was om de boodschap van het soefisme naar de westerse wereld te brengen.
Als derde deel bevat dit boek de vier toneelstukken die door Hazrat Inayat Khan zijn geschreven. Hun stijl wijkt erg af van de stijl van de toneelstukken die wij gewoonlijk op de westerse podia opgevoerd zien worden; de stijl komt dicht in de buurt van het traditionele Indiase theater. Zij vormen echter een belangrijk deel van zijn leringen en maken degenen die ze lezen of uitgevoerd zien worden de diepere kant van het leven duidelijk, een werkelijkheid die zich manifesteert wanneer de weg is geopend voor de bereiking van zelf-verwerkelijking, waarin aan het doel van het leven wordt beantwoord.
Voor Inayat Khan is het God die via de mens werkzaam is teneinde God zelf te verwerkelijken. Zo schreef hij in de Vadan: ‘De geschriften hebben Hem de Schepper genoemd, de vrijmetselaars hebben Hem de Architect genoemd, maar ik ken Hem als de Acteur op het toneel van het leven’.
In zijn Belijdenissen, die in 1915 in een beperkte oplage werden gepubliceerd, die lange tijd uitverkocht was, deelde Inayat Khan enige herinneringen uit zijn jeugd. Hij vertelt ons over zijn leven thuis dat als middelpunt de verheven figuur van zijn opa, de vermaarde musicus Maulabaksh, had, die hem zo diepgaand beïnvloedde; hij vertelt ons over de carrière die hij zelf als musicus maakte en over zijn grondige onderzoeken op het spirituele pad en hoe deze hem tot het besef brachten dat hij verplicht was om de boodschap van het soefisme naar de westerse wereld te brengen.
Als derde deel bevat dit boek de vier toneelstukken die door Hazrat Inayat Khan zijn geschreven. Hun stijl wijkt erg af van de stijl van de toneelstukken die wij gewoonlijk op de westerse podia opgevoerd zien worden; de stijl komt dicht in de buurt van het traditionele Indiase theater. Zij vormen echter een belangrijk deel van zijn leringen en maken degenen die ze lezen of uitgevoerd zien worden de diepere kant van het leven duidelijk, een werkelijkheid die zich manifesteert wanneer de weg is geopend voor de bereiking van zelf-verwerkelijking, waarin aan het doel van het leven wordt beantwoord.
Voor Inayat Khan is het God die via de mens werkzaam is teneinde God zelf te verwerkelijken. Zo schreef hij in de Vadan: ‘De geschriften hebben Hem de Schepper genoemd, de vrijmetselaars hebben Hem de Architect genoemd, maar ik ken Hem als de Acteur op het toneel van het leven’.
18. De inspiratie en de kracht van de mysticus
Wanneer het hart van de mysticus op het punt staat in de mystieke sfeer te rijpen dan hoeft de mysticus niet eens in de zoveel tijd een inspiratie te hebben. Elk van zijn gedachten, verbeeldingen en dromen hebben een betekenis. Het is allemaal inspirerend. Dus zelfs het grapje van een mysticus heeft een betekenis bij zich. Wellicht dat het grapje symbolisch is, wellicht dat het iets tot expressie brengt wat er ergens gaande is of het kan ook zijn dat het in de toekomst iets zal voortbrengen. En net zoals het grapje van de mysticus een betekenis, een invloed en een effect heeft, zo heeft elke gedachte en verbeelding van een mysticus een effect. Wanneer hij ergens aan denkt kan dat zich een week, een maand of een jaar later materialiseren of wellicht na vele jaren, maar alles wat een mysticus zegt of denkt gaat vroeg of laat in vervulling.
Men spreekt over waarheid en valsheid, maar wanneer de mysticus eenmaal de waarheid heeft bereikt is voor hem alles waarheid. Dan is alles een fenomeen van waarheid, een fota van waarheid. Iemand bijvoorbeeld die naar een foto zit te kijken kan licht en schaduw onderscheiden, maar iemand anders zal in plaats van naar licht en schaduw te kijken zeggen: ´Dit is een portret van die-en-die, het is een heel goede foto, het lijkt precies.´ De waarheid is net als dit en voor de mysticus is het gehele leven de foto van de goddelijke Geliefde. Hij waardeert de foto zoals die is, zowel het licht als de schaduw ervan accepterend. Hij vraagt niet, zoals sommigen doen, waarom God die toch perfect is niet alles perfect gemaakt heeft; hij ziet het geheel als een perfect geheel, en elke imperfectie is iets wat het perfecte geheel uit gaat maken. Daarom kijkt de mysticus niet naar imperfectie als imperfectie maar als iets wat tot perfectie leidt. En als je je afvraagt of een mysticus alleen de omtrek en niet de details van dit bestaan ziet dan vraag je je af wie er meer details dan een mysticus kan zien die de reden achter de reden ziet, de oorzaak achter het effect en weer een andere oorzaak achter elke oorzaak. Hij ziet elk voorwerp in detail en zelfs daarin ziet hij de goddelijke perfectie.
Een mysticus kan de gedachte van iemand anders zelfs nog beter lezen dan degene die aan het denken is en hij kan het gevoel van iemand zelfs nog dieper voelen dan diegene. Je kunt dit natuurlijk of bovennatuurlijk noemen. De mysticus kent de houding van iemand, waarvan hij zich zelf vaak niet bewust is. Terwijl anderen, fysiek of mentaal, een stap voorwaarts gaan gaat de mysticus tien stappen voorwaarts. Dat is de reden waarom hij ziet wat er is nog voordat de ander er bij aanbeland is. Voor een mysticus vormt ruimte geen hindernis, ruimte is zijn communicatiemiddel. Een langere of kortere afstand, in de fysieke betekenis van het woord, is niet hetzelfde vanuit een mystiek gezichtspunt, want het kost de ziel van een mysticus geen tijd om het een of ander deel van de wereld te bereiken. Zodra hij eraan heeft gedacht is hij er. De drie dimensies vormen geen obstakels, geen hindernis voor hem. Alle drie dimensies zijn voor de mysticus een potentieel, een verblijfplaats om de fenomenen van het leven te verwerkelijken.
We horen verhalen over fakirs die messen door hun wangen en haarspelden door hun tong heen steken, hun spieren doorboren, in het vuur springen, vuur slikken, doornen eten, maar dit alles is gegoochel vergeleken bij de kracht van de mysticus. Mensen willen nogal graag een mysticus met een goochelaar vergelijken, maar het zijn twee totaal verschillende wezens. Dit betekent niet dat deze goochelaars geen kracht hebben, ze zijn ook krachtig, maar hun wereld is anders, hun doel in het leven is anders en zij hebben een andere sfeer, een ander reisdoel en een andere bestemming. Een mysticus doet dan wel niet de dingen die goochelaars doen, maar toch kan de mysticus heel wat grootsere zaken volbrengen dan de goochelaars. Iemand die men iemand met gezond verstand noemt, die zichzelf als praktisch beschouwt, kan zich niet de kracht voorstellen die de mysticus tot zijn beschikking heeft. Alleen de niet-mysticus schept op over zijn kracht en pronkt ermee naar mensen toe, terwijl de mysticus daarentegen er nooit over praat of zijn krachten in het bijzijn van anderen tentoonspreidt.
Ik ontmoette ooit een groots wetenschapper in New York, die tegen me zei, terwijl hij zijn pen aanraakte die op de tafel lag: ´Als er echt een spirituele kracht, een mystiek kracht bestaat dan zou ik wel eens willen weten of het mogelijk is om deze pen door die kracht op te tillen.´ Ik zei: ´Denkt u werkelijk dat een mysticus zijn energie zal verkwisten met het verrichten van dit experiment, om een pen in de lucht te tillen? En als hij dat al zou doen, wat zou hij daarmee hebben gewonnen? Zou hij niet liever een ziel hoger willen verheffen, zijn sfeer willen verhogen, zijn idealen en idealen willen verheffen in plaats van te proberen deze kleine pen die op de tafel ligt op te tillen? Waar zal hij daarvoor krijgen? Hulde? Die wil hij niet. Dat mensen in hem geloven? Daar geeft hij niets om. Hulde is niet zijn doel noch maalt hij erom of mensen hem geloven of niet. Waarom zou hij zich over deze zaken zorgen maken?´
Vervolgens vertelde ik hem een verhaal over een goochelaar die ik zelf in de straten van India, in Baroda, had gezien. Een man zat er gewoonlijk in een hoek met zijn mantel uitgespreid op de grond en hij had kleine beschilderde paardjes, olifantjes, kamelen, honden en katten die waren gemaakt van papier. Zij lagen op zijn mantel en de man had een tamboerijn in zijn hand; mensen dromden om hem heen om naar het fenomeen te kijken dat hij zou laten zien. Hij begon dan te zingen en nadat zijn introductielied was beëindigd leek het dan alsof er enig leven in deze dieren kwam. Vervolgens zong hij: ´Paarden, ren,´ en zolang hij dit herhaalde renden de paarden. Vervolgens zei hij dan: ´Kamelen, loop,´ en de kamelen begonnen dan te lopen; en toen hij zei: ´Olifanten, beweeg,´ bewogen de olifanten dan.
Wat heeft het eten van doornen of het inslikken van veelkleurige ballen en dan weer tevoorschijn halen van deze ballen om ze te laten zien te maken met mystiek? Er bestaat geen connectie tussen. Sommige van deze goochelaars zijn uiterst krachtig, maar hun soort kracht behoort niet tot de hogere sferen; die behoort slechts tot hun wereld. De bestemming kiest uit de mystici diegenen die een bepaalde taak voor de menigte, voor de mensheid of voor bepaalde rassen te verrichten hebben; en zij voltooien die taak uiterst pretentieloos, op kalme wijze, zonder dat de wereld er ook maar iets van af weet.
In het Oosten gelooft men dat een mysticus niet beoordeeld moet worden op wat hij zegt of doet, omdat voor zover wij dat al kunnen weten datgene wat hij zegt slechts een bedekking kan zijn over datgene wat hij aan het volbrengen is. Soms zou je kunnen denken dat een mysticus erg gehecht is, maar in feite kan de mysticus de meest onthechte persoon zijn die er is. Op andere momenten zou je kunnen denken dat de mysticus zeer onthecht is, maar er bestaat geen enkele twijfel over dat de mysticus bovengewoon gehecht kan zijn. Je zou kunnen denken dat een mysticus in zijn droom leeft, maar je zou moeten weten dat de mysticus veel wakkerder is dan menig ander. En als iemand denkt dat de mysticus zeer wakker is in zijn alledaagse leven, dan zou hij dienen te beseffen dat er achter die wakkerheid zich wellicht een diepe droom bevindt die niet iedereen kan begrijpen. In mijn toneelstuk The Bogeyman (De boeman, vert.)1 bevindt zich een beschrijving van de vreemde manier van doen van een guru, die het ene lijkt te zijn maar in werkelijkheid iets totaal anders is. Het is voor iemand niet gemakkelijk om de waarheid hiervan te beseffen. En als mensen proberen om de waarheid te beseffen dan zullen ze zich alleen nog maar meer in verwarring brengen.
Is dan de zienswijze van een mysticus open voor zijn vrienden? Ja, zoals de Bijbel open is voor haar lezers. Degenen die de woorden van de Bijbel lezen, lezen haar woorden; en degenen die wijs worden uit wat ze lezen, worden er wijs uit. Dat is voor beiden beschikbaar. Zal er altijd deze afstand tussen de mysticus en de on-ont-wikkelden zijn? De on-ont-wikkelden bevinden zich verre van de mysticus, maar de mysticus bevindt zich niet verre van de on-ont-wikkelden. De mysticus blijft nogal dicht bij zowel de ont-wikkelden als de on-ont-wikkelden. En de uiterst prachtige karakteristieken die je in een mysticus kunt observeren zijn aan de ene kant uiterste eenvoud en aan de andere kant uiterste subtiliteit. Beide karakteristieken zijn op zich waar; in de mysticus zijn zijn subtiliteit en complexiteit net zo werkelijk als zijn eenvoud. De subtiliteit is de diepte, de eenvoud de oppervlakte. Dit betekent dat wijsheid door onschuld wordt bedekt.
Is een mysticus religieus? Hij is in de ware zin van het woord religieus, zelfs nog meer dan een gewoon religieus iemand. Toch gaat mystiek dieper dan religie. Met andere woorden, mystiek is de ziel van religie. Iemand die een geloof aanhangt hangt de vorm ervan aan. Degene die de mystiek aanraakt, raakt de spirit van religie aan. Religie met mystiek is levend, zonder mystiek is ze dood.
De grote leraren en inspirators van de mensheid waren in alle tijden mystici. Je hoeft alleen maar hun levens erop na te slaan. Of ze nu als koning of als bedelaar kwamen, of ze nu in de dichtheid van het wereldse leefden of in het woud als asceten rondzwierven, of ze nu in grotten leefden of de rol van heerser, strijder of staatsman speelden, in al die gevallen waren ze anders dan de anderen. En vanaf hun jeugd, van het begin tot aan het einde van hun leven, hebben ze hun mystieke aanleg getoond. Alle heiligen, wijze mannen, meesters en profeten komen dus vanonder de mystici voort. En als er al een ziel opstijgt dan is het de mystieke ziel die naar de hogere niveaus van verwerkelijking opstijgt.
Men spreekt over waarheid en valsheid, maar wanneer de mysticus eenmaal de waarheid heeft bereikt is voor hem alles waarheid. Dan is alles een fenomeen van waarheid, een fota van waarheid. Iemand bijvoorbeeld die naar een foto zit te kijken kan licht en schaduw onderscheiden, maar iemand anders zal in plaats van naar licht en schaduw te kijken zeggen: ´Dit is een portret van die-en-die, het is een heel goede foto, het lijkt precies.´ De waarheid is net als dit en voor de mysticus is het gehele leven de foto van de goddelijke Geliefde. Hij waardeert de foto zoals die is, zowel het licht als de schaduw ervan accepterend. Hij vraagt niet, zoals sommigen doen, waarom God die toch perfect is niet alles perfect gemaakt heeft; hij ziet het geheel als een perfect geheel, en elke imperfectie is iets wat het perfecte geheel uit gaat maken. Daarom kijkt de mysticus niet naar imperfectie als imperfectie maar als iets wat tot perfectie leidt. En als je je afvraagt of een mysticus alleen de omtrek en niet de details van dit bestaan ziet dan vraag je je af wie er meer details dan een mysticus kan zien die de reden achter de reden ziet, de oorzaak achter het effect en weer een andere oorzaak achter elke oorzaak. Hij ziet elk voorwerp in detail en zelfs daarin ziet hij de goddelijke perfectie.
Een mysticus kan de gedachte van iemand anders zelfs nog beter lezen dan degene die aan het denken is en hij kan het gevoel van iemand zelfs nog dieper voelen dan diegene. Je kunt dit natuurlijk of bovennatuurlijk noemen. De mysticus kent de houding van iemand, waarvan hij zich zelf vaak niet bewust is. Terwijl anderen, fysiek of mentaal, een stap voorwaarts gaan gaat de mysticus tien stappen voorwaarts. Dat is de reden waarom hij ziet wat er is nog voordat de ander er bij aanbeland is. Voor een mysticus vormt ruimte geen hindernis, ruimte is zijn communicatiemiddel. Een langere of kortere afstand, in de fysieke betekenis van het woord, is niet hetzelfde vanuit een mystiek gezichtspunt, want het kost de ziel van een mysticus geen tijd om het een of ander deel van de wereld te bereiken. Zodra hij eraan heeft gedacht is hij er. De drie dimensies vormen geen obstakels, geen hindernis voor hem. Alle drie dimensies zijn voor de mysticus een potentieel, een verblijfplaats om de fenomenen van het leven te verwerkelijken.
We horen verhalen over fakirs die messen door hun wangen en haarspelden door hun tong heen steken, hun spieren doorboren, in het vuur springen, vuur slikken, doornen eten, maar dit alles is gegoochel vergeleken bij de kracht van de mysticus. Mensen willen nogal graag een mysticus met een goochelaar vergelijken, maar het zijn twee totaal verschillende wezens. Dit betekent niet dat deze goochelaars geen kracht hebben, ze zijn ook krachtig, maar hun wereld is anders, hun doel in het leven is anders en zij hebben een andere sfeer, een ander reisdoel en een andere bestemming. Een mysticus doet dan wel niet de dingen die goochelaars doen, maar toch kan de mysticus heel wat grootsere zaken volbrengen dan de goochelaars. Iemand die men iemand met gezond verstand noemt, die zichzelf als praktisch beschouwt, kan zich niet de kracht voorstellen die de mysticus tot zijn beschikking heeft. Alleen de niet-mysticus schept op over zijn kracht en pronkt ermee naar mensen toe, terwijl de mysticus daarentegen er nooit over praat of zijn krachten in het bijzijn van anderen tentoonspreidt.
Ik ontmoette ooit een groots wetenschapper in New York, die tegen me zei, terwijl hij zijn pen aanraakte die op de tafel lag: ´Als er echt een spirituele kracht, een mystiek kracht bestaat dan zou ik wel eens willen weten of het mogelijk is om deze pen door die kracht op te tillen.´ Ik zei: ´Denkt u werkelijk dat een mysticus zijn energie zal verkwisten met het verrichten van dit experiment, om een pen in de lucht te tillen? En als hij dat al zou doen, wat zou hij daarmee hebben gewonnen? Zou hij niet liever een ziel hoger willen verheffen, zijn sfeer willen verhogen, zijn idealen en idealen willen verheffen in plaats van te proberen deze kleine pen die op de tafel ligt op te tillen? Waar zal hij daarvoor krijgen? Hulde? Die wil hij niet. Dat mensen in hem geloven? Daar geeft hij niets om. Hulde is niet zijn doel noch maalt hij erom of mensen hem geloven of niet. Waarom zou hij zich over deze zaken zorgen maken?´
Vervolgens vertelde ik hem een verhaal over een goochelaar die ik zelf in de straten van India, in Baroda, had gezien. Een man zat er gewoonlijk in een hoek met zijn mantel uitgespreid op de grond en hij had kleine beschilderde paardjes, olifantjes, kamelen, honden en katten die waren gemaakt van papier. Zij lagen op zijn mantel en de man had een tamboerijn in zijn hand; mensen dromden om hem heen om naar het fenomeen te kijken dat hij zou laten zien. Hij begon dan te zingen en nadat zijn introductielied was beëindigd leek het dan alsof er enig leven in deze dieren kwam. Vervolgens zong hij: ´Paarden, ren,´ en zolang hij dit herhaalde renden de paarden. Vervolgens zei hij dan: ´Kamelen, loop,´ en de kamelen begonnen dan te lopen; en toen hij zei: ´Olifanten, beweeg,´ bewogen de olifanten dan.
Wat heeft het eten van doornen of het inslikken van veelkleurige ballen en dan weer tevoorschijn halen van deze ballen om ze te laten zien te maken met mystiek? Er bestaat geen connectie tussen. Sommige van deze goochelaars zijn uiterst krachtig, maar hun soort kracht behoort niet tot de hogere sferen; die behoort slechts tot hun wereld. De bestemming kiest uit de mystici diegenen die een bepaalde taak voor de menigte, voor de mensheid of voor bepaalde rassen te verrichten hebben; en zij voltooien die taak uiterst pretentieloos, op kalme wijze, zonder dat de wereld er ook maar iets van af weet.
In het Oosten gelooft men dat een mysticus niet beoordeeld moet worden op wat hij zegt of doet, omdat voor zover wij dat al kunnen weten datgene wat hij zegt slechts een bedekking kan zijn over datgene wat hij aan het volbrengen is. Soms zou je kunnen denken dat een mysticus erg gehecht is, maar in feite kan de mysticus de meest onthechte persoon zijn die er is. Op andere momenten zou je kunnen denken dat de mysticus zeer onthecht is, maar er bestaat geen enkele twijfel over dat de mysticus bovengewoon gehecht kan zijn. Je zou kunnen denken dat een mysticus in zijn droom leeft, maar je zou moeten weten dat de mysticus veel wakkerder is dan menig ander. En als iemand denkt dat de mysticus zeer wakker is in zijn alledaagse leven, dan zou hij dienen te beseffen dat er achter die wakkerheid zich wellicht een diepe droom bevindt die niet iedereen kan begrijpen. In mijn toneelstuk The Bogeyman (De boeman, vert.)1 bevindt zich een beschrijving van de vreemde manier van doen van een guru, die het ene lijkt te zijn maar in werkelijkheid iets totaal anders is. Het is voor iemand niet gemakkelijk om de waarheid hiervan te beseffen. En als mensen proberen om de waarheid te beseffen dan zullen ze zich alleen nog maar meer in verwarring brengen.
Is dan de zienswijze van een mysticus open voor zijn vrienden? Ja, zoals de Bijbel open is voor haar lezers. Degenen die de woorden van de Bijbel lezen, lezen haar woorden; en degenen die wijs worden uit wat ze lezen, worden er wijs uit. Dat is voor beiden beschikbaar. Zal er altijd deze afstand tussen de mysticus en de on-ont-wikkelden zijn? De on-ont-wikkelden bevinden zich verre van de mysticus, maar de mysticus bevindt zich niet verre van de on-ont-wikkelden. De mysticus blijft nogal dicht bij zowel de ont-wikkelden als de on-ont-wikkelden. En de uiterst prachtige karakteristieken die je in een mysticus kunt observeren zijn aan de ene kant uiterste eenvoud en aan de andere kant uiterste subtiliteit. Beide karakteristieken zijn op zich waar; in de mysticus zijn zijn subtiliteit en complexiteit net zo werkelijk als zijn eenvoud. De subtiliteit is de diepte, de eenvoud de oppervlakte. Dit betekent dat wijsheid door onschuld wordt bedekt.
Is een mysticus religieus? Hij is in de ware zin van het woord religieus, zelfs nog meer dan een gewoon religieus iemand. Toch gaat mystiek dieper dan religie. Met andere woorden, mystiek is de ziel van religie. Iemand die een geloof aanhangt hangt de vorm ervan aan. Degene die de mystiek aanraakt, raakt de spirit van religie aan. Religie met mystiek is levend, zonder mystiek is ze dood.
