Vier soorten leerlingschap

Er bestaan vier soorten leerlingschap, waarvan er slechts één als echt leerlingschap kan worden omschreven. Een type leerling van de moderne tijd is diegene die naar zijn leraar komt en zegt: ´We zullen samen dit boek bestuderen´, of ´Heeft U dit boek gelezen? Het is erg interessant´, of ´Ik heb al eerder iets van iemand anders geleerd, nu zou ik graag van U willen leren wat ik maar kan en vervolgens zal ik naar iets doorgaan wat nog interessanter is´. Zo iemand kan men een student noemen, maar nog geen discipel. Zijn geest is niet die van een discipel; het is de geest van een student die van de ene universiteit, van het ene college naar het andere gaat; van de ene professor gaat hij door in de handen van een ander. Hij zal uitstekend geschikt zijn voor zulke intellectuele bezigheden, maar de geest van de discipel is anders.

Dan is er een ander type dat denkt: ´Alles wat ik uit hem kan halen zal ik eruit halen. En als ik het heb verzameld, zal ik het gebruiken op de manier die ik het best vind´. Nu, dit is de manier van een dief die zegt: ´Ik neem uit de portemonnee van deze persoon wat ik maar kan en dan zal ik het voor mijn eigen doel besteden´. Dit is een verkeerde instelling, omdat spirituele inspiratie en kracht niet kan worden gestolen; een dief kan ze niet stelen; en als een discipel zo´n instelling heeft dan zal hij honderd jaar bij een leraar blijven en nog niets hebben ontvangen. Er zijn in deze wereld vandaag veel mensen die er hun beroep van maken om intellectueel te stelen; elk intellectueel iets wat ze maar vinden, nemen zij tot zich en gebruiken het. Maar ze beseffen niet wat voor leed zij verrichten door deze houding. Zij verlammen hun minds en zij sluiten hun eigen geest.

Vervolgens is er een derde verkeerd type leerling: door iets achter te houden wat het essentieelste is, namelijk vertrouwen. Hij zal zeggen: ´Vertel me alles wat je me kunt leren, alles wat ik kan leren, geef me alles wat je hebt´, maar in gedachten zegt hij: ´ik zal jou mijn vertrouwen niet geven, maar ik weet nog niet of deze weg de juiste voor me is. Wanneer je me hebt onderricht zal ik dat beoordelen en dan zal ik zien wat het is. Maar tot die tijd geef ik jou mijn vertrouwen niet, ofschoon mijn oren zijn afgestemd op jouw woorden´. Dit is de derde verkeerde neiging. Zolang een leerling niet zijn vertrouwen aan zijn spirituele gids wil geven, zal hij niet ten volle zijn voordeel halen uit zijn onderricht.

Het vierde type is het juiste type leerlingschap. En dit komt niet voort door alleen maar te denken dat je het spirituele pad op zou willen gaan of dat je een discipel zou willen zijn, een mureed, een chela, maar er komt een tijd in het leven van iedereen wanneer de omstandigheden hem zodanig hebben beproefd dat hij de wens begint te voelen om een woord van verlichting te vinden, wat advies, wat leiding, een aanwijzing op het pad van de waarheid. Wanneer de waarde van alle dingen en wezens in zijn ogen beginnen te veranderen is het de tijd dat hij zich hongerig naar spirituele leiding begint te voelen. Brood is voor de hongerigen bedoeld, niet voor degenen die behoorlijk verzadigd zijn. Als zo iemand op zoek gaat naar een leraar, zet hij de juiste stap; maar er bestaat een moeilijkheid en dat is dat als hij de leraar eerst wil beproeven, er geen einde aan de beproeving komt. Hij kan van de ene naar de andere gaan, naar het wereldlijke wezen naar het hemelse wezen, en iedereen beproeven en wat zal hij op het einde ervan vinden? Imperfektie. Hij zoekt ernaar en hij zal het vinden. De mens is een imperfect wezen, een menselijk wezen, een beperkt wezen. Als hij perfektie in een beperkt wezen wil vinden zal hij altijd teleurgesteld worden wie hij ook maar tegenkomt, of het nu een engel of een menselijk wezen is. Als hij eenvoudig genoeg zou zijn om welke leraar dan ook die op zijn pad komt te aanvaarden en om te zeggen: ´Ik zal Uw mureed zijn´, dan zou het veel gemakkelijker kunnen zijn, ofschoon dit niet altijd haalbaar zal zijn.

Iemand vroeg een Brahmin: ´Waarom aanbidt U een god van steen, een idool van steen? Kijk, hier ben ik, een aanbidder van de God die in de hemel is. Deze steen luistert niet naar U, hij heeft geen oren´. En de Brahmin antwoordde: ´Als U geen geloof heeft, hoort zelfs de God in de hemel U niet; en als U geloof heeft dan zal deze steen oren om te horen hebben´.

De middenweg en de beste weg is om je eigen intuïtie en inspiratie te consulteren. Als de intuïtie van iemand zegt: ´Ik zal gidsing van deze leraar zoeken of hij nu wordt hooggehouden door de hele mensheid of door duizenden met verachting en vooroordeel wordt bekeken, dat kan me niet schelen´, dan volgt iemand het principe van loyaliteit door aan die ene leraar te hechten. Maar als iemand niet loyaal is op het spirituele pad dan zal hij natuurlijk op het einde moeilijkheden ondervinden. Want wat is loyaliteit? Loyaliteit is de reflectie van eeuwigheid. En wat is de waarheid? De waarheid is eeuwigheid en dus moet iemand die waarheid zoekt het principe van loyaliteit leren.

De leerling dient de leiding van zijn leraar volledig te vertrouwen, in de richting die hem wordt gegeven door de leraar. De boeddhisten die een spirituele leraar met veel ontzag bezien zeggen: ´Het maakt ons niets uit of hij wel of niet bekend is; en zelfs als hij het is weten we niet of hij onze eerbied zal aanvaarden; en als hij het ontvangt weten wij niet zeker of hij het nodig heeft´. Aanbidding kan alleen gegeven worden aan diegenen wier aanwezigheid wij ons bewust zijn; en het is in het bijzonder bedoeld voor de spirituele leraar, want hij toont ons het enige pad dat ons bevrijdt van alle pijn waarmee dit leven vol is. Dat is de reden waarom onder alle andere verplichtingen die wereldlijke winst en voordeel behelsen de verplichting tot de spirituele leraar de grootste