De grote leraren en inspirators van de mensheid waren in alle tijden mystici. Je hoeft alleen maar hun levens erop na te slaan. Of ze nu als koning of als bedelaar kwamen, of ze nu in de dichtheid van het wereldse leefden of in het woud als asceten rondzwierven, of ze nu in grotten leefden of de rol van heerser, strijder of staatsman speelden, in al die gevallen waren ze anders dan de anderen. En vanaf hun jeugd, van het begin tot aan het einde van hun leven, hebben ze hun mystieke aanleg getoond. Alle heiligen, wijze mannen, meesters en profeten komen dus vanonder de mystici voort. En als er al een ziel opstijgt dan is het de mystieke ziel die naar de hogere niveaus van verwerkelijking opstijgt.
17. Het wezen van de mysticus
Men dient vijf dingen in gedachten te houden wanneer men probeert het wezen van de mysticus te begrijpen: zijn temperament, zijn droom, zijn kijk op het leven, zijn meditatie en zijn verwerkelijking. Het is niet eenvoudig om uit te vinden of een ziel een mysticus is of niet. Maar net zoals verguldsel en goud twee verschillende dingen zijn en imitatie-goud niet standhoudt wanneer dat wordt beproefd, zo is het ook met degene die niet een ware mysticus is. Het is gemakkelijk om als een mysticus te praten, om als een mysticus te handelen, maar het is moeilijk om wanneer de beproeving komt die te doorstaan.
Op een dag merkte een mysticus die in een tuin aan het wandelen was een bijzonder mooie roos op. Aangetrokken door haar schoonheid riep hij uit: ´Geprezen zij God!´, liep op de roos af en kuste haar. Zijn discipelen, die achter hem aan liepen, plukten toen ieder een bloem en kuste die vijftig keer. De tuinman ergerde zich erover en liep mopperend op hen af, maar zij zeiden dat ze alleen maar het voorbeeld van hun leraar hadden opgevolgd. De leraar zweeg. Maar toen zij een eindje verder waren gelopen zagen ze een smid aan het werk en gloeide er een heet ijzer in het vuur. De leraar naderde het en sprak dezelfde woorden uit: ´Gezegend zij God!´, nam het hete ijzer uit het vuur en kuste het. Hij vroeg zijn discipelen: ´Waarom volgen jullie me hierin niet?´ Maar niemand van hen durfde het.
Wanneer men in het oosten weet dat iemand een mysticus is dan proberen ze geen oordeel te vellen als hij een bloem heeft gekust of als hij het vuur heeft gekust. Zij beschouwen het allemaal als iets wat behoort bij het temperament van de mysticus.
Er is een ander verhaal over een mysticus dat een andere kant van zijn temperament uitlegt. Het gaat over de leider van de Qadiri-Soefis in Bagdad, die één van de grootste mystici van de wereld is geweest. Op een dag toen hij zich aan het gereed maken was om zijn diner te nuttigen kwam er een moeder naar hem toe, die zich zeer ergerde aan de leraar. Op de tafel bevond zich een kipschotel. En zij zei: ´U heeft mij zoon een vegetarisch dieet voorgeschreven en hij wordt almaar dunner en bleker. En hier zit u, terwijl u kip eet!´ De leraar glimlachte en zei vriendelijk: ´Zeer vereerde vrouwe, kijk eens hier,´ en hij nam de deksel van de schotel en de kip sprong op. En hij voegde eraan toe: ´Op de dag dat uw zoon de kip kan laten opspringen, mag hij die ook eten.´
Je kunt het niet voorwenden een mysticus te zijn. Je wordt als mysticus geboren. Een mysticus kan zich ongetwijfeld tijdens zijn leven ontwikkelen, dat is een andere kwestie. Maar als je denkt dat je een mysticus kunt nabootsen dan vergis je je, dan kun je nooit. Kan iemand, nog afgezien van een mysticus, een zanger nabootsen en op correcte wijze zingen of kan iemand een schilder nabootsen en goed schilderen of een dichter nabootsen en gedichten schrijven? Nooit. Of je bent het of je bent het niet.
Net zoals er binnen een schoolopleiding of binnen allerlei andere soorten training bepaalde niveaus zijn die je bereikt naarmate je vordert, zijn er ook binnen de mystiek niveaus. Namen als Wali, Ghauth, Qutb, Nabi en Rasul horen bij de verschillende niveaus van meesters, heiligen en profeten.
Het temperament van een mysticus is een koninklijk temperament. Het verschil tussen een koning en een mysticus is dat de mysticus een koning zonder zorgen is. En zijn voornaamste idee is dat wat er ook gebeurt, dat het met de beste bedoelingen gebeurt. Met andere woorden, dat niets er werkelijk toe doet. Voor een mysticus bestaat de tijd niet, die is alleen op de klok te vinden. Het leven is voor hem eeuwig en de tijd tussen geboorte en dood is een illusie. Het mystieke temperament is avontuurlijk en impulsief. De mysticus kan gemakkelijk ergens in springen en er weer gemakkelijk uit komen. Of dat nu in water, vuur of in wat dan ook is. Als de mysticus denkt dat hij naar het zuiden dient te gaan of als hij vindt dat hij naar het noorden dient te gaan dan zal hij zijn hersenen niet vermoeien met zich af te vragen waarom hij zou moeten gaan. Hij weet slechts dat er voor hem een roep is om te gaan en dan gaat hij. Wellicht dat hij er daar de reden voor vindt.
Hij accepteert elke goede en slechte ervaring als een les en hij denkt dat ze hem allemaal verder voeren. Als het een slechte ervaring is dan is dat ook een les. Als het een goede ervaring is, des te beter, maar ze voeren hem allemaal in de richting van het doel van zijn leven. De kwaliteit van de mysticus is de naar buiten gerichte kwaliteit, de sympathiserende, liefhebbende kwaliteit. Maar toch is de mysticus ongehecht en onverschillig. Diepe liefde aan de ene kant, onverschilligheid aan de andere. Samen vormen zij de balans van zijn leven. In het liefhebben van een ander heeft hij God lief, in het dienen van een ander dient hij God, in het helpen van een ander helpt hij God. En op deze wijze verheerlijkt hij. In het wereldse leven is noch een stijging noch een daling belangrijk voor hem, maar tegelijkertijd kan hij al deze zaken wel ervaren. Wees niet verbaasd als je een mysticus op de troon ziet zitten, omhangen met goud, zilver en juwelen en voel geen afkeer als je op straat een mysticus in de vorm van een bedelaar ziet, gehuld in lompen. Hij is in alle omstandigheden een koning, een koning zonder zorgen, een koning wiens koninkrijk voort zal duren, een koning die nooit het gevaar loopt dat hem zijn koninkrijk zal worden afgepakt.
Het mystieke temperament is hetzelfde als het temperament van elk menselijk wezen, wellicht alleen wat intenser. Een mysticus kan intens vergenoegd en intens verongenoegd zijn. Hij kan vreugde op diepe wijze voelen en hij kan zorgen op diepe wijze voelen, veel dieper dan de gemiddelde persoon, omdat hij meer leeft en derhalve zijn gevoelens intenser zijn. Tegelijkertijd is het de zelfbeheersing van de mysticus die zijn genoegen en ongenoegen en zijn vreugde en zorgen in balans houdt. Het kan zijn dat anderen niet kunnen beseffen of het kunnen voelen; desalniettemin zou de mysticus geen mysticus zijn, als zijn gevoelens niet delicaat zouden zijn en als er zich geen subtiliteit in hem zou bevinden. Aan de ene kant is de mysticus uiterst subtiel en aan de andere kant is hij uiterst eenvoudig. Hij kan uiterst wijs zijn en hij kan totaal onschuldig zijn. Mensen noemen de mysticus Pir, wat oud betekent en toch kan hij als een kind, als een baby, zijn. Hij kan reuzen onder controle houden en toch kan hij als een kind geleid worden. De woorden van een mysticus kunnen eenvoudig en tegelijkertijd vol diepte zijn. Elk van zijn uitdrukkingen is symbolisch, want hij ziet het symbool van leven in alle namen en vormen.
En nu komen we bij de droom van de mysticus. Het kan zijn dat anderen een mysticus in trance hebben gezien of met gesloten ogen mediterend; maar dat hoeft niet persé. Of het nu met open ogen of met gesloten ogen is: de mysticus kan op beide manieren dromen. Hij kan zich temidden van een menigte bevinden of in eenzaamheid, op beide plekken kan hij dromen. Voor de mysticus is de droom werkelijkheid, hoewel het een ander een droom toe kan schijnen. Het is voor de mysticus werkelijkheid vanwege zijn geloof in wat er in de Koran staat geschreven dat toen God zei: ´Wees!´ het werd en ook in wat er de Vedanta zegt dat manifestatie de droom van Brahma, van de Schepper, is. De mysticus die de Schepper in zichzelf verwerkelijkt denkt dat zijn droom de droom van de Schepper is: als we alles wat we werkelijkheid de droom van de Schepper noemen, dan is de droom van de mysticus hetzelfde. Als die zich nog steeds in de mentale sfeer bevindt dan betekent dat nog niet dat het zich nooit zal materialiseren; die zal zich op een dag zeker materialiseren.
Toch zie je vaak dat de mysticus boven de wereld uit leeft en velen denken dat hij zich niet bewust is van de wereld. Maar zij weten niet dat juist omdat hij boven de wereld leeft hij zich er meer bewust van is. Je zou kunnen denken dat iemand die in een vliegtuig aan het vliegen is niet weet wat er zich in de menigte onder hem afspeelt omdat hij zich in de lucht bevindt, maar dit is niet zo. Iemand die in de lucht aan het vliegen is is meer in staat om te zien wat er beneden gaande is, want hij kan een bredere horizon zien dan degene die op de aarde staat. Heel vaak begrijpen mensen een mysticus verkeerd. Zij denken dat de mysticus, die dromerig is, zich boven de dingen van de wereld, boven de zakenwereld, de industrie en de politiek bevindt. Ze vergissen zich echter; zij beseffen niet dat een heldere intelligentie alles beter kan doen als ze in die richting wordt toegepast, hoewel de vraag blijft bestaan of een mysticus het de moeite waard zou vinden om zijn mind erop te richten. Ik was zeer verbaasd toen de heer Ford op een dag tegen me zei: ´Als u een zakenman geweest zou zijn dan zou u een enorm succes hebben gehad, maar ik ben blij dat dat niet zo is!´ Denk derhalve nooit dat een mysticus met zijn ogen gesloten en met zijn hoofd afgewend niet naar jou aan het kijken is. De mysticus kan zich soms meer bewust zijn van de gesteldheid van degenen om hem heen dan zij zelf.
Op de derde plaats is er de kijk op het leven van de mysticus. De mysticus ziet niet alleen de eerste reden van alles en iedereen; hij ziet de reden achter de reden en daarachter nog weer een reden, totdat hij de essentie van de reden aanraakt, waar wat wij de reden noemen losgelaten is. Voor zover wij kunnen zien, zien we slechts een oorzaak, maar wat de mysticus ziet is dieper dan een oorzaak; het is de oorzaak van alle oorzaken. En hierdoor verschilt zijn kijk op het leven van de gewone kijk op het leven. Zo kan het dus gebeuren dat de taal van de mysticus op gebrabbel lijkt; mensen begrijpen de wijsheid ervan niet omdat ze alleen maar hun rede gebruiken.
De mysticus is de vriend van velen, maar het is voor de mysticus moeilijk om een vriend te vinden. Het is voor iemand al moeilijk genoeg om te voelen dat er zelfs maar één persoon op de wereld bestaat die hem begrijpt, dus hoe veel moeilijker moet het dan niet zijn voor de mysticus! Hij kan alleen maar proberen om zichzelf te begrijpen; maar als hij dat kan dan is dat meer dan voldoende. De mysticus houdt zich zo zeer bezig met wat het onmiddellijke resultaat van iets zal zijn, hij houdt zich bezig met wat het uiteindelijke resultaat zal zijn. Dit maakt zijn gezichtspunt anders dan het wereldse gezichtspunt. De kijk op het leven van de mysticus toont hem dat de stijging uitmondt op een val en dat de val uitmondt op een stijging; met andere woorden, na de nacht komt de dag en de dag is in afwachting van de nacht.
Met betrekking tot de meditatie van de mysticus dien je in gedachten te houden dat hij met een meditatieve aard als innerlijke inslag geboren wordt en dat hij elke dag, zelfs zonder ooit enige meditatie geleerd te hebben, de een of andere manier van mediteren heeft. Ongetwijfeld vindt elke mysticus een methode, een gids en meester die hem voorwaarts leidt, maar de gehele tijd staat hij open voor gidsing. De mysticus hoeft nooit te zeggen dat mediteren moeilijk voor hem is, hij is thuis bij meditatie. Het is zijn wezen, zijn genot, zijn vreugde. Meditatie is zijn leven; in meditatie leeft hij. En de meditatie die vijf, tien of vijftien minuten duurt is voor de mysticus slechts een soort opstarten. Zijn meditatie vindt op elk moment van de dag plaats. Er is geen moment waarop hij niet mediteert, wat hij ook aan het doen is. In de menigte en in de eenzaamheid, op land of op water, in stilte of aan het werk, in alle omstandigheden zet de mysticus zijn eeuwige meditatie voort.
Op de laatste plaats is er de verwerkelijking van de mysticus. De mysticus is degene die de latente kracht in de mens verwezenlijkt en hij kan die zelfs in die mate verwezenlijken dat niemand dat zou geloven als het in woorden uitgedrukt zou worden. Hij verwezenlijkt de latente inspiratie in de mens, een inspiratie die culmineert in openbaring wanneer elk object en elk wezen met hem begint te communiceren, wanneer hij de essentie van het gehele leven kent, ziet, begrijpt en verwezenlijkt. De mysticus weet, als iemand het al weet, wat beperking betekent, want daarin bevindt zich zijn lijden, zijn pijn; en de mysticus weet wat perfectie betekent, want in perfectie is zijn vreugde en zijn geluk te vinden.
Op een dag merkte een mysticus die in een tuin aan het wandelen was een bijzonder mooie roos op. Aangetrokken door haar schoonheid riep hij uit: ´Geprezen zij God!´, liep op de roos af en kuste haar. Zijn discipelen, die achter hem aan liepen, plukten toen ieder een bloem en kuste die vijftig keer. De tuinman ergerde zich erover en liep mopperend op hen af, maar zij zeiden dat ze alleen maar het voorbeeld van hun leraar hadden opgevolgd. De leraar zweeg. Maar toen zij een eindje verder waren gelopen zagen ze een smid aan het werk en gloeide er een heet ijzer in het vuur. De leraar naderde het en sprak dezelfde woorden uit: ´Gezegend zij God!´, nam het hete ijzer uit het vuur en kuste het. Hij vroeg zijn discipelen: ´Waarom volgen jullie me hierin niet?´ Maar niemand van hen durfde het.
Wanneer men in het oosten weet dat iemand een mysticus is dan proberen ze geen oordeel te vellen als hij een bloem heeft gekust of als hij het vuur heeft gekust. Zij beschouwen het allemaal als iets wat behoort bij het temperament van de mysticus.
Er is een ander verhaal over een mysticus dat een andere kant van zijn temperament uitlegt. Het gaat over de leider van de Qadiri-Soefis in Bagdad, die één van de grootste mystici van de wereld is geweest. Op een dag toen hij zich aan het gereed maken was om zijn diner te nuttigen kwam er een moeder naar hem toe, die zich zeer ergerde aan de leraar. Op de tafel bevond zich een kipschotel. En zij zei: ´U heeft mij zoon een vegetarisch dieet voorgeschreven en hij wordt almaar dunner en bleker. En hier zit u, terwijl u kip eet!´ De leraar glimlachte en zei vriendelijk: ´Zeer vereerde vrouwe, kijk eens hier,´ en hij nam de deksel van de schotel en de kip sprong op. En hij voegde eraan toe: ´Op de dag dat uw zoon de kip kan laten opspringen, mag hij die ook eten.´
Je kunt het niet voorwenden een mysticus te zijn. Je wordt als mysticus geboren. Een mysticus kan zich ongetwijfeld tijdens zijn leven ontwikkelen, dat is een andere kwestie. Maar als je denkt dat je een mysticus kunt nabootsen dan vergis je je, dan kun je nooit. Kan iemand, nog afgezien van een mysticus, een zanger nabootsen en op correcte wijze zingen of kan iemand een schilder nabootsen en goed schilderen of een dichter nabootsen en gedichten schrijven? Nooit. Of je bent het of je bent het niet.
Net zoals er binnen een schoolopleiding of binnen allerlei andere soorten training bepaalde niveaus zijn die je bereikt naarmate je vordert, zijn er ook binnen de mystiek niveaus. Namen als Wali, Ghauth, Qutb, Nabi en Rasul horen bij de verschillende niveaus van meesters, heiligen en profeten.
Het temperament van een mysticus is een koninklijk temperament. Het verschil tussen een koning en een mysticus is dat de mysticus een koning zonder zorgen is. En zijn voornaamste idee is dat wat er ook gebeurt, dat het met de beste bedoelingen gebeurt. Met andere woorden, dat niets er werkelijk toe doet. Voor een mysticus bestaat de tijd niet, die is alleen op de klok te vinden. Het leven is voor hem eeuwig en de tijd tussen geboorte en dood is een illusie. Het mystieke temperament is avontuurlijk en impulsief. De mysticus kan gemakkelijk ergens in springen en er weer gemakkelijk uit komen. Of dat nu in water, vuur of in wat dan ook is. Als de mysticus denkt dat hij naar het zuiden dient te gaan of als hij vindt dat hij naar het noorden dient te gaan dan zal hij zijn hersenen niet vermoeien met zich af te vragen waarom hij zou moeten gaan. Hij weet slechts dat er voor hem een roep is om te gaan en dan gaat hij. Wellicht dat hij er daar de reden voor vindt.
Hij accepteert elke goede en slechte ervaring als een les en hij denkt dat ze hem allemaal verder voeren. Als het een slechte ervaring is dan is dat ook een les. Als het een goede ervaring is, des te beter, maar ze voeren hem allemaal in de richting van het doel van zijn leven. De kwaliteit van de mysticus is de naar buiten gerichte kwaliteit, de sympathiserende, liefhebbende kwaliteit. Maar toch is de mysticus ongehecht en onverschillig. Diepe liefde aan de ene kant, onverschilligheid aan de andere. Samen vormen zij de balans van zijn leven. In het liefhebben van een ander heeft hij God lief, in het dienen van een ander dient hij God, in het helpen van een ander helpt hij God. En op deze wijze verheerlijkt hij. In het wereldse leven is noch een stijging noch een daling belangrijk voor hem, maar tegelijkertijd kan hij al deze zaken wel ervaren. Wees niet verbaasd als je een mysticus op de troon ziet zitten, omhangen met goud, zilver en juwelen en voel geen afkeer als je op straat een mysticus in de vorm van een bedelaar ziet, gehuld in lompen. Hij is in alle omstandigheden een koning, een koning zonder zorgen, een koning wiens koninkrijk voort zal duren, een koning die nooit het gevaar loopt dat hem zijn koninkrijk zal worden afgepakt.
Het mystieke temperament is hetzelfde als het temperament van elk menselijk wezen, wellicht alleen wat intenser. Een mysticus kan intens vergenoegd en intens verongenoegd zijn. Hij kan vreugde op diepe wijze voelen en hij kan zorgen op diepe wijze voelen, veel dieper dan de gemiddelde persoon, omdat hij meer leeft en derhalve zijn gevoelens intenser zijn. Tegelijkertijd is het de zelfbeheersing van de mysticus die zijn genoegen en ongenoegen en zijn vreugde en zorgen in balans houdt. Het kan zijn dat anderen niet kunnen beseffen of het kunnen voelen; desalniettemin zou de mysticus geen mysticus zijn, als zijn gevoelens niet delicaat zouden zijn en als er zich geen subtiliteit in hem zou bevinden. Aan de ene kant is de mysticus uiterst subtiel en aan de andere kant is hij uiterst eenvoudig. Hij kan uiterst wijs zijn en hij kan totaal onschuldig zijn. Mensen noemen de mysticus Pir, wat oud betekent en toch kan hij als een kind, als een baby, zijn. Hij kan reuzen onder controle houden en toch kan hij als een kind geleid worden. De woorden van een mysticus kunnen eenvoudig en tegelijkertijd vol diepte zijn. Elk van zijn uitdrukkingen is symbolisch, want hij ziet het symbool van leven in alle namen en vormen.
En nu komen we bij de droom van de mysticus. Het kan zijn dat anderen een mysticus in trance hebben gezien of met gesloten ogen mediterend; maar dat hoeft niet persé. Of het nu met open ogen of met gesloten ogen is: de mysticus kan op beide manieren dromen. Hij kan zich temidden van een menigte bevinden of in eenzaamheid, op beide plekken kan hij dromen. Voor de mysticus is de droom werkelijkheid, hoewel het een ander een droom toe kan schijnen. Het is voor de mysticus werkelijkheid vanwege zijn geloof in wat er in de Koran staat geschreven dat toen God zei: ´Wees!´ het werd en ook in wat er de Vedanta zegt dat manifestatie de droom van Brahma, van de Schepper, is. De mysticus die de Schepper in zichzelf verwerkelijkt denkt dat zijn droom de droom van de Schepper is: als we alles wat we werkelijkheid de droom van de Schepper noemen, dan is de droom van de mysticus hetzelfde. Als die zich nog steeds in de mentale sfeer bevindt dan betekent dat nog niet dat het zich nooit zal materialiseren; die zal zich op een dag zeker materialiseren.
Toch zie je vaak dat de mysticus boven de wereld uit leeft en velen denken dat hij zich niet bewust is van de wereld. Maar zij weten niet dat juist omdat hij boven de wereld leeft hij zich er meer bewust van is. Je zou kunnen denken dat iemand die in een vliegtuig aan het vliegen is niet weet wat er zich in de menigte onder hem afspeelt omdat hij zich in de lucht bevindt, maar dit is niet zo. Iemand die in de lucht aan het vliegen is is meer in staat om te zien wat er beneden gaande is, want hij kan een bredere horizon zien dan degene die op de aarde staat. Heel vaak begrijpen mensen een mysticus verkeerd. Zij denken dat de mysticus, die dromerig is, zich boven de dingen van de wereld, boven de zakenwereld, de industrie en de politiek bevindt. Ze vergissen zich echter; zij beseffen niet dat een heldere intelligentie alles beter kan doen als ze in die richting wordt toegepast, hoewel de vraag blijft bestaan of een mysticus het de moeite waard zou vinden om zijn mind erop te richten. Ik was zeer verbaasd toen de heer Ford op een dag tegen me zei: ´Als u een zakenman geweest zou zijn dan zou u een enorm succes hebben gehad, maar ik ben blij dat dat niet zo is!´ Denk derhalve nooit dat een mysticus met zijn ogen gesloten en met zijn hoofd afgewend niet naar jou aan het kijken is. De mysticus kan zich soms meer bewust zijn van de gesteldheid van degenen om hem heen dan zij zelf.
Op de derde plaats is er de kijk op het leven van de mysticus. De mysticus ziet niet alleen de eerste reden van alles en iedereen; hij ziet de reden achter de reden en daarachter nog weer een reden, totdat hij de essentie van de reden aanraakt, waar wat wij de reden noemen losgelaten is. Voor zover wij kunnen zien, zien we slechts een oorzaak, maar wat de mysticus ziet is dieper dan een oorzaak; het is de oorzaak van alle oorzaken. En hierdoor verschilt zijn kijk op het leven van de gewone kijk op het leven. Zo kan het dus gebeuren dat de taal van de mysticus op gebrabbel lijkt; mensen begrijpen de wijsheid ervan niet omdat ze alleen maar hun rede gebruiken.
De mysticus is de vriend van velen, maar het is voor de mysticus moeilijk om een vriend te vinden. Het is voor iemand al moeilijk genoeg om te voelen dat er zelfs maar één persoon op de wereld bestaat die hem begrijpt, dus hoe veel moeilijker moet het dan niet zijn voor de mysticus! Hij kan alleen maar proberen om zichzelf te begrijpen; maar als hij dat kan dan is dat meer dan voldoende. De mysticus houdt zich zo zeer bezig met wat het onmiddellijke resultaat van iets zal zijn, hij houdt zich bezig met wat het uiteindelijke resultaat zal zijn. Dit maakt zijn gezichtspunt anders dan het wereldse gezichtspunt. De kijk op het leven van de mysticus toont hem dat de stijging uitmondt op een val en dat de val uitmondt op een stijging; met andere woorden, na de nacht komt de dag en de dag is in afwachting van de nacht.
Met betrekking tot de meditatie van de mysticus dien je in gedachten te houden dat hij met een meditatieve aard als innerlijke inslag geboren wordt en dat hij elke dag, zelfs zonder ooit enige meditatie geleerd te hebben, de een of andere manier van mediteren heeft. Ongetwijfeld vindt elke mysticus een methode, een gids en meester die hem voorwaarts leidt, maar de gehele tijd staat hij open voor gidsing. De mysticus hoeft nooit te zeggen dat mediteren moeilijk voor hem is, hij is thuis bij meditatie. Het is zijn wezen, zijn genot, zijn vreugde. Meditatie is zijn leven; in meditatie leeft hij. En de meditatie die vijf, tien of vijftien minuten duurt is voor de mysticus slechts een soort opstarten. Zijn meditatie vindt op elk moment van de dag plaats. Er is geen moment waarop hij niet mediteert, wat hij ook aan het doen is. In de menigte en in de eenzaamheid, op land of op water, in stilte of aan het werk, in alle omstandigheden zet de mysticus zijn eeuwige meditatie voort.
Op de laatste plaats is er de verwerkelijking van de mysticus. De mysticus is degene die de latente kracht in de mens verwezenlijkt en hij kan die zelfs in die mate verwezenlijken dat niemand dat zou geloven als het in woorden uitgedrukt zou worden. Hij verwezenlijkt de latente inspiratie in de mens, een inspiratie die culmineert in openbaring wanneer elk object en elk wezen met hem begint te communiceren, wanneer hij de essentie van het gehele leven kent, ziet, begrijpt en verwezenlijkt. De mysticus weet, als iemand het al weet, wat beperking betekent, want daarin bevindt zich zijn lijden, zijn pijn; en de mysticus weet wat perfectie betekent, want in perfectie is zijn vreugde en zijn geluk te vinden.
16. De visie van de mysticus
Dat wat de mysticus niet kan zien of niet voor zijn eigen ogen ziet, ziet hij in de ruimte. En daarom bestaat het voor de mysticus wel ook al zeggen duizend mensen: ´Dit bestaat niet´. Terwijl zij afhankelijk zijn van de objectieve wereld om op een dag hun gedachte in een materiële vorm voort te brengen, ziet de mysticus het al in de ruimte. Zijn geloof wordt als vanzelf steviger en machtiger, terwijl het geloof van degenen die van de objectieve wereld afhankelijk zijn elke keer wanneer hun wens niet uitkomt zwakker wordt. Wanneer iemand van iets zegt dat het er niet is, dan zegt de mysticus: ´Het is er; het bevindt zich voor mijn ogen; ik zie het.´ Maar omdat de ander het niet kan zien raakt hij in de war. En zo bevestigt hetzelfde idee de een in zijn geloof waar het een ander in de war brengt. Dit is hoe een mysticus treden opbouwt om naar zijn eindbestemming te klimmen, wat de ware betekenis is van de opstanding; terwijl daarentegen degene die geen enkele trede heeft gemaakt verloren raakt in de ruimte zodra hij zijn gevoel met de objectieve wereld verliest. En de mysticus ontdekt treden die al in de ruimte zijn gemaakt om hem bij zijn klim naar boven toe te helpen, maar de ander raakt verloren wanneer eenmaal het gewaad van de objectieve wereld wordt afgegooid. Dan voelt de ziel geen grond meer onder haar voeten, terwijl de mysticus zijn doel al heeft bereikt.
Als een mysticus iets voor zich in de ruimte ziet, ziet hij dat dan in de drie-dimensionele ruimte of in een ruimte van meer dimensies? Deze ruimte van drie dimensies wordt gereflecteerd door de ruimte die zich in de innerlijke dimensie bevindt. Deze innerlijke dimensie is anders, die behoort niet tot de objectieve wereld; maar wat er zich in de innerlijke dimensie bevindt wordt ook gereflecteerd in de drie-dimensionele ruimte. Dus wat de mysticus in de ruimte ziet is in werkelijkheid iets wat zich van binnen bevindt; wanneer een mysticus zijn ogen sluit ziet hij het van binnen; maar wanneer hij zijn ogen opent ziet hij het voor zich. Datgene wat hij binnenin zichzelf ziet wordt gereflecteerd in de uiterlijke ruimte. Wanneer ieder ander van zijn of haar eigen twee handen afhankelijk is om iets te maken of iets klaar te maken ziet de mysticus dat de tijd ze klaarmaakt; en daarom zijn tijd en ruimte de handen en voeten van de mysticus. Hij klimt door de ruimte en volbrengt door de tijd.
Net zoals er voor alles een tijd is en net zoals er voor de natuur een vastgestelde tijd is om zich te manifesteren, is er een tijd voor elke gebeurtenis. Geluk, pech, stijging, daling, gezondheid, ziekte, succes en falen hangen allemaal af van een bepaalde tijd. Er is zowel voor elk seizoen als voor elke ervaring een tijd. En aangezien er een tijd voor geboorte is is er ook een tijd voor de dood. Elke gedachte, elke handeling en elke omstandigheid heeft een geboorte en een dood en elk heeft een vastgestelde tijd. En wanneer je overtuigd bent geraakt van het feit dat elke gebeurtenis door de tijd wordt voorgebracht en op een bepaalde tijd wordt vastgesteld dan ontwikkel je als vanzelf geloof en geloof je vervolgens dat datgene wat vandaag niet wordt gerealiseerd morgen, of op een dag, gerealiseerd zal worden.
De grote schaduwzijde die we tegenwoordig in de mensheid vinden is haar gebrek aan geduld. Als mensen meteen iets kunnen volbrengen dan is het goed, maar als ze dat niet kunnen dan denken ze dat het niet gedaan kan worden. Iets kan alleen maar gedaan worden als het snel gedaan kan worden, als het niet zo snel als je verwacht gedaan kan worden betekent dit dat het überhaupt niet gedaan kan worden. Er zijn tegenwoordig duizenden mensen die al een falen accepteren nog voordat dat duidelijk is, omdat ze geen geduld hebben om op succes te wachten. Hoewel succes voorbereid kan worden, hebben ze toch zo´n haast dat ze nog liever een succes veranderen in falen dan dat ze erop wachten; de reden hiervoor is dat dit mysterie, wat het mysterie van de mystici is – dat alles van een bepaalde tijd afhangt – door de meeste mensen wordt vergeten.
De tijd maakt gebruik van omstandigheden om bepaalde resultaten voort te brengen. En heel vaak is een schijnbaar slechte omstandigheid een goede zaak aan het voorbereiden en kan een goede omstandigheid een slecht resultaat aan het voorbereiden zijn. Daarom vergist iemand die alleen maar op objectieve fenomenen vertrouwt zich frequent, wordt hij misleid. De mysticus ziet in zowel de tegenwerkende als gunstige omstandigheden datgene wat er staat te gebeuren. Hij doet dit doordat hij gelooft in de handeling van tijd en ruimte en door te geloven dat er niet zoiets bestaat als een samenloop van omstandigheden of toeval. We noemen iets slechts een samenloop van omstandigheden of toeval omdat we ons niet bewust zijn van waar een handeling is gestart, omdat we ons niet bewust zijn van datgene wat het teweeg heeft gebracht en omdat we ons niet bewust zijn van datgene wat aan het voorbereiden is. In werkelijkheid is er niet zoiets. Elke gebeurtenis, of die nu door onze wil of door een hogere wil komt, wordt voorbereid, wordt door wijsheid geleid. Als die niet door onze individuele wil wordt geleid dan wordt die door een grotere wijsheid geleid en brengt die een groter resultaat teweeg. De mysticus wacht derhalve dat resultaat af dat via verschillende omstandigheden door de tijd en de ruimte wordt voorgebracht.
Voor de goddelijke mind bestaan tijd en ruimte en toch ook niet. Voor een groots mysticus is geluid de adem van muziek en om muziek te spelen of te componeren dient hij toch geluid in verschillende toonhoogten en noten te verdelen en dat produceert schoonheid. De goddelijke mind is ook geïnteresseerd in deze compositie, deze muziek van de gehele schepping; daarom ligt in de verdeling van tijd en ruimte het geheim van de gehele manifestatie. Als de goddelijke mind niet geïnteresseerd zou zijn in de manifestatie dan zou God niet de Schepper zijn geweest; God is de Schepper vanwege de interesse van de goddelijke mind in de schepping.
Dit voert ons naar de kwestie van het woord en de stilte. De mysticus beseft de kracht van het woord en tegelijkertijd de grootsheid van de stilte. Het woord kan veel doen, maar er kan nog meer worden volbracht door de stilte. Er zijn grootse fenomenen voortgebracht door die mystici die de kracht van het woord kennen en weten hoe ze die moeten gebruiken, maar er worden door hen via de grootsheid van hun stilte zelfs nog grootsere wonderen verricht.
Het leven is het antwoord op de vraag van de mysticus. Met elke vraag die er in het hart van de mysticus opkomt hoeft hij maar naar het leven dat zich voor zijn ogen afspeelt te kijken en dan zal dat hem antwoorden. Zelfs een vraag over de een of andere zaak of handel wordt aan de mysticus onthuld doordat hij alleen maar naar een boom kijkt. Er is iemand aan het lachen, er is iemand aan het huilen, er is iemand aan het praten, er is iemand aan het werken en elk van deze handelingen is voor de mysticus een antwoord op datgene waar hij informatie over zoekt. Zodra er een geluid zijn oren bereikt, zodra zijn blik op het een of ander voorwerp, de een of andere omstandigheid of op het een of andere individu valt komt het antwoord op de vraag die in zijn hart is opgekomen naar hem toe. De mysticus hoeft niet naar een handlijnkunidge te gaan om te vragen wat er staat te gebeuren, hij is niet op zoek naar mensen die hem naar de mond praten, de mysticus hoeft geen horoscoop te raadplegen. Het gehele leven en alles waarnaar hij kijkt is het antwoord op zijn vraag. En als hij niet naar de objectieve wereld wil kijken dan hoeft hij alleen maar zijn ogen dicht te doen en het antwoord binnenin zichzelf te vinden. Het objectieve antwoord is in de uiterlijke wereld op hem aan het wachten en het antwoord vanuit de innerlijke stem is van binnen op hem aan het wachten. Hij heeft dus twee manieren tot zijn beschikking om een antwoord op zijn vraag te ontvangen. Verbaast het je dan nog als een mysticus zijn mond dichtdoet en jarenlang aan een stuk met niemand spreekt? Waarom zou hij met iemand praten? Wat zou hij moeten vragen? Er valt niets te vragen.
In verschillende tijdperken en in verschillende landen hebben mensen methoden gebruikt zoals willekeurig in de geschriften kijken om het antwoord op hun vraag te vinden of kaarten te raadplegen of in een theekopje kijken en dergelijke bijgeloven: alles wat ook maar iets bij hen oproept zoals het zien van een zwarte kat, een schildpad of een slang of het horen van het geluid van een bepaalde vogel die iets voorspelt. De mysticus heeft dit alles niet nodig. Alles geeft aldoor antwoorden op zijn vragen aan het geven. Het leven is zulk een mysterie dat er een moment aanbreekt waarop wij beginnen te zien dat elke handeling, alles wat er gaande is, een antwoord is op datgene wat er binnenin onszelf gaande is. Iemand is bijvoorbeeld op straat aan het lopen en is aan het nadenken over zijn zaak of over huiselijke aangelegenheden en plotseling wordt er ergens een paard weerspannig en maakt de koets kapot die het aan het trekken is en maakt de koetsier van streek. Nu zijn dit twee verschillende dingen. Degene die over iets aan het nadenken is en het paard waarmee hij niets te maken laat de koets kapseizen. Het is een totaal ander iets, maar tegelijkertijd is voor de mysticus alles met elkaar verbonden; er is geen omstandigheid die losgekoppeld is van een andere omstandigheid. Elke omstandigheid heeft een analogie, een relatie met een andere omstandigheid, omdat er voor de mysticus geen verdeeld leven bestaat; er bestaat slechts één leven, een Wezen en een mechanisme dat aan de gang is. En daarom is een mechanisme altijd aan de gang in relatie met een ander mechanisme. Hoe verschillend en losgekoppeld ze ook lijken te zijn, ze zijn niet losgekoppeld. Je moet dit alleen leren zien en dan wordt alles aan je geopenbaard. Maar teneinde dit te zien dien je eerst het mystieke oog te openen.
Wat voor vragen moet de mysticus stellen? Hoe grootser de mysticus, hoe minder vragen hij heeft. Hoe verder hij op het pad gaat, hoe minder zijn vragen worden. Want hoe meer vragen je hebt, hoe on-mystieker je bent, omdat vragen vaak geboren worden uit de rusteloosheid van de mind. De rusteloze mind wil ergens een antwoord vinden en wanneer er meer vrede komt worden de vragen minder. Hoe dichter je bij vrede komt, hoe minder je vragen zullen zijn. Door vrede te vinden, door licht te vinden, door harmonie en vreugde te vinden, worden vragen tot niets teruggebracht. Er is er niet langer de een of andere vraag. Zodra de mysticus deze fase heeft bereikt waarin er geen vragen zijn dan wordt hij zelf het antwoord op elke vraag.
Ik wilde ooit een vriend meenemen om mijn murshid te ontmoeten. Deze vriend was een zeer materialistische man, rusteloos, pessimistisch, twijfelend en sceptisch. En ik drong er elke dag bij hem op aan om mijn murshid te ontmoeten. ´Maar´, zo vroeg hij, ´wat kan hij voor me doen?´ Ik antwoordde: ´Je kunt hem iets vragen.´ Hij zei: ´Ik heb twintigduizend vragen te stellen, wanneer zou hij die kunnen beantwoorden?´ Ik zei: ´Je kunt een of twee van die twintigduizend vragen stellen, dat is al iets.´Nou goed,´zei hij, ´ik zal wel zien.´ En inderdaad kwam hij een tijdje later langs, maar zodra hij in de aanwezigheid van mijn murshid kwam vergat hij elke vraag en wist hij niet wat hij moest vragen. Hij zat er kalm bij, in de ban geraakt en ademde de atmosfeer van de aanwezigheid van de meester in; hij had geen verlangen een vraag te stellen. En na het samenzijn, toen we het huis van mijn murshid aan het verlaten waren, begon hij weer de behoefte te voelen om twintigduizend vragen te stellen, dit keer aan mij en toen ik hem vroeg waarom hij ze daar was vergeten antwoordde hij slechts: ´Ik begrijp niet waarom.´
Waar komen vragen vandaan? Heel vaak komen ze uit de rusteloosheid van de mind vandaan. En bevredigt een antwoord ze? Nooit. Tijdens mijn reizen ging ik drie keer naar San Francisco en elke keer zag ik een dame die me altijd dezelfde vraag stelde. En elke keer antwoordde ik haar en elke keer wanneer ik weer kwam stelde ze me dezelfde vraag. Dit betekende dat er vijftien jaar lang een vraag was en dat er vijftien jaar lang een antwoord was, maar dat antwoord werd nooit gehoord. Het ging het ene oor in en het andere oor uit; en de vraag bleef altijd bestaan. Een vraag is een levend wezen en dat wil niet sterven; het antwoord doodt het en daarom houden de goedgezinde zielen die de vraag wensen te koesteren het antwoord verre van zich, hoewel de vraag schreeuwt om een antwoord. Wees daarom niet verbaasd als iemand twintig jaar lang een vraag aan tweeduizend mensen vraagt en tweeduizend antwoorden krijgt. Dat betekent niet dat het antwoord dat hij krijgt hem niet tevredenstelt, het betekent slechts dat hij geen antwoord wil hebben. Hij wil alleen maar de vraag koesteren.
Als een mysticus iets voor zich in de ruimte ziet, ziet hij dat dan in de drie-dimensionele ruimte of in een ruimte van meer dimensies? Deze ruimte van drie dimensies wordt gereflecteerd door de ruimte die zich in de innerlijke dimensie bevindt. Deze innerlijke dimensie is anders, die behoort niet tot de objectieve wereld; maar wat er zich in de innerlijke dimensie bevindt wordt ook gereflecteerd in de drie-dimensionele ruimte. Dus wat de mysticus in de ruimte ziet is in werkelijkheid iets wat zich van binnen bevindt; wanneer een mysticus zijn ogen sluit ziet hij het van binnen; maar wanneer hij zijn ogen opent ziet hij het voor zich. Datgene wat hij binnenin zichzelf ziet wordt gereflecteerd in de uiterlijke ruimte. Wanneer ieder ander van zijn of haar eigen twee handen afhankelijk is om iets te maken of iets klaar te maken ziet de mysticus dat de tijd ze klaarmaakt; en daarom zijn tijd en ruimte de handen en voeten van de mysticus. Hij klimt door de ruimte en volbrengt door de tijd.
Net zoals er voor alles een tijd is en net zoals er voor de natuur een vastgestelde tijd is om zich te manifesteren, is er een tijd voor elke gebeurtenis. Geluk, pech, stijging, daling, gezondheid, ziekte, succes en falen hangen allemaal af van een bepaalde tijd. Er is zowel voor elk seizoen als voor elke ervaring een tijd. En aangezien er een tijd voor geboorte is is er ook een tijd voor de dood. Elke gedachte, elke handeling en elke omstandigheid heeft een geboorte en een dood en elk heeft een vastgestelde tijd. En wanneer je overtuigd bent geraakt van het feit dat elke gebeurtenis door de tijd wordt voorgebracht en op een bepaalde tijd wordt vastgesteld dan ontwikkel je als vanzelf geloof en geloof je vervolgens dat datgene wat vandaag niet wordt gerealiseerd morgen, of op een dag, gerealiseerd zal worden.
De grote schaduwzijde die we tegenwoordig in de mensheid vinden is haar gebrek aan geduld. Als mensen meteen iets kunnen volbrengen dan is het goed, maar als ze dat niet kunnen dan denken ze dat het niet gedaan kan worden. Iets kan alleen maar gedaan worden als het snel gedaan kan worden, als het niet zo snel als je verwacht gedaan kan worden betekent dit dat het überhaupt niet gedaan kan worden. Er zijn tegenwoordig duizenden mensen die al een falen accepteren nog voordat dat duidelijk is, omdat ze geen geduld hebben om op succes te wachten. Hoewel succes voorbereid kan worden, hebben ze toch zo´n haast dat ze nog liever een succes veranderen in falen dan dat ze erop wachten; de reden hiervoor is dat dit mysterie, wat het mysterie van de mystici is – dat alles van een bepaalde tijd afhangt – door de meeste mensen wordt vergeten.
De tijd maakt gebruik van omstandigheden om bepaalde resultaten voort te brengen. En heel vaak is een schijnbaar slechte omstandigheid een goede zaak aan het voorbereiden en kan een goede omstandigheid een slecht resultaat aan het voorbereiden zijn. Daarom vergist iemand die alleen maar op objectieve fenomenen vertrouwt zich frequent, wordt hij misleid. De mysticus ziet in zowel de tegenwerkende als gunstige omstandigheden datgene wat er staat te gebeuren. Hij doet dit doordat hij gelooft in de handeling van tijd en ruimte en door te geloven dat er niet zoiets bestaat als een samenloop van omstandigheden of toeval. We noemen iets slechts een samenloop van omstandigheden of toeval omdat we ons niet bewust zijn van waar een handeling is gestart, omdat we ons niet bewust zijn van datgene wat het teweeg heeft gebracht en omdat we ons niet bewust zijn van datgene wat aan het voorbereiden is. In werkelijkheid is er niet zoiets. Elke gebeurtenis, of die nu door onze wil of door een hogere wil komt, wordt voorbereid, wordt door wijsheid geleid. Als die niet door onze individuele wil wordt geleid dan wordt die door een grotere wijsheid geleid en brengt die een groter resultaat teweeg. De mysticus wacht derhalve dat resultaat af dat via verschillende omstandigheden door de tijd en de ruimte wordt voorgebracht.
Voor de goddelijke mind bestaan tijd en ruimte en toch ook niet. Voor een groots mysticus is geluid de adem van muziek en om muziek te spelen of te componeren dient hij toch geluid in verschillende toonhoogten en noten te verdelen en dat produceert schoonheid. De goddelijke mind is ook geïnteresseerd in deze compositie, deze muziek van de gehele schepping; daarom ligt in de verdeling van tijd en ruimte het geheim van de gehele manifestatie. Als de goddelijke mind niet geïnteresseerd zou zijn in de manifestatie dan zou God niet de Schepper zijn geweest; God is de Schepper vanwege de interesse van de goddelijke mind in de schepping.
Dit voert ons naar de kwestie van het woord en de stilte. De mysticus beseft de kracht van het woord en tegelijkertijd de grootsheid van de stilte. Het woord kan veel doen, maar er kan nog meer worden volbracht door de stilte. Er zijn grootse fenomenen voortgebracht door die mystici die de kracht van het woord kennen en weten hoe ze die moeten gebruiken, maar er worden door hen via de grootsheid van hun stilte zelfs nog grootsere wonderen verricht.
Het leven is het antwoord op de vraag van de mysticus. Met elke vraag die er in het hart van de mysticus opkomt hoeft hij maar naar het leven dat zich voor zijn ogen afspeelt te kijken en dan zal dat hem antwoorden. Zelfs een vraag over de een of andere zaak of handel wordt aan de mysticus onthuld doordat hij alleen maar naar een boom kijkt. Er is iemand aan het lachen, er is iemand aan het huilen, er is iemand aan het praten, er is iemand aan het werken en elk van deze handelingen is voor de mysticus een antwoord op datgene waar hij informatie over zoekt. Zodra er een geluid zijn oren bereikt, zodra zijn blik op het een of ander voorwerp, de een of andere omstandigheid of op het een of andere individu valt komt het antwoord op de vraag die in zijn hart is opgekomen naar hem toe. De mysticus hoeft niet naar een handlijnkunidge te gaan om te vragen wat er staat te gebeuren, hij is niet op zoek naar mensen die hem naar de mond praten, de mysticus hoeft geen horoscoop te raadplegen. Het gehele leven en alles waarnaar hij kijkt is het antwoord op zijn vraag. En als hij niet naar de objectieve wereld wil kijken dan hoeft hij alleen maar zijn ogen dicht te doen en het antwoord binnenin zichzelf te vinden. Het objectieve antwoord is in de uiterlijke wereld op hem aan het wachten en het antwoord vanuit de innerlijke stem is van binnen op hem aan het wachten. Hij heeft dus twee manieren tot zijn beschikking om een antwoord op zijn vraag te ontvangen. Verbaast het je dan nog als een mysticus zijn mond dichtdoet en jarenlang aan een stuk met niemand spreekt? Waarom zou hij met iemand praten? Wat zou hij moeten vragen? Er valt niets te vragen.
In verschillende tijdperken en in verschillende landen hebben mensen methoden gebruikt zoals willekeurig in de geschriften kijken om het antwoord op hun vraag te vinden of kaarten te raadplegen of in een theekopje kijken en dergelijke bijgeloven: alles wat ook maar iets bij hen oproept zoals het zien van een zwarte kat, een schildpad of een slang of het horen van het geluid van een bepaalde vogel die iets voorspelt. De mysticus heeft dit alles niet nodig. Alles geeft aldoor antwoorden op zijn vragen aan het geven. Het leven is zulk een mysterie dat er een moment aanbreekt waarop wij beginnen te zien dat elke handeling, alles wat er gaande is, een antwoord is op datgene wat er binnenin onszelf gaande is. Iemand is bijvoorbeeld op straat aan het lopen en is aan het nadenken over zijn zaak of over huiselijke aangelegenheden en plotseling wordt er ergens een paard weerspannig en maakt de koets kapot die het aan het trekken is en maakt de koetsier van streek. Nu zijn dit twee verschillende dingen. Degene die over iets aan het nadenken is en het paard waarmee hij niets te maken laat de koets kapseizen. Het is een totaal ander iets, maar tegelijkertijd is voor de mysticus alles met elkaar verbonden; er is geen omstandigheid die losgekoppeld is van een andere omstandigheid. Elke omstandigheid heeft een analogie, een relatie met een andere omstandigheid, omdat er voor de mysticus geen verdeeld leven bestaat; er bestaat slechts één leven, een Wezen en een mechanisme dat aan de gang is. En daarom is een mechanisme altijd aan de gang in relatie met een ander mechanisme. Hoe verschillend en losgekoppeld ze ook lijken te zijn, ze zijn niet losgekoppeld. Je moet dit alleen leren zien en dan wordt alles aan je geopenbaard. Maar teneinde dit te zien dien je eerst het mystieke oog te openen.
Wat voor vragen moet de mysticus stellen? Hoe grootser de mysticus, hoe minder vragen hij heeft. Hoe verder hij op het pad gaat, hoe minder zijn vragen worden. Want hoe meer vragen je hebt, hoe on-mystieker je bent, omdat vragen vaak geboren worden uit de rusteloosheid van de mind. De rusteloze mind wil ergens een antwoord vinden en wanneer er meer vrede komt worden de vragen minder. Hoe dichter je bij vrede komt, hoe minder je vragen zullen zijn. Door vrede te vinden, door licht te vinden, door harmonie en vreugde te vinden, worden vragen tot niets teruggebracht. Er is er niet langer de een of andere vraag. Zodra de mysticus deze fase heeft bereikt waarin er geen vragen zijn dan wordt hij zelf het antwoord op elke vraag.
Ik wilde ooit een vriend meenemen om mijn murshid te ontmoeten. Deze vriend was een zeer materialistische man, rusteloos, pessimistisch, twijfelend en sceptisch. En ik drong er elke dag bij hem op aan om mijn murshid te ontmoeten. ´Maar´, zo vroeg hij, ´wat kan hij voor me doen?´ Ik antwoordde: ´Je kunt hem iets vragen.´ Hij zei: ´Ik heb twintigduizend vragen te stellen, wanneer zou hij die kunnen beantwoorden?´ Ik zei: ´Je kunt een of twee van die twintigduizend vragen stellen, dat is al iets.´Nou goed,´zei hij, ´ik zal wel zien.´ En inderdaad kwam hij een tijdje later langs, maar zodra hij in de aanwezigheid van mijn murshid kwam vergat hij elke vraag en wist hij niet wat hij moest vragen. Hij zat er kalm bij, in de ban geraakt en ademde de atmosfeer van de aanwezigheid van de meester in; hij had geen verlangen een vraag te stellen. En na het samenzijn, toen we het huis van mijn murshid aan het verlaten waren, begon hij weer de behoefte te voelen om twintigduizend vragen te stellen, dit keer aan mij en toen ik hem vroeg waarom hij ze daar was vergeten antwoordde hij slechts: ´Ik begrijp niet waarom.´
Waar komen vragen vandaan? Heel vaak komen ze uit de rusteloosheid van de mind vandaan. En bevredigt een antwoord ze? Nooit. Tijdens mijn reizen ging ik drie keer naar San Francisco en elke keer zag ik een dame die me altijd dezelfde vraag stelde. En elke keer antwoordde ik haar en elke keer wanneer ik weer kwam stelde ze me dezelfde vraag. Dit betekende dat er vijftien jaar lang een vraag was en dat er vijftien jaar lang een antwoord was, maar dat antwoord werd nooit gehoord. Het ging het ene oor in en het andere oor uit; en de vraag bleef altijd bestaan. Een vraag is een levend wezen en dat wil niet sterven; het antwoord doodt het en daarom houden de goedgezinde zielen die de vraag wensen te koesteren het antwoord verre van zich, hoewel de vraag schreeuwt om een antwoord. Wees daarom niet verbaasd als iemand twintig jaar lang een vraag aan tweeduizend mensen vraagt en tweeduizend antwoorden krijgt. Dat betekent niet dat het antwoord dat hij krijgt hem niet tevredenstelt, het betekent slechts dat hij geen antwoord wil hebben. Hij wil alleen maar de vraag koesteren.
15. Het afstemmen van de spirit
Er zijn twee kanten waar je naar kunt kijken: een van deze kanten bevindt zich voor onze ogen en de andere kant bevindt zich binnen in ons. De eerste stap van de mysticus is te kant te zien die zich voor zijn ogen bevindt en zijn tweede stap is om naar de kant te kijken die zich binnenin hem bevindt. De eerste manier van kijken, die de mineur- of de kleinere ontwikkeling is, is de manier van kijken van de adept. En de andere manier van kijken, de majeur- of de grotere ontwikkeling of fase is, is de manier van kijken van de mysticus.
Wanneer mensen het spirituele pad nemen beginnen ze zich te interesseren in psychologie, occultisme of een of ander onderwerp, gelovend dat dat hetzelfde is als mystiek of esoterie. Ware mystiek of esoterie begint echter eenvoudigweg met de eerste stap, met het naar buiten kijken. En waar kijkt men dan daar buiten naar? Naar twee zaken. De ene is dat iemand zichzelf afvraagt hoe alles wat hij ziet hem raakt en wat zijn reactie op alles is. Hij vraagt zich af hoe reageert zijn spirit op de objecten of de omstandigheden die hij tegenkomt, op de geluiden die hij hoort en op de woorden die mensen tegen hem zeggen. En de tweede zaak is te zien welk effect hij zelf op objecten, omstandigheden en individuen heeft wanneer hij ermee in contact komt.
Je dient rechtvaardig te zijn om in staat te zijn deze zaken te analyseren. Als je dat niet kunt dan kan het zijn dat je altijd naar de dingen blijft kijken in het licht van wat jou ten goede komt en anderen niet. We horen veel mensen zeggen: ´Die persoon heeft een slechte invloed op me´, maar niemand zegt: ´Ik heb een slechte invloed op die persoon´. De meeste mensen denken dat ieder ander verkeerd en slecht is en dat alles wat ongewenst is zich in ieder ander bevindt behalve in zichzelf, maar rechtvaardig worden is het proces van het adept-worden, een adept die zich aan het ontwikkelen is in een mysticus.
Hierna komt het innerlijke proces, het naar binnen kijken. En dit is een uiterst wonderbaarlijk proces. Zodra iemand in staat is om naar zijn spirit te kijken wordt hij opnieuw geboren. Het is een nieuw leven. Door naar je spirit te kijken kun je analyseren hoe alles wat je zegt, denkt, voelt en doet doorwerkt op je spirit en ook hoe de spirit reageert. Op deze manier wordt je leven steeds meer geanalyseerd. Het lijkt als het karnen van je spirit en door dit karnen breng je de room van de spirit te voorschijn en die room is wijsheid. Het verschil tussen de wijze en de dwaas ligt slecht hierin dat de dwaas naar een ander kijkt terwijl de wijze daarentegen naar zichzelf kijkt. Bovendien is het uiterst wonderbaarlijk om te zien hoe iemand die zelf het meest vol met fouten zit veel fouten in anderen ziet. Omdat hij naar anderen kijkt is hij nog niet in staat geweest om naar zichzelf te kijken, maar zodra hij naar zichzelf begint te kijken kijkt hij niet meer naar anderen; hij heeft dan in zichzelf zo veel om naar te kijken dat hij daar zijn beide handen vol aan heeft.
Er sterven talloze zielen zonder dat ze ooit tot deze ervaring zijn gekomen. Zij denken er nooit over na. Tegelijkertijd zijn er verfijnde zielen die nogal jong kunnen zijn en toch al die perceptie hebben. En elke keer wanneer er deze perceptie is is er de levende spirit, zelfs als je het in een klein kind vindt. Dat kind is dan net zo oud als zijn opa, het is een ´oude ziel´ zoals een kind dat wijsheid, diepte en subtiliteit laat zien in het Oosten wordt genoemd. Met ´oud´ wordt bedoeld dat het meer ervaring laat zien. Er is weinig tijd voor nodig om iemand in deze betekenis oud te maken. Veel mensen worden in heel korte tijd oud. Er zijn mensen die vanaf hun kindertijd laten zien dat ze oude zielen zijn. Zij doen uitingen van grote wijsheid, alsof ze al honderden jaren lang ervaring op aarde hebben gehad. En soms kunnen mensen van een vergevorderde leeftijd als een kind dingen denken, voelen en zeggen. Dit laat zien dat de leeftijd van de ziel niet correspondeert met de tijd vanaf het moment van de geboorte van de persoon op dit bestaansniveau.
De ziel die haar eigen spirit kan analyseren is sprankelend, want het is die ziel die zichzelf en anderen zal trainen. Maar de ziel die haar eigen spirit niet kan analyseren kan anderen niet trainen. De spirit in de juiste conditie houden is net zo moeilijk zo niet moeilijker als het cultiveren van een delicate plant in een broeikas, waar een beetje meer zon die kan verpesten, een beetje meer water die kan vernietigen, een beetje meer lucht er slecht voor is. De spirit is zelfs delicater dan dat. Een lichte schaduw van misleiding, slechts een gevoel van oneerlijkheid, een vleugje hypocrisie kan hem al verpesten. Als vrees hem raakt, als twijfel hem door elkaar schudt, als boosheid hem diep in zijn wortel raakt dan wordt hij verpest. En hoe delicater de spirit is, hoe delicater de zorg is die hij behoeft. Hij dient zorgvuldig beschermd te worden in de broeikas. Het minste vleugje van smaad, de kleinste belediging die waar ook maar vandaan komt, kan hem vermoorden. De mens even buiten beschouwing gelaten kan de spirit van een paard op dezelfde dag sterven als waarop hij de zweep voelt. Wanneer de zweep eenmaal op de spirit is terechtgekomen dan kan hij verdwenen zijn. Ongetwijfeld is ´killing the spirit´ slechts een wijze van spreken, de spirit wordt nooit vermoord en toch is het voor de spirit die op de wijze zoals hier aangeduid is vermoord erger dan de dood. De dood is te prefereren. Het leven verliest alle interesse wanneer de spirit eenmaal dood is. Het is beter dat de persoon sterft en niet de spirit.
Niettemin is de spirit goddelijk en eeuwig en hij kan altijd hersteld worden als je de sleutel daartoe maar kent. En wat is deze sleutel? Als dit zou worden verteld wat zou er dan overblijven? Het is niet gemakkelijk om deze sleutel te vinden. Het is niet gemakkelijk om de gebroken spirit te herstellen, niet iedereen is in staat om zijn spirit te verheffen wanneer die eenmaal is gevallen, want dan is hij zwaarder dan een berg om op te tillen. Maar wat je erover kunt zeggen is dat er slechts een sleutel bestaat, de eerste en de laatste en dat die te vinden is in het zoeken naar het koninkrijk van God. Die sleutel als een tegengif en helpt je door je spirit af te stemmen, door jezelf in harmonie te brengen en jezelf in ritme te brengen. Als dit wordt gecombineerd met wijsheid is dat nog beter. Dat is de reden waarom iemand op zoek is naar een leraar op het pad van wijsheid, opdat de leraar hem gidst bij het vinden van de sleutel.
Er bestaat een delicaatheid in vriendschap, in alle soorten relatie. Er bestaat delicaatheid in het ontmoeten van mensen. Als die delicate draad wordt beschadigd of overboord wordt gegooid dan gaat er iets fout. Er bestaat geen delicater systeem dan de spirit van de mens. Hoe voorzichtig is men niet met zijn electrische systeem! Er wordt en een vergrootglas naar elk klein draadje gekeken en elk onderdeeltje ervan wordt zo zorgvuldig beschermd en zo schoon gehouden dat er geen roest op kan komen; niemand mag het aanraken! Tegelijkertijd heeft de mens geen eerbied voor zijn spirit, die het delicaatste systeem van alles is. Wanneer dat eenmaal fout gaat komt het nooit meer goed. En het is voor de spirit heel gemakkelijk om verkeerd te gaan, terwijl het uiterst moeilijk is om die weer te herstellen. Voor andere systemen kunnen we reserve-onderdelen aanschaffen, maar niet voor dit systeem wanneer het eenmaal kapot is, wanneer er eenmaal iets van kwijt is. En als je eens denkt aan alle ziekten en onaangename ervaringen van het uiterlijke leven, hoe staat het dan met de spirit? Wanneer de spirit eenmaal is verstoord dan wordt voor diegene het gehele universum verstoord.
Wat er, heel vaak onbewust, gebeurt is dat er vrienden zijn die elkaar zeer zijn toegewijd en dat er dan vervolgens iets in het systeem fout gaat. Wellicht weet geen van beiden dit, maar onbewust wordt dan de spirit van hun vriendschap vernietigd. En het is heel moeilijk om die weer te lijmen. Dan is er geen vreugde van vriendschap meer. Vriendschap duurt net zolang als de delicate draad bestaat, zolang het systeem op gepaste wijze funktioneert. Bovendien stellen alle uiterlijke dingen van het leven zoals geld, macht, positie of comfort niets voor vergeleken met de conditie van je spirit. Als de spirit wordt verstoord dan heeft geen van deze zaken nog enige waarde; het is dan allemaal verloren.
Er is een verhaal over een koning die op een dag een drager bij zich riep en hem iets opdroeg en nadat hij hem die opdracht had gegeven ging hij naar zijn kamer en ondertekende hij zijn troonsafstand. Zijn wazirs vroegen hem waarom hij dit deed, wat er verkeerd was gegaan. Hij antwoordde: ´Toen ik die drager mijn opdracht gaf zag ik door zijn gelaatsuitdrukking dat hij die niet op dezelfde manier in ontvangst nam dan tot dat moment. Dus moet er iets fout zijn gegaan in mijn spirit. Ik moest maar niet meer de staatsaangelegenheden regelen´. Het duurt lang om geschikt te zijn en het duurt maar een tel om ongeschikt te raken. Het is uiterst moeilijk om de spirit weer onder controle te krijgen en hem te laten werken zoals die dat zou moeten doen, de kleinste dingen kunnen hem in verwarring brengen. Denk maar eens aan de hoeveelheid onderdelen die er nodig zijn om een horloge te laten lopen en hoe gemakkelijk het is om het horloge te laten vallen en te vernietigen.
Er zijn wat mensen die geen spirit hebben. Dat wil zeggen van wie de spirit nog steeds begraven ligt. Zij malen er niet om, zij zijn helemaal gelukkig, hoewel ze niet weten wat werkelijk geluk behelst. Voor anderen echter die zich heel goed bewust zijn van hun spirit bestaat er niets moeilijkers dan die spirit in de juiste conditie te houden. Toch is er geen offer te groot en is alles wat we maar kunnen doen nog te weinig om de spirit afgestemd te houden. De mysticus traint derhalve zijn spirit. Het is de training van zijn eigen spirit die de mens in staat stelt om de zielen te helpen die naar hem toe komen.
Het verhaal van Ayaz geeft ons hier een voorbeeld van. Dat is de manier om de spirit af te stemmen: hem te reinigen, te zuiveren, te vernederen en te kneden en alles wat hem maar zou kunnen bezoedelen uit te wissen en hem hoog te verheffen. Alles wat er maar nodig is dient ermee te worden gedaan. En het is niet gemakkelijk om met de spirit om te gaan. Velen die niet weten hoe ze met de spirit om moeten gaan maken hem kapot, net zoals kinderen hun speelgoed kapot maken en wat blijft er over wanneer de spirit eenmaal vernield is? Je zou in gedachten dienen te houden dat de grootheid of de kleinheid of het geluk of de verkniptheid allemaal effecten zijn die voortkomen uit de conditie van de spirit. We zijn net zo groot als onze spirit, we zijn net zo ruim als onze spirit, we zijn net zo laag als onze spirit, we zijn net zo klein als onze spirit; de spirit kan ons maken tot wat we allemaal zijn.
Waarlijk, als er iets noodzakelijker is dan wat dan ook dan is het wel het in staat zijn je spirit af te stemmen.
Wanneer mensen het spirituele pad nemen beginnen ze zich te interesseren in psychologie, occultisme of een of ander onderwerp, gelovend dat dat hetzelfde is als mystiek of esoterie. Ware mystiek of esoterie begint echter eenvoudigweg met de eerste stap, met het naar buiten kijken. En waar kijkt men dan daar buiten naar? Naar twee zaken. De ene is dat iemand zichzelf afvraagt hoe alles wat hij ziet hem raakt en wat zijn reactie op alles is. Hij vraagt zich af hoe reageert zijn spirit op de objecten of de omstandigheden die hij tegenkomt, op de geluiden die hij hoort en op de woorden die mensen tegen hem zeggen. En de tweede zaak is te zien welk effect hij zelf op objecten, omstandigheden en individuen heeft wanneer hij ermee in contact komt.
Je dient rechtvaardig te zijn om in staat te zijn deze zaken te analyseren. Als je dat niet kunt dan kan het zijn dat je altijd naar de dingen blijft kijken in het licht van wat jou ten goede komt en anderen niet. We horen veel mensen zeggen: ´Die persoon heeft een slechte invloed op me´, maar niemand zegt: ´Ik heb een slechte invloed op die persoon´. De meeste mensen denken dat ieder ander verkeerd en slecht is en dat alles wat ongewenst is zich in ieder ander bevindt behalve in zichzelf, maar rechtvaardig worden is het proces van het adept-worden, een adept die zich aan het ontwikkelen is in een mysticus.
Hierna komt het innerlijke proces, het naar binnen kijken. En dit is een uiterst wonderbaarlijk proces. Zodra iemand in staat is om naar zijn spirit te kijken wordt hij opnieuw geboren. Het is een nieuw leven. Door naar je spirit te kijken kun je analyseren hoe alles wat je zegt, denkt, voelt en doet doorwerkt op je spirit en ook hoe de spirit reageert. Op deze manier wordt je leven steeds meer geanalyseerd. Het lijkt als het karnen van je spirit en door dit karnen breng je de room van de spirit te voorschijn en die room is wijsheid. Het verschil tussen de wijze en de dwaas ligt slecht hierin dat de dwaas naar een ander kijkt terwijl de wijze daarentegen naar zichzelf kijkt. Bovendien is het uiterst wonderbaarlijk om te zien hoe iemand die zelf het meest vol met fouten zit veel fouten in anderen ziet. Omdat hij naar anderen kijkt is hij nog niet in staat geweest om naar zichzelf te kijken, maar zodra hij naar zichzelf begint te kijken kijkt hij niet meer naar anderen; hij heeft dan in zichzelf zo veel om naar te kijken dat hij daar zijn beide handen vol aan heeft.
Er sterven talloze zielen zonder dat ze ooit tot deze ervaring zijn gekomen. Zij denken er nooit over na. Tegelijkertijd zijn er verfijnde zielen die nogal jong kunnen zijn en toch al die perceptie hebben. En elke keer wanneer er deze perceptie is is er de levende spirit, zelfs als je het in een klein kind vindt. Dat kind is dan net zo oud als zijn opa, het is een ´oude ziel´ zoals een kind dat wijsheid, diepte en subtiliteit laat zien in het Oosten wordt genoemd. Met ´oud´ wordt bedoeld dat het meer ervaring laat zien. Er is weinig tijd voor nodig om iemand in deze betekenis oud te maken. Veel mensen worden in heel korte tijd oud. Er zijn mensen die vanaf hun kindertijd laten zien dat ze oude zielen zijn. Zij doen uitingen van grote wijsheid, alsof ze al honderden jaren lang ervaring op aarde hebben gehad. En soms kunnen mensen van een vergevorderde leeftijd als een kind dingen denken, voelen en zeggen. Dit laat zien dat de leeftijd van de ziel niet correspondeert met de tijd vanaf het moment van de geboorte van de persoon op dit bestaansniveau.
De ziel die haar eigen spirit kan analyseren is sprankelend, want het is die ziel die zichzelf en anderen zal trainen. Maar de ziel die haar eigen spirit niet kan analyseren kan anderen niet trainen. De spirit in de juiste conditie houden is net zo moeilijk zo niet moeilijker als het cultiveren van een delicate plant in een broeikas, waar een beetje meer zon die kan verpesten, een beetje meer water die kan vernietigen, een beetje meer lucht er slecht voor is. De spirit is zelfs delicater dan dat. Een lichte schaduw van misleiding, slechts een gevoel van oneerlijkheid, een vleugje hypocrisie kan hem al verpesten. Als vrees hem raakt, als twijfel hem door elkaar schudt, als boosheid hem diep in zijn wortel raakt dan wordt hij verpest. En hoe delicater de spirit is, hoe delicater de zorg is die hij behoeft. Hij dient zorgvuldig beschermd te worden in de broeikas. Het minste vleugje van smaad, de kleinste belediging die waar ook maar vandaan komt, kan hem vermoorden. De mens even buiten beschouwing gelaten kan de spirit van een paard op dezelfde dag sterven als waarop hij de zweep voelt. Wanneer de zweep eenmaal op de spirit is terechtgekomen dan kan hij verdwenen zijn. Ongetwijfeld is ´killing the spirit´ slechts een wijze van spreken, de spirit wordt nooit vermoord en toch is het voor de spirit die op de wijze zoals hier aangeduid is vermoord erger dan de dood. De dood is te prefereren. Het leven verliest alle interesse wanneer de spirit eenmaal dood is. Het is beter dat de persoon sterft en niet de spirit.
Niettemin is de spirit goddelijk en eeuwig en hij kan altijd hersteld worden als je de sleutel daartoe maar kent. En wat is deze sleutel? Als dit zou worden verteld wat zou er dan overblijven? Het is niet gemakkelijk om deze sleutel te vinden. Het is niet gemakkelijk om de gebroken spirit te herstellen, niet iedereen is in staat om zijn spirit te verheffen wanneer die eenmaal is gevallen, want dan is hij zwaarder dan een berg om op te tillen. Maar wat je erover kunt zeggen is dat er slechts een sleutel bestaat, de eerste en de laatste en dat die te vinden is in het zoeken naar het koninkrijk van God. Die sleutel als een tegengif en helpt je door je spirit af te stemmen, door jezelf in harmonie te brengen en jezelf in ritme te brengen. Als dit wordt gecombineerd met wijsheid is dat nog beter. Dat is de reden waarom iemand op zoek is naar een leraar op het pad van wijsheid, opdat de leraar hem gidst bij het vinden van de sleutel.
Er bestaat een delicaatheid in vriendschap, in alle soorten relatie. Er bestaat delicaatheid in het ontmoeten van mensen. Als die delicate draad wordt beschadigd of overboord wordt gegooid dan gaat er iets fout. Er bestaat geen delicater systeem dan de spirit van de mens. Hoe voorzichtig is men niet met zijn electrische systeem! Er wordt en een vergrootglas naar elk klein draadje gekeken en elk onderdeeltje ervan wordt zo zorgvuldig beschermd en zo schoon gehouden dat er geen roest op kan komen; niemand mag het aanraken! Tegelijkertijd heeft de mens geen eerbied voor zijn spirit, die het delicaatste systeem van alles is. Wanneer dat eenmaal fout gaat komt het nooit meer goed. En het is voor de spirit heel gemakkelijk om verkeerd te gaan, terwijl het uiterst moeilijk is om die weer te herstellen. Voor andere systemen kunnen we reserve-onderdelen aanschaffen, maar niet voor dit systeem wanneer het eenmaal kapot is, wanneer er eenmaal iets van kwijt is. En als je eens denkt aan alle ziekten en onaangename ervaringen van het uiterlijke leven, hoe staat het dan met de spirit? Wanneer de spirit eenmaal is verstoord dan wordt voor diegene het gehele universum verstoord.
Wat er, heel vaak onbewust, gebeurt is dat er vrienden zijn die elkaar zeer zijn toegewijd en dat er dan vervolgens iets in het systeem fout gaat. Wellicht weet geen van beiden dit, maar onbewust wordt dan de spirit van hun vriendschap vernietigd. En het is heel moeilijk om die weer te lijmen. Dan is er geen vreugde van vriendschap meer. Vriendschap duurt net zolang als de delicate draad bestaat, zolang het systeem op gepaste wijze funktioneert. Bovendien stellen alle uiterlijke dingen van het leven zoals geld, macht, positie of comfort niets voor vergeleken met de conditie van je spirit. Als de spirit wordt verstoord dan heeft geen van deze zaken nog enige waarde; het is dan allemaal verloren.
Er is een verhaal over een koning die op een dag een drager bij zich riep en hem iets opdroeg en nadat hij hem die opdracht had gegeven ging hij naar zijn kamer en ondertekende hij zijn troonsafstand. Zijn wazirs vroegen hem waarom hij dit deed, wat er verkeerd was gegaan. Hij antwoordde: ´Toen ik die drager mijn opdracht gaf zag ik door zijn gelaatsuitdrukking dat hij die niet op dezelfde manier in ontvangst nam dan tot dat moment. Dus moet er iets fout zijn gegaan in mijn spirit. Ik moest maar niet meer de staatsaangelegenheden regelen´. Het duurt lang om geschikt te zijn en het duurt maar een tel om ongeschikt te raken. Het is uiterst moeilijk om de spirit weer onder controle te krijgen en hem te laten werken zoals die dat zou moeten doen, de kleinste dingen kunnen hem in verwarring brengen. Denk maar eens aan de hoeveelheid onderdelen die er nodig zijn om een horloge te laten lopen en hoe gemakkelijk het is om het horloge te laten vallen en te vernietigen.
Er zijn wat mensen die geen spirit hebben. Dat wil zeggen van wie de spirit nog steeds begraven ligt. Zij malen er niet om, zij zijn helemaal gelukkig, hoewel ze niet weten wat werkelijk geluk behelst. Voor anderen echter die zich heel goed bewust zijn van hun spirit bestaat er niets moeilijkers dan die spirit in de juiste conditie te houden. Toch is er geen offer te groot en is alles wat we maar kunnen doen nog te weinig om de spirit afgestemd te houden. De mysticus traint derhalve zijn spirit. Het is de training van zijn eigen spirit die de mens in staat stelt om de zielen te helpen die naar hem toe komen.
Het verhaal van Ayaz geeft ons hier een voorbeeld van. Dat is de manier om de spirit af te stemmen: hem te reinigen, te zuiveren, te vernederen en te kneden en alles wat hem maar zou kunnen bezoedelen uit te wissen en hem hoog te verheffen. Alles wat er maar nodig is dient ermee te worden gedaan. En het is niet gemakkelijk om met de spirit om te gaan. Velen die niet weten hoe ze met de spirit om moeten gaan maken hem kapot, net zoals kinderen hun speelgoed kapot maken en wat blijft er over wanneer de spirit eenmaal vernield is? Je zou in gedachten dienen te houden dat de grootheid of de kleinheid of het geluk of de verkniptheid allemaal effecten zijn die voortkomen uit de conditie van de spirit. We zijn net zo groot als onze spirit, we zijn net zo ruim als onze spirit, we zijn net zo laag als onze spirit, we zijn net zo klein als onze spirit; de spirit kan ons maken tot wat we allemaal zijn.
Waarlijk, als er iets noodzakelijker is dan wat dan ook dan is het wel het in staat zijn je spirit af te stemmen.
14. De verwerkelijking van het ware ego
Het proces van mystieke ontwikkeling is de vernietiging van het valse ego in het ware ego. Soefis noemen het valse ego Nafs en het ware ego Allah of God. Het is niet zo dat het valse ego ons ego is en het ware ego het ego van God, maar dat het ware ego, dat het ego van de Heer is, in ons een vals ego is geworden. Je zou je af kunnen vragen hoe iets wat waar is vals kan worden, maar vals en waar zijn relatieve begrippen. In werkelijkheid is alles waar en niets vals. Wanneer we iets vals noemen dan betekent dat dat het minder waar is in vergelijking met datgene wat meer waar is. De werkelijkheid is verward geraakt. De ziel, die van de hoogste bron af komt maar zichzelf met een kleiner gebied heeft geïdentificeerd, namelijk het gebied van het lichaam en de mind, heeft in zichzelf een vals idee over haarzelf opgevat; en dit valse idee wordt Nafs genoemd.
Het ego verschijnt in een ieder op verschillende niveaus van intensiteit. Waar het het meest intens is verschijnt de persoon als een egoïstische persoon, degene in wie het minder geprononceerd is lijkt onzelfzuchtig te zijn. Het valse ego wordt met zijn grotere intensiteit niet alleen moeilijk voor anderen, maar vooral voor degene zelf. De leeuw is niet alleen wreed voor andere dieren, maar hij is zelf ook rusteloos vanwege de intensiteit en kracht van zijn ego, terwijl het lam daarentegen minder moeilijk is voor anderen en daarom niet moeilijk voor zichzelf is. Uit het valse ego wordt allerlei zorg en kwelling, bedrog en bedriegerij en wreedheid en tirannie geboren.
In zijn intensiteit raakt het ego blind, blind voor rechtvaardigheid. Een intens ego is ook verstoken van leven en daarom van liefde. Degene die van zichzelf houdt kan niet van anderen houden. Een merkwaardige truck van het ego is dat de egoïst in ieder ander een geprononceerd ego ziet. Hij is constant aan het denken: ´Waarom heeft deze persoon zo´n mooie kleren?´, ´Waarom heeft hij een hogere rang dan ik?´ ´Waarom is hij gedistingeerder dan anderen?´ Hij ziet een ander altijd als iemand die iets heeft wat hij niet zou moeten hebben. En door deze truck laat het valse ego hem geloven dat anderen egoïstisch zijn terwijl het daarentegen hijzelf is die het meest egoïstisch is omdat zijn ego wordt gekwetst bij het zien van het ego van de ander.
Alle methoden waarmee de mensheid probeert betere omstandigheden voort te brengen falen als de psychologie van het ego niet wordt bestudeerd. Bijna niemand schenkt er enige aandacht aan. Bij het werken aan de constructie van een nieuwe beschaving worden er veel pogingen gedaan zonder rekening te houden met dit belangrijkste levensgeheim en in naam van de reconstructie vindt er heel veel wreedheid plaats. Toch denken allen dat ze het voor de bestwil van de mensheid doen. Geen enkel vals ego echter kan ooit iets voor de bestwil van de mensheid doen. Iemand die boven het valse ego is uitgestegen kan veel meer doen voor het welzijn van de mensheid dan duizend mensen die verblind zijn door hun valse ego pretenderend dat ze goed doen. Vandaag de dag treden er veel mensen op de voorgrond zonder er eerst eens goed over na te denken en zeggen dat ze iets goeds voor de mensheid willen doen. En iedereen heeft zijn eigen manier van doen. Dit kan vreemd lijken maar toch zien we er duizenden voorbeelden van wanneer we met open ogen naar het leven kijken. Wat passen mensen niet allemaal voor methoden toe onder het mom van reconstructie, van het brengen van iets goeds naar de wereld, van het veranderen van de levensomstandigheden! De reden hiervoor is dat ze te vroeg zijn begonnen met het verrichten van iets goeds. Je dient te weten wat vriendelijkheid is voordat je probeert vriendelijk te zijn.
De soefi´s erkennen vier fasen in de ontwikkeling van het ego. Het gewone ego wordt Ammara genoemd wat een mechanische reactie van de mind betekent, de mind die erop is ingesteld om in gelijke mate op iets te reageren: tand om tand, oog om oog.
En wanneer ofwel lijden het ego heeft ontwikkeld ofwel iemand geleerd heeft om anders in het leven te staan dan wordt hij wat de soefi´s Lauwama noemen, wat zelf-gedisciplineerd betekent. Iemand die iets terug wil zeggen maar bedenkt dat het wellicht beter zou zijn als hij dat niet zou doen of iemand die terug zou willen slaan, maar tegelijkertijd denkt: ´Het is beter het dit keer voorbij te laten gaan´, laat zien dat hij niet op mechanische wijze handelt maar door zijn wil uit te oefenen. Zelfs wanneer hij precies hetzelfde doet als de ander laat hij toch zien dat hij een wil heeft. Zijn handelen wordt geleid door zijn wil.
Wanneer het ego nog meer wordt ontwikkeld dan wordt het Mutmaina. Dit is een bepaald ritme van de mind. Een ritme waarin de mind is uitgestegen boven chaotische beweging en de mentaliteit ritmisch is geworden, een ritme waarin de reactie van de mind niet alleen maar een beheersing is, maar een vrijwillige beheersing. Deze toestand van de mind is als een kalme zee, alle agitatie die tot het ego behoort is beteugeld. Lijden is de grootste leraar van het ego en diegenen van wie de persoonlijkheid een bron van troost voor anderen, een bron van healing en verheffing is geworden, zijn die zielen van wie het ego boven alle agitatie is uitgestegen.
Wanneer het ego nog verder wordt ontwikkeld dan wordt het Salima, wat vredig betekent. Volgens de mysticus is dit voor iemand de normale toestand om in te verblijven, hoewel we niet veel normale zielen zouden vinden als we dat gezichtspunt zouden hanteren! In deze toestand ontdekken we dat de wereld niet langer een schurend effect op ons heeft, wij staan boven irritatie en de agitatie is compleet verwijderd. Vrede is niet iets wat in de buitenwereld te vinden is, vrede is iets wat zich binnen in onszelf bevindt, hoewel het onder het valse ego ligt begraven. Het valse ego is als de tombe van een levend wezen en niet de tombe van een lijk. Het levende wezen ligt begraven in deze tombe die bestaat uit de gedachten van ´ik´ en ´mijzelf´ en ´wat ik ben´ en ´waarom ik zo ben´. Het leven dat op zo´n wijze is bedekt werkt verstikkend en er is dan een natuurlijke agitatie, irritatie en onrust, want de vrede die zich in de diepten van ons wezen bevindt wil zich manifest maken aan onze blik en het ontwaken van de ziel hangt slechts af van de manifestatie van deze vrede.
Hoe veel zielen zijn er niet op zoek naar het een of andere uiterlijke iets wat hen spiritueel kan maken: dogma´s, fenomenen, experimenten, alles behalve het onderzoeken van de ziel! Hoe bereidwillig is men niet om verward te raken, om in de war gemaakt te worden, hoe blij is men niet met de raadsels van het leven, hoe tevreden is men niet als men de donkere grotten in kan gaan teneinde iets te vinden! De mens waardeert gewone woorden niet, hij wil altijd subtiliteit. Hij is blij met iets wat hij niet kan begrijpen en denkt dat dat daarom wel de mystiek moet zijn. Als men zou beseffen dat spirituele ontwikkeling afhangt van het ontwaken van het valse ego tot zijn ware bestaan, tot zijn eigen realiteit, hoe eenvoudig zou dan niet de weg naar spirituele perfecite worden! Het is niet zo dat we onze eigen moeilijkheden maken? Waar één stap nodig is zouden we honderd stappen willen zetten. Om deze reden vroegen de Hindoes eenvoudige aanbidders om niet direct de tempel in te gaan, maar om er eerst honderd keer omheen te lopen voordat ze naar binnen gingen, zodat ze voelden dat ze voldoende hadden gelopen om het recht te hebben naar binnen te mogen gaan.
Zo ziet de schildering van de menselijke natuur eruit. Het pad van de mysticus is het snelste pad juist vanwege het feit dat hij het pad van eenvoud neemt, dat hij de waarheid in gewone woorden vertelt. Maar toch, is het werkelijk zo eenvoudig als het lijkt? De schoonheid is dat er zich in de eenvoud van de mysticus de grootste subtiliteit bevindt. Soms blijkt iets wat al te grof lijkt uiteindelijk het meest verfijnde te zijn.
Geloof in God helpt je om je valse ego te verzaken. Maar om in God te geloven dient de zoeker eerst te geloven in degene die in God gelooft, in wie hij vertrouwen stelt, met andere woorden, in zijn leraar. Als je niet volledig gelooft in je leraar dan kun je nooit in God geloven. Dat is de eerste stap in het leren geloven en de tweede stap is geloven in het ideaal. Het is voor een ideaal niet nodig om op aarde in de vorm van een menselijk wezen te bestaan; dit ideaal kan zich in je hart of in je mind bevinden. En bij de derde stap kom je uit bij het geloven in God en in dat geloof verlies je jezelf, zodat God de gelovige en alles wat er is bedekt. Op deze manier bereik je de perfecte verwerkelijking van het ware ego en dat is wat de mysticus nastreeft.
Het ego verschijnt in een ieder op verschillende niveaus van intensiteit. Waar het het meest intens is verschijnt de persoon als een egoïstische persoon, degene in wie het minder geprononceerd is lijkt onzelfzuchtig te zijn. Het valse ego wordt met zijn grotere intensiteit niet alleen moeilijk voor anderen, maar vooral voor degene zelf. De leeuw is niet alleen wreed voor andere dieren, maar hij is zelf ook rusteloos vanwege de intensiteit en kracht van zijn ego, terwijl het lam daarentegen minder moeilijk is voor anderen en daarom niet moeilijk voor zichzelf is. Uit het valse ego wordt allerlei zorg en kwelling, bedrog en bedriegerij en wreedheid en tirannie geboren.
In zijn intensiteit raakt het ego blind, blind voor rechtvaardigheid. Een intens ego is ook verstoken van leven en daarom van liefde. Degene die van zichzelf houdt kan niet van anderen houden. Een merkwaardige truck van het ego is dat de egoïst in ieder ander een geprononceerd ego ziet. Hij is constant aan het denken: ´Waarom heeft deze persoon zo´n mooie kleren?´, ´Waarom heeft hij een hogere rang dan ik?´ ´Waarom is hij gedistingeerder dan anderen?´ Hij ziet een ander altijd als iemand die iets heeft wat hij niet zou moeten hebben. En door deze truck laat het valse ego hem geloven dat anderen egoïstisch zijn terwijl het daarentegen hijzelf is die het meest egoïstisch is omdat zijn ego wordt gekwetst bij het zien van het ego van de ander.
Alle methoden waarmee de mensheid probeert betere omstandigheden voort te brengen falen als de psychologie van het ego niet wordt bestudeerd. Bijna niemand schenkt er enige aandacht aan. Bij het werken aan de constructie van een nieuwe beschaving worden er veel pogingen gedaan zonder rekening te houden met dit belangrijkste levensgeheim en in naam van de reconstructie vindt er heel veel wreedheid plaats. Toch denken allen dat ze het voor de bestwil van de mensheid doen. Geen enkel vals ego echter kan ooit iets voor de bestwil van de mensheid doen. Iemand die boven het valse ego is uitgestegen kan veel meer doen voor het welzijn van de mensheid dan duizend mensen die verblind zijn door hun valse ego pretenderend dat ze goed doen. Vandaag de dag treden er veel mensen op de voorgrond zonder er eerst eens goed over na te denken en zeggen dat ze iets goeds voor de mensheid willen doen. En iedereen heeft zijn eigen manier van doen. Dit kan vreemd lijken maar toch zien we er duizenden voorbeelden van wanneer we met open ogen naar het leven kijken. Wat passen mensen niet allemaal voor methoden toe onder het mom van reconstructie, van het brengen van iets goeds naar de wereld, van het veranderen van de levensomstandigheden! De reden hiervoor is dat ze te vroeg zijn begonnen met het verrichten van iets goeds. Je dient te weten wat vriendelijkheid is voordat je probeert vriendelijk te zijn.
De soefi´s erkennen vier fasen in de ontwikkeling van het ego. Het gewone ego wordt Ammara genoemd wat een mechanische reactie van de mind betekent, de mind die erop is ingesteld om in gelijke mate op iets te reageren: tand om tand, oog om oog.
En wanneer ofwel lijden het ego heeft ontwikkeld ofwel iemand geleerd heeft om anders in het leven te staan dan wordt hij wat de soefi´s Lauwama noemen, wat zelf-gedisciplineerd betekent. Iemand die iets terug wil zeggen maar bedenkt dat het wellicht beter zou zijn als hij dat niet zou doen of iemand die terug zou willen slaan, maar tegelijkertijd denkt: ´Het is beter het dit keer voorbij te laten gaan´, laat zien dat hij niet op mechanische wijze handelt maar door zijn wil uit te oefenen. Zelfs wanneer hij precies hetzelfde doet als de ander laat hij toch zien dat hij een wil heeft. Zijn handelen wordt geleid door zijn wil.
Wanneer het ego nog meer wordt ontwikkeld dan wordt het Mutmaina. Dit is een bepaald ritme van de mind. Een ritme waarin de mind is uitgestegen boven chaotische beweging en de mentaliteit ritmisch is geworden, een ritme waarin de reactie van de mind niet alleen maar een beheersing is, maar een vrijwillige beheersing. Deze toestand van de mind is als een kalme zee, alle agitatie die tot het ego behoort is beteugeld. Lijden is de grootste leraar van het ego en diegenen van wie de persoonlijkheid een bron van troost voor anderen, een bron van healing en verheffing is geworden, zijn die zielen van wie het ego boven alle agitatie is uitgestegen.
Wanneer het ego nog verder wordt ontwikkeld dan wordt het Salima, wat vredig betekent. Volgens de mysticus is dit voor iemand de normale toestand om in te verblijven, hoewel we niet veel normale zielen zouden vinden als we dat gezichtspunt zouden hanteren! In deze toestand ontdekken we dat de wereld niet langer een schurend effect op ons heeft, wij staan boven irritatie en de agitatie is compleet verwijderd. Vrede is niet iets wat in de buitenwereld te vinden is, vrede is iets wat zich binnen in onszelf bevindt, hoewel het onder het valse ego ligt begraven. Het valse ego is als de tombe van een levend wezen en niet de tombe van een lijk. Het levende wezen ligt begraven in deze tombe die bestaat uit de gedachten van ´ik´ en ´mijzelf´ en ´wat ik ben´ en ´waarom ik zo ben´. Het leven dat op zo´n wijze is bedekt werkt verstikkend en er is dan een natuurlijke agitatie, irritatie en onrust, want de vrede die zich in de diepten van ons wezen bevindt wil zich manifest maken aan onze blik en het ontwaken van de ziel hangt slechts af van de manifestatie van deze vrede.
Hoe veel zielen zijn er niet op zoek naar het een of andere uiterlijke iets wat hen spiritueel kan maken: dogma´s, fenomenen, experimenten, alles behalve het onderzoeken van de ziel! Hoe bereidwillig is men niet om verward te raken, om in de war gemaakt te worden, hoe blij is men niet met de raadsels van het leven, hoe tevreden is men niet als men de donkere grotten in kan gaan teneinde iets te vinden! De mens waardeert gewone woorden niet, hij wil altijd subtiliteit. Hij is blij met iets wat hij niet kan begrijpen en denkt dat dat daarom wel de mystiek moet zijn. Als men zou beseffen dat spirituele ontwikkeling afhangt van het ontwaken van het valse ego tot zijn ware bestaan, tot zijn eigen realiteit, hoe eenvoudig zou dan niet de weg naar spirituele perfecite worden! Het is niet zo dat we onze eigen moeilijkheden maken? Waar één stap nodig is zouden we honderd stappen willen zetten. Om deze reden vroegen de Hindoes eenvoudige aanbidders om niet direct de tempel in te gaan, maar om er eerst honderd keer omheen te lopen voordat ze naar binnen gingen, zodat ze voelden dat ze voldoende hadden gelopen om het recht te hebben naar binnen te mogen gaan.
Zo ziet de schildering van de menselijke natuur eruit. Het pad van de mysticus is het snelste pad juist vanwege het feit dat hij het pad van eenvoud neemt, dat hij de waarheid in gewone woorden vertelt. Maar toch, is het werkelijk zo eenvoudig als het lijkt? De schoonheid is dat er zich in de eenvoud van de mysticus de grootste subtiliteit bevindt. Soms blijkt iets wat al te grof lijkt uiteindelijk het meest verfijnde te zijn.
Geloof in God helpt je om je valse ego te verzaken. Maar om in God te geloven dient de zoeker eerst te geloven in degene die in God gelooft, in wie hij vertrouwen stelt, met andere woorden, in zijn leraar. Als je niet volledig gelooft in je leraar dan kun je nooit in God geloven. Dat is de eerste stap in het leren geloven en de tweede stap is geloven in het ideaal. Het is voor een ideaal niet nodig om op aarde in de vorm van een menselijk wezen te bestaan; dit ideaal kan zich in je hart of in je mind bevinden. En bij de derde stap kom je uit bij het geloven in God en in dat geloof verlies je jezelf, zodat God de gelovige en alles wat er is bedekt. Op deze manier bereik je de perfecte verwerkelijking van het ware ego en dat is wat de mysticus nastreeft.
13. Zelf-kennis
De kennis waarnaar de mysticus op zoek is, is zelf-kennis, de kennis van je zelf, van binnen en van buiten, de enige kennis die de moeite waard is om te verwerven. Ze is tegengesteld aan de algemene tendens van de mens, de mens wil altijd weten wat er zich voor zijn ogen bevindt en dat is de reden waarom hij meer fouten in een ander ziet en minder in zichzelf. Hij denkt dat als er al iemand verkeerd is dat de ander is, omdat hij zich minder bewust is van zijn eigen fouten.
Zelf-bewustzijn is iets heel anders dan zelf-kennis. De zelf-bewuste persoon is zich nooit bewust van zijn ware zelf, hij is zich slechts bewust van de reflectie die hij ontvangt van anderen. ´Haat deze persoon me?´, ´Spreekt die persoon mij tegen?´. Dat is de gedachte van de zelf-bewuste persoon. Als het dat niet is dan heeft hij medelijden met zichzelf: ´Ik ben arm´, ´ik ben zo verknipt´, ´ik voel me zo ellendig´.
Zelf-kennis kan verdeeld worden in vier soorten, waarvan de eerste kennis van dit fysieke voertuig is dat we ons lichaam noemen: hoe dit voertuig op zijn beurt weer twee aspecten heeft, het hoofd en het lijf, het eerste voor kennis (want al de speciale perceptie-organen zijn in het hoofd gesitueerd), het laatste voor handeling. Kennis van het lijf eindigt niet bij kennis van de anatomie; in dit lijf bevinden zich ook centra die de organen van de intuïtie zijn. Voor zover de wetenschap die erkent zijn het zenuwcentra, maar wat een mysticus in die centra ziet is de subtiele macht van perceptie. En daarom is het menselijke lichaam voor een mysticus meer een perfect instrument dan een draadloze ontvanger, want dat is iets doods vergeleken met het menselijke lichaam. Het lichaam is een levende draadloze ontvanger als het voor dat doel wordt geprepareerd. En als je je afvraagt waarom het nodig is dat je het voor dat doel zou moeten prepareren dan zou dit net zijn als dat je zou vragen of het nodig is dat we kijken met de ogen die we hebben. Juist het feit dat we ogen hebben betekent dat we ermee dienen te kijken. En juist vanwege het feit dat de intuïtieve centra in het fysieke lichaam zijn gesitueerd is het nodig dat de mens zowel intuïtief als intellectueel zou moeten zijn. Bovendien zijn intuïtief zijn en intellectueel zijn in hun essentie niet verschillend van elkaar, maar zijn ze als twee uiteinden van dezelfde lijn.
Het volgende aspect van het wezen van de mens is het ademhalingssysteem, dat in werkelijkheid niet fysiek is. De adem zoals die door de wetenschap wordt begrepen is de lucht die je inademt en de werking daarvan op de longen en op andere organen. Volgens de mysticus echter is de adem de formatie van de mens, is de adem magnetisme, een etherisch aspect van zijn wezen dat niet alleen in het lichaam is gesitueerd, maar dat zich ook om het lichaam heen bevindt. Het is door de macht van deze adem dat de mens in staat is rechtop te staan en te lopen over deze altijd-bewegende wereld. Zodra deze energie die adem is faalt kan de mens niet langer op de aarde staan ook al bevindt zich het gehele mechanisme van zijn fysieke lichaam in perfecte conditie. Er is dus een deel van de mens dat op het etherische magnetisme leeft dat hij in- en uitademt en dat hem energie en uitstraling geeft.
Wanneer we nog verder gaan dan ontdekken we dat er zich een wezen in ons bevindt waarvan we geloven dat het zich wellicht binnen in ons lichaam bevindt of wellicht ergens anders. Je kunt het niet verklaren, maar het is er wel. En dat is wat we mind noemen. Dit vermogen om te denken heeft zijn zetel in het fysieke lichaam. Maar het wordt niet begrensd door het fysieke lichaam, het is er onafhankelijk van. Het funktioneert ongetwijfeld in de organen van de zintuigen en in de zenuwcentra teneinde de ervaring van de mens te vervolmaken. Desalniettemin is het onafhankelijk van het fysieke lichaam en is het een vermogen dat zonder het fysieke lichaam kan bestaan, net zoals de ogen kunnen bestaan zonder een bril: de bril helpt de ogen alleen maar om helderder te zien. De mind is de oppervlakte van dat deel van ons wezen waarvan de diepten het hart genoemd kan worden. De mind denkt, het hart voelt. De mind neemt waar, het hart reflecteert. De mind verbeeldt, het hart geniet. De gedachten van de mind worden door het hart versterkt. Toch zijn de mind en het hart niet twee dingen. Het zijn de twee aspecten van één ding, de oppervlakte en de diepten.
Het vierde aspect van ons wezen bevindt zich voorbij enige verklaring. Dat is vreugde, geluk. De mens is op zoek naar vreugde en wanneer de circulatie van vreugde die tot de diepten van het wezen van de mens behoort verstopt is geraakt dan kan hij die niet voelen en dan probeert hij die te ervaren in wat hij plezier noemt. Plezier is de schaduw van geluk, iets wat voorbijgaat, iets wat niet voortduurt. Constant in beslag genomen in het zoeken naar het verkeerde in plaats van naar het goede verliest de mens zijn grip op iets wat hem toebehoort: zijn geluk. Hij begint er overal naar te zoeken, waar hij ook maar denkt dat hij het kan vinden, maar hij kan er zijn hele leven naar op zoek zijn en toch zal het hem altijd ontglippen. Hij denkt: ´Nu heb ik het te pakken´, en weg is het. Hij denkt: ´Nu heb ik het´, en weg is het. Hij denkt: ´Nu is het van mij´, en het is er niet langer. Want het is een schaduw en het najagen van een schaduw is het najagen van het niet-zijn. De vreugde raakt verduisterd omdat de mens niet weet dat juist zijn wezen vreugde is, dat juist zijn zelf geluk is.
Wat zoekt de mens eigenlijk door het zoeken naar geluk? Hij zoekt zijn zelf, hoewel hij dat niet weet. Niets wordt er zo gemakkelijk verloren als het zelf. In een ogenblik tijd kan iemand dat verliezen, omdat hij altijd gewend is om dingen die zich in zijn handen bevinden vast te houden en er is slechts één ding dat hij niet kan vasthouden en dat is het zelf, dat glipt meteen uit zijn handen. Men raakt het geluk als vanzelf kwijt in de zoektocht naar plezier en het zelf raakt ondergedompeld in de jacht op uiterlijke zaken. De manier van de mysticus is het zelf in al zijn aspecten te ontdekken en om het zelf binnen en buiten hemzelf te leren kennen en te begrijpen.
Je zou je af kunnen vragen waarom je het zelf niet kunt begrijpen door de menselijke natuur in het algemeen te bestuderen. Waarom dien je het zelf te bestuderen door te trachten jezelf te begrijpen? Het antwoord is dat het bestuderen van de menselijke natuur uiterst interessant is, maar dat je die alleen maar goed kunt bestuderen nadat je jezelf hebt bestudeerd, want dat stelt je in staat de menselijke natuur te begrijpen. Zolang je onwetend over jezelf blijft kun je de menselijke natuur niet op gepaste wijze bestuderen. Vaak horen we mensen zeggen: ´Ik ben zo teleurgesteld in mijn vrienden´, ´ik word zo ontmoedigd door mijn buren´, ´ik heb mijn vertrouwen in de mensheid verloren´, ´ik kan dieren verdragen, ik kan bomen en planten beter uitstaan dan menselijke wezens; ik probeer altijd de plaatsen te mijden waar mensen zijn´. Waarom komen deze gedachten op? Waar komen ze vandaan en wat veroorzaakt ze? Het is het gebrek aan begrip van jezelf. Hoe meer je jezelf begrijpt hoe meer je ontdekt dat alles wat er in anderen ontbreekt ook in jezelf ontbreekt. Wordt iemand er minder door als hij fouten in zichzelf ontdekt? Nee, hij wordt grootser, want hij ontdekt niet alleen dat alle fouten die zich in anderen bevinden ook in hem te vinden zijn, maar ook dat alle verdiensten van de anderen ook zijn eigen verdiensten zijn. Met fouten en verdiensten wordt hij completer, hij wordt er niet minder door.
Wat is het toch een grote schat wanneer iemand zich heeft gerealiseerd dat er in hem alle verdiensten en alle fouten die er op de wereld bestaan te vinden zijn en dat hij alles kan cultiveren wat hij wenst te cultiveren en alles wegsnijdt wat er verwijderd zou moeten worden! Het is als het met wortel en al verwijderen van onkruid en het zaaien van zaad van bloemen en vruchten. Je ontdekt dat alles zich in je bevindt en dat je in jezelf kunt cultiveren wat je wenst. Er opent zich een wereld voor degene die in zichzelf begint te kijken, want het is niet een klein stukje grond dat hij dient te cultiveren hij heeft een wereld van zichzelf te maken en een wereld maken is een toereikende bezigheid om voor te leven. Wat wil je nog meer? Velen denken dat het leven niet interessant is omdat ze er niets van bakken, maar ze beseffen niet dat ze een wereld te maken hebben, dat ze een wereld aan het maken zijn of dat nu op een onwetende of op een wijze manier gebeurt. Als ze op onwetende wijze een wereld maken dan is die wereld hun gevangenschap. Als ze op wijze wijze een wereld maken dan is die wereld hun paradijs.
Slechts zelf-verwerkelijking kan de mens volledige onafhankelijkheid schenken. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het hart van de mens door zelf-verwerkelijking groter dan het universum wordt. De wereld waarin de mens als een druppel in de zee leeft wordt dan een druppel in de oceaan van zijn hart. De heiligen en de wijzen, de verlichte zielen die licht tot anderen hebben gebracht zijn de zelf-verwerkelijkten geweest. Je zou je af kunnen vragen waar dan de plaats van God is als zelf-verwerkelijking je tot perfectie brengt? Het antwoord is dat God een stapsteen tot zelf-verwerkelijking is. De goddelijke is niet altijd zelf-verwerkelijkt, maar de zelf-verwerkelijkte is goddelijk. Al de verscheidene manieren die tot God leiden, verschillende religies, geloofsovertuigingen, occulte scholen, mystieke paden voeren je uiteindelijk allemaal naar hetzelfde doel en dat is zelf-verwerkelijking. Zelfs daar waar een groot verschil bestaat, zoals het verschil tussen de leringen van de Hebreeuwen en die van Boeddha, zullen beide leringen zich ont-moeten in één zaak en dat is zelf-verwerkelijking.
Er zijn vier verschillende manieren waarop je de kennis van deze waarheid kunt bereiken. De een dient verteld te worden dat zelf-kennis de gids tot perfectie is en hij zegt dan: ´Ja, dat moet wel zo zijn´. Hij weet dan niet meer dan dat. Dan is er een ander die in dit of dat boek heeft gelezen dat het zelf-kennis is die naar perfectie voert en hij denkt dat dat waar moet zijn omdat het in een boek geschreven staat. Dan is er een derde die het heeft beredeneerd. En door zijn beredenering, door te synthetiseren komt hij tot de kennis dat het het ene is wat het vele is geworden, dat deze variëteit weer in één iets wordt verzameld en dat dit ene in jezelf te vinden is. Ongetwijfeld zal hij des te meer getroost worden naarmate zijn rede hem helpt. Dan is er een vierde persoon die deze waarheid zelf verwerkelijkt, niet door de rede maar door ervaring en dat is de manier van de mysticus.
Hoe gaat de mysticus te werk om het te ervaren? Door het mystieke proces van het naar binnen toe richten van de ogen, door de buitenwereld een moment buiten te sluiten en in meditatie te gaan en door zich te realiseren: ´ik besta niet alleen als een fysiek lichaam, waarvan ik altijd denk dat ik dat zelf ben, maar ik besta ook als een leven, als een magnetisme, als een energie´. Meditatie die hem of anders gezegd die het bewustzijn optilt uit het fysieke lichaam helpt de mysticus helder te krijgen dat hij niet alleen een fysiek lichaam is, maar dat hij ook een wezen van energie, van magnetisme en van adem is waardoor het fysieke lichaam leeft omdat het daarmee in aanraking komt en ermee in verband staat. Wanneer hij verder gaat in het meditatieve leven dan begint hij te zien dat het vermogen om te denken, om zich iets voor te stellen en om te voelen onafhankelijk is van de eerste twee aspecten. Dan begint hij te zien dat hij zelf een gedachte is, dat hij zelf een gevoel is en dat hij zelf de schepper van het denken is, ja zelfs een schepper van gevoel. En als hij nog hoger gaat dan ziet hij dat hij zelf zowel het geluk als de schepper van het geluk is.
Door dit proces komt het dat je het geluk bereikt en ervaart dat zich in jezelf bevindt en dat niet afhankelijk is van wat dan ook in de buitenwereld. Zolang dat geluk niet bereikt wordt moet alles wat als surrogaat hiervoor wordt opgevat vroeg of laat teleurstellen. En daarom, als er al van enige kennis gezegd kan worden dat die als enige de moeite waard is om te bereiken dan is dat wel de kennis van het zelf.
Zelf-bewustzijn is iets heel anders dan zelf-kennis. De zelf-bewuste persoon is zich nooit bewust van zijn ware zelf, hij is zich slechts bewust van de reflectie die hij ontvangt van anderen. ´Haat deze persoon me?´, ´Spreekt die persoon mij tegen?´. Dat is de gedachte van de zelf-bewuste persoon. Als het dat niet is dan heeft hij medelijden met zichzelf: ´Ik ben arm´, ´ik ben zo verknipt´, ´ik voel me zo ellendig´.
Zelf-kennis kan verdeeld worden in vier soorten, waarvan de eerste kennis van dit fysieke voertuig is dat we ons lichaam noemen: hoe dit voertuig op zijn beurt weer twee aspecten heeft, het hoofd en het lijf, het eerste voor kennis (want al de speciale perceptie-organen zijn in het hoofd gesitueerd), het laatste voor handeling. Kennis van het lijf eindigt niet bij kennis van de anatomie; in dit lijf bevinden zich ook centra die de organen van de intuïtie zijn. Voor zover de wetenschap die erkent zijn het zenuwcentra, maar wat een mysticus in die centra ziet is de subtiele macht van perceptie. En daarom is het menselijke lichaam voor een mysticus meer een perfect instrument dan een draadloze ontvanger, want dat is iets doods vergeleken met het menselijke lichaam. Het lichaam is een levende draadloze ontvanger als het voor dat doel wordt geprepareerd. En als je je afvraagt waarom het nodig is dat je het voor dat doel zou moeten prepareren dan zou dit net zijn als dat je zou vragen of het nodig is dat we kijken met de ogen die we hebben. Juist het feit dat we ogen hebben betekent dat we ermee dienen te kijken. En juist vanwege het feit dat de intuïtieve centra in het fysieke lichaam zijn gesitueerd is het nodig dat de mens zowel intuïtief als intellectueel zou moeten zijn. Bovendien zijn intuïtief zijn en intellectueel zijn in hun essentie niet verschillend van elkaar, maar zijn ze als twee uiteinden van dezelfde lijn.
Het volgende aspect van het wezen van de mens is het ademhalingssysteem, dat in werkelijkheid niet fysiek is. De adem zoals die door de wetenschap wordt begrepen is de lucht die je inademt en de werking daarvan op de longen en op andere organen. Volgens de mysticus echter is de adem de formatie van de mens, is de adem magnetisme, een etherisch aspect van zijn wezen dat niet alleen in het lichaam is gesitueerd, maar dat zich ook om het lichaam heen bevindt. Het is door de macht van deze adem dat de mens in staat is rechtop te staan en te lopen over deze altijd-bewegende wereld. Zodra deze energie die adem is faalt kan de mens niet langer op de aarde staan ook al bevindt zich het gehele mechanisme van zijn fysieke lichaam in perfecte conditie. Er is dus een deel van de mens dat op het etherische magnetisme leeft dat hij in- en uitademt en dat hem energie en uitstraling geeft.
Wanneer we nog verder gaan dan ontdekken we dat er zich een wezen in ons bevindt waarvan we geloven dat het zich wellicht binnen in ons lichaam bevindt of wellicht ergens anders. Je kunt het niet verklaren, maar het is er wel. En dat is wat we mind noemen. Dit vermogen om te denken heeft zijn zetel in het fysieke lichaam. Maar het wordt niet begrensd door het fysieke lichaam, het is er onafhankelijk van. Het funktioneert ongetwijfeld in de organen van de zintuigen en in de zenuwcentra teneinde de ervaring van de mens te vervolmaken. Desalniettemin is het onafhankelijk van het fysieke lichaam en is het een vermogen dat zonder het fysieke lichaam kan bestaan, net zoals de ogen kunnen bestaan zonder een bril: de bril helpt de ogen alleen maar om helderder te zien. De mind is de oppervlakte van dat deel van ons wezen waarvan de diepten het hart genoemd kan worden. De mind denkt, het hart voelt. De mind neemt waar, het hart reflecteert. De mind verbeeldt, het hart geniet. De gedachten van de mind worden door het hart versterkt. Toch zijn de mind en het hart niet twee dingen. Het zijn de twee aspecten van één ding, de oppervlakte en de diepten.
Het vierde aspect van ons wezen bevindt zich voorbij enige verklaring. Dat is vreugde, geluk. De mens is op zoek naar vreugde en wanneer de circulatie van vreugde die tot de diepten van het wezen van de mens behoort verstopt is geraakt dan kan hij die niet voelen en dan probeert hij die te ervaren in wat hij plezier noemt. Plezier is de schaduw van geluk, iets wat voorbijgaat, iets wat niet voortduurt. Constant in beslag genomen in het zoeken naar het verkeerde in plaats van naar het goede verliest de mens zijn grip op iets wat hem toebehoort: zijn geluk. Hij begint er overal naar te zoeken, waar hij ook maar denkt dat hij het kan vinden, maar hij kan er zijn hele leven naar op zoek zijn en toch zal het hem altijd ontglippen. Hij denkt: ´Nu heb ik het te pakken´, en weg is het. Hij denkt: ´Nu heb ik het´, en weg is het. Hij denkt: ´Nu is het van mij´, en het is er niet langer. Want het is een schaduw en het najagen van een schaduw is het najagen van het niet-zijn. De vreugde raakt verduisterd omdat de mens niet weet dat juist zijn wezen vreugde is, dat juist zijn zelf geluk is.
Wat zoekt de mens eigenlijk door het zoeken naar geluk? Hij zoekt zijn zelf, hoewel hij dat niet weet. Niets wordt er zo gemakkelijk verloren als het zelf. In een ogenblik tijd kan iemand dat verliezen, omdat hij altijd gewend is om dingen die zich in zijn handen bevinden vast te houden en er is slechts één ding dat hij niet kan vasthouden en dat is het zelf, dat glipt meteen uit zijn handen. Men raakt het geluk als vanzelf kwijt in de zoektocht naar plezier en het zelf raakt ondergedompeld in de jacht op uiterlijke zaken. De manier van de mysticus is het zelf in al zijn aspecten te ontdekken en om het zelf binnen en buiten hemzelf te leren kennen en te begrijpen.
Je zou je af kunnen vragen waarom je het zelf niet kunt begrijpen door de menselijke natuur in het algemeen te bestuderen. Waarom dien je het zelf te bestuderen door te trachten jezelf te begrijpen? Het antwoord is dat het bestuderen van de menselijke natuur uiterst interessant is, maar dat je die alleen maar goed kunt bestuderen nadat je jezelf hebt bestudeerd, want dat stelt je in staat de menselijke natuur te begrijpen. Zolang je onwetend over jezelf blijft kun je de menselijke natuur niet op gepaste wijze bestuderen. Vaak horen we mensen zeggen: ´Ik ben zo teleurgesteld in mijn vrienden´, ´ik word zo ontmoedigd door mijn buren´, ´ik heb mijn vertrouwen in de mensheid verloren´, ´ik kan dieren verdragen, ik kan bomen en planten beter uitstaan dan menselijke wezens; ik probeer altijd de plaatsen te mijden waar mensen zijn´. Waarom komen deze gedachten op? Waar komen ze vandaan en wat veroorzaakt ze? Het is het gebrek aan begrip van jezelf. Hoe meer je jezelf begrijpt hoe meer je ontdekt dat alles wat er in anderen ontbreekt ook in jezelf ontbreekt. Wordt iemand er minder door als hij fouten in zichzelf ontdekt? Nee, hij wordt grootser, want hij ontdekt niet alleen dat alle fouten die zich in anderen bevinden ook in hem te vinden zijn, maar ook dat alle verdiensten van de anderen ook zijn eigen verdiensten zijn. Met fouten en verdiensten wordt hij completer, hij wordt er niet minder door.
Wat is het toch een grote schat wanneer iemand zich heeft gerealiseerd dat er in hem alle verdiensten en alle fouten die er op de wereld bestaan te vinden zijn en dat hij alles kan cultiveren wat hij wenst te cultiveren en alles wegsnijdt wat er verwijderd zou moeten worden! Het is als het met wortel en al verwijderen van onkruid en het zaaien van zaad van bloemen en vruchten. Je ontdekt dat alles zich in je bevindt en dat je in jezelf kunt cultiveren wat je wenst. Er opent zich een wereld voor degene die in zichzelf begint te kijken, want het is niet een klein stukje grond dat hij dient te cultiveren hij heeft een wereld van zichzelf te maken en een wereld maken is een toereikende bezigheid om voor te leven. Wat wil je nog meer? Velen denken dat het leven niet interessant is omdat ze er niets van bakken, maar ze beseffen niet dat ze een wereld te maken hebben, dat ze een wereld aan het maken zijn of dat nu op een onwetende of op een wijze manier gebeurt. Als ze op onwetende wijze een wereld maken dan is die wereld hun gevangenschap. Als ze op wijze wijze een wereld maken dan is die wereld hun paradijs.
Slechts zelf-verwerkelijking kan de mens volledige onafhankelijkheid schenken. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het hart van de mens door zelf-verwerkelijking groter dan het universum wordt. De wereld waarin de mens als een druppel in de zee leeft wordt dan een druppel in de oceaan van zijn hart. De heiligen en de wijzen, de verlichte zielen die licht tot anderen hebben gebracht zijn de zelf-verwerkelijkten geweest. Je zou je af kunnen vragen waar dan de plaats van God is als zelf-verwerkelijking je tot perfectie brengt? Het antwoord is dat God een stapsteen tot zelf-verwerkelijking is. De goddelijke is niet altijd zelf-verwerkelijkt, maar de zelf-verwerkelijkte is goddelijk. Al de verscheidene manieren die tot God leiden, verschillende religies, geloofsovertuigingen, occulte scholen, mystieke paden voeren je uiteindelijk allemaal naar hetzelfde doel en dat is zelf-verwerkelijking. Zelfs daar waar een groot verschil bestaat, zoals het verschil tussen de leringen van de Hebreeuwen en die van Boeddha, zullen beide leringen zich ont-moeten in één zaak en dat is zelf-verwerkelijking.
Er zijn vier verschillende manieren waarop je de kennis van deze waarheid kunt bereiken. De een dient verteld te worden dat zelf-kennis de gids tot perfectie is en hij zegt dan: ´Ja, dat moet wel zo zijn´. Hij weet dan niet meer dan dat. Dan is er een ander die in dit of dat boek heeft gelezen dat het zelf-kennis is die naar perfectie voert en hij denkt dat dat waar moet zijn omdat het in een boek geschreven staat. Dan is er een derde die het heeft beredeneerd. En door zijn beredenering, door te synthetiseren komt hij tot de kennis dat het het ene is wat het vele is geworden, dat deze variëteit weer in één iets wordt verzameld en dat dit ene in jezelf te vinden is. Ongetwijfeld zal hij des te meer getroost worden naarmate zijn rede hem helpt. Dan is er een vierde persoon die deze waarheid zelf verwerkelijkt, niet door de rede maar door ervaring en dat is de manier van de mysticus.
Hoe gaat de mysticus te werk om het te ervaren? Door het mystieke proces van het naar binnen toe richten van de ogen, door de buitenwereld een moment buiten te sluiten en in meditatie te gaan en door zich te realiseren: ´ik besta niet alleen als een fysiek lichaam, waarvan ik altijd denk dat ik dat zelf ben, maar ik besta ook als een leven, als een magnetisme, als een energie´. Meditatie die hem of anders gezegd die het bewustzijn optilt uit het fysieke lichaam helpt de mysticus helder te krijgen dat hij niet alleen een fysiek lichaam is, maar dat hij ook een wezen van energie, van magnetisme en van adem is waardoor het fysieke lichaam leeft omdat het daarmee in aanraking komt en ermee in verband staat. Wanneer hij verder gaat in het meditatieve leven dan begint hij te zien dat het vermogen om te denken, om zich iets voor te stellen en om te voelen onafhankelijk is van de eerste twee aspecten. Dan begint hij te zien dat hij zelf een gedachte is, dat hij zelf een gevoel is en dat hij zelf de schepper van het denken is, ja zelfs een schepper van gevoel. En als hij nog hoger gaat dan ziet hij dat hij zelf zowel het geluk als de schepper van het geluk is.
Door dit proces komt het dat je het geluk bereikt en ervaart dat zich in jezelf bevindt en dat niet afhankelijk is van wat dan ook in de buitenwereld. Zolang dat geluk niet bereikt wordt moet alles wat als surrogaat hiervoor wordt opgevat vroeg of laat teleurstellen. En daarom, als er al van enige kennis gezegd kan worden dat die als enige de moeite waard is om te bereiken dan is dat wel de kennis van het zelf.
12. Schoonheid
Schoonheid, gewaardeerd door een kenner en bewonderd door een liefhebber, wordt door de mysticus aanbeden. Het heeft geen zin om in woorden proberen uit te drukken wat schoonheid is. Maar mocht er al iets zijn wat het kan uitleggen dan is dat dat andere woord voor schoonheid en dat is harmonie. De harmonieuze combinatie van kleuren, het harmonieuze groeperen van lijnen en het harmonieuze vermengen van objecten roepen bij het idee van schoonheid op. Wil een object mooi zijn dan moet het harmonieus zijn, want harmonie is in feite schoonheid. Als er al iets op de wereld bestaat wat de mens zich onbewust van zichzelf laat zijn, met andere woorden de mens zijn zelf-bewustzijn doet verliezen en als er al iets is wat de mens nederig maakt, wat hem zich bereidwillig laat overgeven dan is dat wel schoonheid. Schoonheid is iets wat zonder zwaard verovert, dat zonder handen vasthoudt, dat tederder is dan de bloemblaadjes en sterker dan wat dan ook op de wereld. De Profeet heeft gezegd: ´God is Schoonheid en Hij heeft wat mooi is lief´.
Schoonheid kan verdeeld worden in drie verschillende aspecten. Het eerste is de schoonheid van de objectieve wereld, van objecten. Dit aspect van schoonheid is in de natuur te vinden. Wat de mens op onbewuste wijze zo aantrekt tot de schoonheid van de natuur is de harmonie die ze tot expressie brengt. De zee, de bergen, de rivieren en de blauwe lucht, het opkomen en ondergaan van de zon, de wassende en de afnemende maan lijken zich allemaal met elkaar te vermengen zodat er een goddelijke visie wordt geproduceerd die tot de ziel begint te spreken. Dat is de reden waarom de schoonheid van de natuur verheffend is. Voor de mystici, de profeten en de wijzen was dit het middel om op te stijgen naar die toonhoogte waarop ze God konden voelen. Vervolgens bestond er geen twijfel meer over hun geloof in God, want zij voelden God in de schoonheid van de natuur.
Dan bestaat er die andere objectieve schoonheid en dat is de kunst, de creatie van de mens. Deze schoonheid spreekt iemand aan omdat het een productie is, omdat het een imitatie is van datgene wat de ziel bewondert. En heel vaak zijn die details die je in de natuur niet helder kunt zien in de kunst op te merken. Kunst is dus soms de voltooiing van de schoonheid die in de natuur tot expressie wordt gebracht. Een beeltenis die door een kunstenaar is getekend kan mooier zijn omdat de kunstenaar heeft voltooid wat de natuur onvoltooid heeft gelaten. Maar wie is er in de kunstenaar werkzaam? De Schepper Zelf. Wat de Schepper ongedaan heeft gelaten, heeft Hij via de kunstenaar voltooid. Daarom zijn de creaties van de kunst ook verheffend. Het is uiterst inspirerend wanneer iemand naar het lied van een vogel luistert, maar toch kan een lied gezongen of gecomponeerd door een menselijk wezen nog verheffender zijn, want de mens heeft die schoonheid gecompleteerd. Het was zijn taak om die te completeren. De wereld werd gecreëerd opdat de mens op zijn eigen manier datgene zou voltooien wat in de natuur niet voltooid was, dus om de schoonheid te completeren.
Het tweede aspect van schoonheid is persoonlijke schoonheid, de schoonheid van het levend wezen, in vorm of kenmerk, in gedachte of voorstelling, in verdienste of kwalificaties of in deugd en hogere kwaliteiten. Wat is goedheid? Schoonheid. Wat is juist en verkeerd? Datgene wat mooi is is juist en datgene wat schoonheid ontbeert is verkeerd. Bestaat er dan niet zoiets als dat wat religieuze mensen zonde en deugd noemen? Dat wat mooi is is deugd en dat wat schoonheid ontbeert is zonde. Zijn dit niet twee tegengestelde polen? Dat zijn ze wanneer we ze als twee tegengestelde polen bekijken. Wanneer we naar de twee uiteinden van een lijn kijken dan zien we dat er twee uiteinden zijn, maar wanneer we naar het centrum van de lijn kijken dan zien we dat het een lijn is. Deze tegengestelde polen komen ons slechts als twee voor wanneer we naar de twee uiteinden kijken. Wanneer het tapijt op de vloer niet zo neer wordt gelegd als de bedoeling is dan zeggen we dat het verkeerd is. Er bestaat echter geen regel die zegt hoe het tapijt zou moeten liggen. Het is enkel het gevoel dat we bezitten om schoonheid te herkennen. Dit gevoel wordt verstoord door te zien dat het tapijt niet goed is neergelegd en dus is het het gebrek aan schoonheid wat er verkeerd is.
Het derde aspect van schoonheid is de schoonheid van God, wat schoonheid in haar perfectie betekent. Om deze schoonheid te zien dien je je op spirituele wijze te ontwikkelen, zodanig dat deze schoonheid zich kan manifesteren voor jouw blik. Alles wat goed en mooi lijkt kun je je in perfectie voorstellen voor zover je verbeeldingskracht reikt, het de schoonheid van God noemend. Want schoonheid wordt slechts in haar beperking voor onze blik manifest. Enkel in God zien we schoonheid in haar perfectie. Er bestaat geen object waarvan we kunnen zeggen dat het op perfecte wijze mooi is, noch bestaat er iemand behalve in ons ideaal aan wie we alle schoonheid kunnen toeschrijven. We kunnen iets zo mooi mogelijk maken, maar in werkelijkheid behoort alle schoonheid slechts een iemand toe en dat is God.
Er zijn twee manieren om schoonheid te ontdekken. De ene manier is om haar in de verdeling van alle dingen en wezens te vinden. Wat de een mist heeft de ander. Wat de ene boom mist heeft een andere boom, wat de rivier mist heeft de zee en wat de woestijn mist is in de bossen te vinden, wat de aarde mist is in de lucht te vinden. En als we dan schoonheid in haar geheel nemen beginnen we een glimp op te vangen van wat ze is. Schoonheid is nooit afwezig, maar wanneer we er een deel van pakken en daar alleen maar naar kijken dan zullen we zeker het een of ander gemis aan schoonheid zien. Diegenen die schoonheid opgedeeld in onderdelen of secties zien worden kritisch. Zij zijn op zoek naar schoonheid maar vinden die niet. Zij vinden een beetje ervan in de ene persoon en het gemis eraan in een andere persoon. Maar zelfs wanneer zij een beetje schoonheid in de ene persoon zien zullen ze ook ontdekken dat er iets mist. En wanneer we dit vergelijken met de perfectie van schoonheid dan manifesteert zich het gemis aan schoonheid zich meer aan ons dan de schoonheid zelf. Daarom is het natuurlijk dat de mens kritisch wordt en deze neiging maakt hem blind voor zichzelf.
De andere manier om goddelijke schoonheid te zien is je ogen een ogenblik te sluiten voor het verdichte aspect van schoonheid teneinde de innerlijke schoonheid te zien. Bijvoorbeeld degene die boven de schoonheid van de vorm uit stijgt begint de schoonheid van het denken te zien. Degene die boven de schoonheid van het denken uit stijgt begint de schoonheid van het voelen te voelen, van het sentiment, wat nog grootser is. En degene die zelfs boven het sentiment uit stijgt en het spirituele aspect van schoonheid ziet ziet een schoonheid die nog grootser is. Er bestaat geen einde aan de verwerkelijking van de innerlijke schoonheid. De innerlijke schoonheid is veel grootser wanneer die wordt vergeleken met de uiterlijke schoonheid en toch laat ze iemand zich niet afwenden van de uiterlijke schoonheid. Ze maakt dat iemand die meer waardeert dan anderen dat doen.
Een ascetische denker werd ooit meegenomen naar een varieté-show in New York, waar allerlei soorten dans, optredens en vermaak waren. En degene die hem mee naartoe had genomen wilde heel graag ontdekken wat zijn mening erover was en hij zei tegen hem: ´Het moet jou als comtemplatief iemand wel doen walgen om hier te komen en deze nonsens te zien die op het toneel gaande is´. Hij gaf als reactie: ´Nee, nooit. Hoe kan het nu walgend zijn? Is het immers niet mijn Krishna die hier aan het spelen is?´ Degenen die de innerlijke schoonheid hebben aangeraakt zijn degenen die in staat zijn om schoonheid in alle vormen te waarderen. En het is niet zo dat ze haar waarderen, maar ze bewonderen en aanbidden haar ook. Als er aanbidding wordt geschonken aan iets of aan iemand dan wordt die aan de God geschonken die ligt verborgen in de vorm van schoonheid.
De gedichten van de soefis uit Perzië en van elders vandaan, zoals Hafiz, Jami, Rumi en Farid-ud-Din Attar zijn niet alleen filosofische statements maar zij zijn van begin tot eind in bewondering voor schoonheid geschreven. En als je heel diep in elk van hun versregels zou duiken dan zou je ontdekken dat elke versregel gelijk is aan honderd boeken vol met filosofie. Waarom? Omdat hun zielen bewogen zijn om bij het zien van schoonheid te dansen. Wat zij in hun woorden tot expressie hebben gebracht is levend, brandend, vol schoonheid. Het doordringt degene die het kan voelen, die het kunnen bewonderen. Hun poëzie is hun gebed. Het kan erop lijken dat het gezongen wordt tot de schoonheid, maar tot wie wordt het gezongen? Hun lied is tot God gericht.
Schoonheid kan verdeeld worden in drie verschillende aspecten. Het eerste is de schoonheid van de objectieve wereld, van objecten. Dit aspect van schoonheid is in de natuur te vinden. Wat de mens op onbewuste wijze zo aantrekt tot de schoonheid van de natuur is de harmonie die ze tot expressie brengt. De zee, de bergen, de rivieren en de blauwe lucht, het opkomen en ondergaan van de zon, de wassende en de afnemende maan lijken zich allemaal met elkaar te vermengen zodat er een goddelijke visie wordt geproduceerd die tot de ziel begint te spreken. Dat is de reden waarom de schoonheid van de natuur verheffend is. Voor de mystici, de profeten en de wijzen was dit het middel om op te stijgen naar die toonhoogte waarop ze God konden voelen. Vervolgens bestond er geen twijfel meer over hun geloof in God, want zij voelden God in de schoonheid van de natuur.
Dan bestaat er die andere objectieve schoonheid en dat is de kunst, de creatie van de mens. Deze schoonheid spreekt iemand aan omdat het een productie is, omdat het een imitatie is van datgene wat de ziel bewondert. En heel vaak zijn die details die je in de natuur niet helder kunt zien in de kunst op te merken. Kunst is dus soms de voltooiing van de schoonheid die in de natuur tot expressie wordt gebracht. Een beeltenis die door een kunstenaar is getekend kan mooier zijn omdat de kunstenaar heeft voltooid wat de natuur onvoltooid heeft gelaten. Maar wie is er in de kunstenaar werkzaam? De Schepper Zelf. Wat de Schepper ongedaan heeft gelaten, heeft Hij via de kunstenaar voltooid. Daarom zijn de creaties van de kunst ook verheffend. Het is uiterst inspirerend wanneer iemand naar het lied van een vogel luistert, maar toch kan een lied gezongen of gecomponeerd door een menselijk wezen nog verheffender zijn, want de mens heeft die schoonheid gecompleteerd. Het was zijn taak om die te completeren. De wereld werd gecreëerd opdat de mens op zijn eigen manier datgene zou voltooien wat in de natuur niet voltooid was, dus om de schoonheid te completeren.
Het tweede aspect van schoonheid is persoonlijke schoonheid, de schoonheid van het levend wezen, in vorm of kenmerk, in gedachte of voorstelling, in verdienste of kwalificaties of in deugd en hogere kwaliteiten. Wat is goedheid? Schoonheid. Wat is juist en verkeerd? Datgene wat mooi is is juist en datgene wat schoonheid ontbeert is verkeerd. Bestaat er dan niet zoiets als dat wat religieuze mensen zonde en deugd noemen? Dat wat mooi is is deugd en dat wat schoonheid ontbeert is zonde. Zijn dit niet twee tegengestelde polen? Dat zijn ze wanneer we ze als twee tegengestelde polen bekijken. Wanneer we naar de twee uiteinden van een lijn kijken dan zien we dat er twee uiteinden zijn, maar wanneer we naar het centrum van de lijn kijken dan zien we dat het een lijn is. Deze tegengestelde polen komen ons slechts als twee voor wanneer we naar de twee uiteinden kijken. Wanneer het tapijt op de vloer niet zo neer wordt gelegd als de bedoeling is dan zeggen we dat het verkeerd is. Er bestaat echter geen regel die zegt hoe het tapijt zou moeten liggen. Het is enkel het gevoel dat we bezitten om schoonheid te herkennen. Dit gevoel wordt verstoord door te zien dat het tapijt niet goed is neergelegd en dus is het het gebrek aan schoonheid wat er verkeerd is.
Het derde aspect van schoonheid is de schoonheid van God, wat schoonheid in haar perfectie betekent. Om deze schoonheid te zien dien je je op spirituele wijze te ontwikkelen, zodanig dat deze schoonheid zich kan manifesteren voor jouw blik. Alles wat goed en mooi lijkt kun je je in perfectie voorstellen voor zover je verbeeldingskracht reikt, het de schoonheid van God noemend. Want schoonheid wordt slechts in haar beperking voor onze blik manifest. Enkel in God zien we schoonheid in haar perfectie. Er bestaat geen object waarvan we kunnen zeggen dat het op perfecte wijze mooi is, noch bestaat er iemand behalve in ons ideaal aan wie we alle schoonheid kunnen toeschrijven. We kunnen iets zo mooi mogelijk maken, maar in werkelijkheid behoort alle schoonheid slechts een iemand toe en dat is God.
Er zijn twee manieren om schoonheid te ontdekken. De ene manier is om haar in de verdeling van alle dingen en wezens te vinden. Wat de een mist heeft de ander. Wat de ene boom mist heeft een andere boom, wat de rivier mist heeft de zee en wat de woestijn mist is in de bossen te vinden, wat de aarde mist is in de lucht te vinden. En als we dan schoonheid in haar geheel nemen beginnen we een glimp op te vangen van wat ze is. Schoonheid is nooit afwezig, maar wanneer we er een deel van pakken en daar alleen maar naar kijken dan zullen we zeker het een of ander gemis aan schoonheid zien. Diegenen die schoonheid opgedeeld in onderdelen of secties zien worden kritisch. Zij zijn op zoek naar schoonheid maar vinden die niet. Zij vinden een beetje ervan in de ene persoon en het gemis eraan in een andere persoon. Maar zelfs wanneer zij een beetje schoonheid in de ene persoon zien zullen ze ook ontdekken dat er iets mist. En wanneer we dit vergelijken met de perfectie van schoonheid dan manifesteert zich het gemis aan schoonheid zich meer aan ons dan de schoonheid zelf. Daarom is het natuurlijk dat de mens kritisch wordt en deze neiging maakt hem blind voor zichzelf.
De andere manier om goddelijke schoonheid te zien is je ogen een ogenblik te sluiten voor het verdichte aspect van schoonheid teneinde de innerlijke schoonheid te zien. Bijvoorbeeld degene die boven de schoonheid van de vorm uit stijgt begint de schoonheid van het denken te zien. Degene die boven de schoonheid van het denken uit stijgt begint de schoonheid van het voelen te voelen, van het sentiment, wat nog grootser is. En degene die zelfs boven het sentiment uit stijgt en het spirituele aspect van schoonheid ziet ziet een schoonheid die nog grootser is. Er bestaat geen einde aan de verwerkelijking van de innerlijke schoonheid. De innerlijke schoonheid is veel grootser wanneer die wordt vergeleken met de uiterlijke schoonheid en toch laat ze iemand zich niet afwenden van de uiterlijke schoonheid. Ze maakt dat iemand die meer waardeert dan anderen dat doen.
Een ascetische denker werd ooit meegenomen naar een varieté-show in New York, waar allerlei soorten dans, optredens en vermaak waren. En degene die hem mee naartoe had genomen wilde heel graag ontdekken wat zijn mening erover was en hij zei tegen hem: ´Het moet jou als comtemplatief iemand wel doen walgen om hier te komen en deze nonsens te zien die op het toneel gaande is´. Hij gaf als reactie: ´Nee, nooit. Hoe kan het nu walgend zijn? Is het immers niet mijn Krishna die hier aan het spelen is?´ Degenen die de innerlijke schoonheid hebben aangeraakt zijn degenen die in staat zijn om schoonheid in alle vormen te waarderen. En het is niet zo dat ze haar waarderen, maar ze bewonderen en aanbidden haar ook. Als er aanbidding wordt geschonken aan iets of aan iemand dan wordt die aan de God geschonken die ligt verborgen in de vorm van schoonheid.
De gedichten van de soefis uit Perzië en van elders vandaan, zoals Hafiz, Jami, Rumi en Farid-ud-Din Attar zijn niet alleen filosofische statements maar zij zijn van begin tot eind in bewondering voor schoonheid geschreven. En als je heel diep in elk van hun versregels zou duiken dan zou je ontdekken dat elke versregel gelijk is aan honderd boeken vol met filosofie. Waarom? Omdat hun zielen bewogen zijn om bij het zien van schoonheid te dansen. Wat zij in hun woorden tot expressie hebben gebracht is levend, brandend, vol schoonheid. Het doordringt degene die het kan voelen, die het kunnen bewonderen. Hun poëzie is hun gebed. Het kan erop lijken dat het gezongen wordt tot de schoonheid, maar tot wie wordt het gezongen? Hun lied is tot God gericht.
11. Liefde
Mystici uit alle tijden zijn niet bekend vanwege hun wonderbaarlijke machten of voor de doctrines die ze hebben onderricht, maar vanwege de devotie die ze gedurende hun leven hebben getoond. De soefi in het Oosten zegt tegen zichzelf: ´Ishq Allah, Ma´bud Allah´, wat ´God is liefde, God is de geliefde´ betekent. Met anderen woorden, het is God die Liefde, Liefhebben en Geliefde is. Wanneer we de verhalen over de wonderbaarlijke machten van de mystici, over hun grote inzicht in de verborgen wetten der natuur en over de kwaliteiten die zich via hun prachtige persoonlijkheid hebben gemanifesteerd dan beseffen we dat deze allemaal uit één en dezelfde bron komen, of je het nu devotie of liefde noemt.
Wanneer we vanuit het gezichtspunt van een mysticus naar deze kwestie kijken dan zien we dat liefde twee aspecten heeft: liefde op zich en de schaduw van liefde die op de aarde is gevallen. Het eerste is hemels, het tweede aards. Het eerste ontwikkelt zelf-verzaking in iemand, het tweede maakt hem nog zelfzuchtiger dan hij daarvoor al was. Deugden zoals tolerantie, vergevingsgezindheid, genade of compassie stijgen uit zichzelf op in het hart dat tot liefde is ontwaakt. En zwakheden zoals jaloezie, haat en alle manieren van vooroordeel beginnen te voorschijn te komen wanneer de schaduw van liefde op de aarde van de sterfelijken is gevallen. De eerstgenoemde liefde verheft de mens tot onsterfelijkheid, de laatstgenoemde verandert de onsterfelijke ziel in een sterfelijk wezen. Een of andere dichter heeft ooit gezegd dat de eerste stap in liefde zelfloosheid onderricht. En als die niet wordt ervaren dan heb je een stap in de verkeerde richting gezet, hoewel je het liefde noemt. Want de mens heeft vanaf het moment dat hij op aarde wordt geboren de woorden ´ik ben´ geleerd en alleen liefde kan hem leren om ´gij zijt, niet ik´ te zeggen, want geen enkele ziel kan liefhebben en toch zijn eigen bestaan bekrachtigen.
Liefde kan in haar eerste fase affectie worden genoemd, een teder gevoel jegens iemand, of dat nu de moeder, de vader of een kind of broer of zus, vriend of kameraad is. In affectie begint liefde zichzelf te tonen. En zelfs in dat eerste ontwaken zul je het fenomeen van zelfloosheid zien. Wanneer een onschuldig kind met een snoepje naar zijn moeder toe komt en het haar aanbiedt dan ligt zijn plezier erin om te zien dat in plaats van hijzelf de moeder het neemt. Hier zien we de liefde in haar aanvangsfase en zien we ook zelfloosheid die de eerste stap op het pad van zelfverzaking zet. Je ziet het in de vorm van de compassie van de moeder voor haar kind, in de zelf-opoffering die zij laat zien in de hele nacht opblijven, in het delen van de pijn van haar kind, in het ongerust zijn als het kind weg is, in het zich verheugen over zijn pleziertjes en in het bezorgd zijn om zijn problemen. In deze liefde die zonder passie is, een liefde die slechts verlangt dat het kind groeit, bloeit en vruchten afwerpt terwijl het zelf van de moeder daarentegen ondergedompeld is in het zien gebeuren ervan, in deze liefde bevindt zich zelf-ontzeggin.
Dan bestaat er de liefde van de vriend voor de vriend, waarvoor de enige reden de bewondering is die de een voor de ander heeft. Maar wanneer er ware vriendschap is tussen twee mensen dan schenkt dat hen de ervaring van goddelijke perfectie, zoals in het Perzische gezegde: ´Wanneer twee harten één worden dan kunnen ze bergen verzetten´. Stel je eens voor wat voor een gevoel het is te voelen dat er iemand is in wie we vertrouwen kunnen stellen, dat er iemand is die ons begrijpt, die we kunnen vertrouwen, op wie we kunnen leunen en terugvallen, voor wie we ons hart kunnen openen en stel je eens voor wat voor een gevoel het is te weten dat iemand zich meer zorgen maakt bij onze pijn dan dat hij zich zorgen maakt over zijn eigen problemen en te weten dat er zich iemand op deze wereld bevindt die samen met ons al wat goed en mooi is zal delen! Als we deze vriend aan de ene kant van de weegschaal zouden plaatsen en de gehele wereld aan de andere kant ervan dan zou de kant waar de vriend zich bevindt zwaarder wegen dan de andere.
En dan is er de liefde voor je geliefde levenspartner, een geliefde in wie je de schoonheid van God kunt zien en in wie je de stem van God kunt horen. Je kunt naar die geliefde smachten, je kunt de hele tijd ernaar hunkeren om de aanwezigheid van die geliefde te verwerven. Wanneer er iemand is om naar te smachten, om over na te denken dan begin je de waarheid te beseffen van het gezegde dat pijn te verkiezen is boven genot. Wanneer je het denken, het voelen van je geliefde begint aan te voelen en al het verkeerde dat de geliefde zou kunnen hebben door de vingers begint te zien, wanneer je begint te zien dat alles juist, mooi en goed is in je geliefde dan wordt je omhooggetild om het paradijs te ervaren waarover de legenden het hebben.
Rumi zegt: ´Of je nu van de mens hebt liefgehad of God, als je werkelijkheid hebt liefgehad dan word je uiteindelijk voorgeleid voor de troon van liefde´. Al de verschillende aspecten van liefde en devotie kunnen in hun aanvang verkeerd of juist lijken te zijn, maar als er ware liefde en devotie is dan bereik je uiteindelijk die fase die heiligen en meesters hebben ervaren. Want liefde is zuiverend, liefde is versterkend, liefde is verheffend en liefde schenkt leven.
Degene die zegt: ´Ik houd van iemand, maar ik haat iemand anders´, weet niet wat liefde betekent. Hoe kun je haten als je liefhebt? Dat is onmogelijk. Het hart dat is afgestemd op liefde in niet in staat om te haten, het kan niet haten. Als het in staat is tot haat kan het niet liefhebben, dan heeft het nooit liefgehad. De persoon die zegt dat hij ooit zijn vriend heeft liefgehad, maar dat hij hem niet langer liefheeft, heeft nooit het licht van liefde, van ware liefde, gekend. Liefde is levend en daarom groeit ze; liefde is groeiende en daarom verspreidt ze zich. Er is geen einde aan de verspreiding van liefde, want de bron ervan is goddelijk en de verspreiding ervan derhalve perfect.
Passies die in hun verscheidene aspecten opkomen zijn als rook. Affectie en emotie zijn de gloed van de liefde en devotie is de vlam die opstijgt uit de liefde en die het pad van de zoeker verlicht. Net zoals God eeuwig is, is de liefde eeuwig. Als er al ergens waarheid in ligt dan ligt die in de liefde. Als er geen waarheid in de liefde ligt dan ligt er nergens waarheid in. Als er al enige zeden of principes zijn dan komen ze allemaal op uit de liefde, want dat is het enige principe en de enige zede die echt is. Er zijn veel doctrines en principes die door de mens zijn gemaakt, maar dit zijn slechts wetten. Liefde heeft haar eigen wet en hangt geen enkele wet van wie dan ook aan.
Kan iemand perfectie bereiken door liefde alleen, zonder meditatie? De mens mediteert omdat hij niet werkelijk liefheeft. Het woord liefde wordt verkeerd geïnterpreteerd en verkeerd begrepen. Wij gebruiken het in het dagelijkse leven zonder te weten wat het betekent. Wanneer de ziel eenmaal begint te begrijpen wat het betekent dan is het een woord dat te heilig is om te uiten. Niemand kan beweren lief te hebben, want liefde zou ons rechtvaardig maken en in staat stellen om onze tekortkomingen en zwakheden te zien. Wanneer eenmaal de vlam van liefde in het hart wordt aangestoken dan schaam je je zo erg over jezelf dan je niet meer kunt zeggen: ´ik heb lief´. Mensen ´fall in love´, zoals de engelsen zeggen, maar ze ´never rise´, hoewel het de bedoeling is om via liefde te stijgen en niet om te vallen. Alle inspiraties worden onthuld en de mysteries en geheimen van het leven manifesteren zich voor de blik van degene wiens hart wordt voorbereid; allerlei soorten deugden komen eruit voort.
Mensen hebben het over extase. Sommigen zeggen dat zieners of degenen die spirits en spoken zien extases hebben. Maar ze weten niet wat extase betekent. Extase is een gevoel dat slechts komt wanneer het hart afgestemd wordt op die toonhoogte van liefde die het hart versmelt, die het teder maakt, die het zachtheid schenkt, die het nederig maakt.
Wanneer iemand zegt: ´Ik heb het vormloze lief´, dan beweert hij iets wat inaccuraat is. Hij kan niet het vormloze liefhebben zonder eerst een vorm liefgehad te hebben. Als hij niet de vorm in het vormloze erkend dan is hij niet bij de liefde voor het vormloze aanbeland en wanneer de start niet juist is dan kan het einde ook niet juist zijn. Wanneer je het vormloze in de vorm hebt erkend en het vormloze in de de vorm hebt liefgehad zodat je hebt ervaren wat zelf-verzaking betekent, wanneer je jezelf hebt verloren, dan is de volgende stap de liefde tot het vormloze. En wat is deze liefde? Hoe manifesteert die zich? Die manifesteert zich in de liefde tot alles, die van de mens een fontein van liefde maakt, die over de mensheid de liefde uitstort die opwelt vanuit zijn hart en die liefde kan niet alleen de mensheid maar zelfs alle levende wezens bereiken.
Wanneer we vanuit het gezichtspunt van een mysticus naar deze kwestie kijken dan zien we dat liefde twee aspecten heeft: liefde op zich en de schaduw van liefde die op de aarde is gevallen. Het eerste is hemels, het tweede aards. Het eerste ontwikkelt zelf-verzaking in iemand, het tweede maakt hem nog zelfzuchtiger dan hij daarvoor al was. Deugden zoals tolerantie, vergevingsgezindheid, genade of compassie stijgen uit zichzelf op in het hart dat tot liefde is ontwaakt. En zwakheden zoals jaloezie, haat en alle manieren van vooroordeel beginnen te voorschijn te komen wanneer de schaduw van liefde op de aarde van de sterfelijken is gevallen. De eerstgenoemde liefde verheft de mens tot onsterfelijkheid, de laatstgenoemde verandert de onsterfelijke ziel in een sterfelijk wezen. Een of andere dichter heeft ooit gezegd dat de eerste stap in liefde zelfloosheid onderricht. En als die niet wordt ervaren dan heb je een stap in de verkeerde richting gezet, hoewel je het liefde noemt. Want de mens heeft vanaf het moment dat hij op aarde wordt geboren de woorden ´ik ben´ geleerd en alleen liefde kan hem leren om ´gij zijt, niet ik´ te zeggen, want geen enkele ziel kan liefhebben en toch zijn eigen bestaan bekrachtigen.
Liefde kan in haar eerste fase affectie worden genoemd, een teder gevoel jegens iemand, of dat nu de moeder, de vader of een kind of broer of zus, vriend of kameraad is. In affectie begint liefde zichzelf te tonen. En zelfs in dat eerste ontwaken zul je het fenomeen van zelfloosheid zien. Wanneer een onschuldig kind met een snoepje naar zijn moeder toe komt en het haar aanbiedt dan ligt zijn plezier erin om te zien dat in plaats van hijzelf de moeder het neemt. Hier zien we de liefde in haar aanvangsfase en zien we ook zelfloosheid die de eerste stap op het pad van zelfverzaking zet. Je ziet het in de vorm van de compassie van de moeder voor haar kind, in de zelf-opoffering die zij laat zien in de hele nacht opblijven, in het delen van de pijn van haar kind, in het ongerust zijn als het kind weg is, in het zich verheugen over zijn pleziertjes en in het bezorgd zijn om zijn problemen. In deze liefde die zonder passie is, een liefde die slechts verlangt dat het kind groeit, bloeit en vruchten afwerpt terwijl het zelf van de moeder daarentegen ondergedompeld is in het zien gebeuren ervan, in deze liefde bevindt zich zelf-ontzeggin.
Dan bestaat er de liefde van de vriend voor de vriend, waarvoor de enige reden de bewondering is die de een voor de ander heeft. Maar wanneer er ware vriendschap is tussen twee mensen dan schenkt dat hen de ervaring van goddelijke perfectie, zoals in het Perzische gezegde: ´Wanneer twee harten één worden dan kunnen ze bergen verzetten´. Stel je eens voor wat voor een gevoel het is te voelen dat er iemand is in wie we vertrouwen kunnen stellen, dat er iemand is die ons begrijpt, die we kunnen vertrouwen, op wie we kunnen leunen en terugvallen, voor wie we ons hart kunnen openen en stel je eens voor wat voor een gevoel het is te weten dat iemand zich meer zorgen maakt bij onze pijn dan dat hij zich zorgen maakt over zijn eigen problemen en te weten dat er zich iemand op deze wereld bevindt die samen met ons al wat goed en mooi is zal delen! Als we deze vriend aan de ene kant van de weegschaal zouden plaatsen en de gehele wereld aan de andere kant ervan dan zou de kant waar de vriend zich bevindt zwaarder wegen dan de andere.
En dan is er de liefde voor je geliefde levenspartner, een geliefde in wie je de schoonheid van God kunt zien en in wie je de stem van God kunt horen. Je kunt naar die geliefde smachten, je kunt de hele tijd ernaar hunkeren om de aanwezigheid van die geliefde te verwerven. Wanneer er iemand is om naar te smachten, om over na te denken dan begin je de waarheid te beseffen van het gezegde dat pijn te verkiezen is boven genot. Wanneer je het denken, het voelen van je geliefde begint aan te voelen en al het verkeerde dat de geliefde zou kunnen hebben door de vingers begint te zien, wanneer je begint te zien dat alles juist, mooi en goed is in je geliefde dan wordt je omhooggetild om het paradijs te ervaren waarover de legenden het hebben.
Rumi zegt: ´Of je nu van de mens hebt liefgehad of God, als je werkelijkheid hebt liefgehad dan word je uiteindelijk voorgeleid voor de troon van liefde´. Al de verschillende aspecten van liefde en devotie kunnen in hun aanvang verkeerd of juist lijken te zijn, maar als er ware liefde en devotie is dan bereik je uiteindelijk die fase die heiligen en meesters hebben ervaren. Want liefde is zuiverend, liefde is versterkend, liefde is verheffend en liefde schenkt leven.
Degene die zegt: ´Ik houd van iemand, maar ik haat iemand anders´, weet niet wat liefde betekent. Hoe kun je haten als je liefhebt? Dat is onmogelijk. Het hart dat is afgestemd op liefde in niet in staat om te haten, het kan niet haten. Als het in staat is tot haat kan het niet liefhebben, dan heeft het nooit liefgehad. De persoon die zegt dat hij ooit zijn vriend heeft liefgehad, maar dat hij hem niet langer liefheeft, heeft nooit het licht van liefde, van ware liefde, gekend. Liefde is levend en daarom groeit ze; liefde is groeiende en daarom verspreidt ze zich. Er is geen einde aan de verspreiding van liefde, want de bron ervan is goddelijk en de verspreiding ervan derhalve perfect.
Passies die in hun verscheidene aspecten opkomen zijn als rook. Affectie en emotie zijn de gloed van de liefde en devotie is de vlam die opstijgt uit de liefde en die het pad van de zoeker verlicht. Net zoals God eeuwig is, is de liefde eeuwig. Als er al ergens waarheid in ligt dan ligt die in de liefde. Als er geen waarheid in de liefde ligt dan ligt er nergens waarheid in. Als er al enige zeden of principes zijn dan komen ze allemaal op uit de liefde, want dat is het enige principe en de enige zede die echt is. Er zijn veel doctrines en principes die door de mens zijn gemaakt, maar dit zijn slechts wetten. Liefde heeft haar eigen wet en hangt geen enkele wet van wie dan ook aan.
Kan iemand perfectie bereiken door liefde alleen, zonder meditatie? De mens mediteert omdat hij niet werkelijk liefheeft. Het woord liefde wordt verkeerd geïnterpreteerd en verkeerd begrepen. Wij gebruiken het in het dagelijkse leven zonder te weten wat het betekent. Wanneer de ziel eenmaal begint te begrijpen wat het betekent dan is het een woord dat te heilig is om te uiten. Niemand kan beweren lief te hebben, want liefde zou ons rechtvaardig maken en in staat stellen om onze tekortkomingen en zwakheden te zien. Wanneer eenmaal de vlam van liefde in het hart wordt aangestoken dan schaam je je zo erg over jezelf dan je niet meer kunt zeggen: ´ik heb lief´. Mensen ´fall in love´, zoals de engelsen zeggen, maar ze ´never rise´, hoewel het de bedoeling is om via liefde te stijgen en niet om te vallen. Alle inspiraties worden onthuld en de mysteries en geheimen van het leven manifesteren zich voor de blik van degene wiens hart wordt voorbereid; allerlei soorten deugden komen eruit voort.
Mensen hebben het over extase. Sommigen zeggen dat zieners of degenen die spirits en spoken zien extases hebben. Maar ze weten niet wat extase betekent. Extase is een gevoel dat slechts komt wanneer het hart afgestemd wordt op die toonhoogte van liefde die het hart versmelt, die het teder maakt, die het zachtheid schenkt, die het nederig maakt.
Wanneer iemand zegt: ´Ik heb het vormloze lief´, dan beweert hij iets wat inaccuraat is. Hij kan niet het vormloze liefhebben zonder eerst een vorm liefgehad te hebben. Als hij niet de vorm in het vormloze erkend dan is hij niet bij de liefde voor het vormloze aanbeland en wanneer de start niet juist is dan kan het einde ook niet juist zijn. Wanneer je het vormloze in de vorm hebt erkend en het vormloze in de de vorm hebt liefgehad zodat je hebt ervaren wat zelf-verzaking betekent, wanneer je jezelf hebt verloren, dan is de volgende stap de liefde tot het vormloze. En wat is deze liefde? Hoe manifesteert die zich? Die manifesteert zich in de liefde tot alles, die van de mens een fontein van liefde maakt, die over de mensheid de liefde uitstort die opwelt vanuit zijn hart en die liefde kan niet alleen de mensheid maar zelfs alle levende wezens bereiken.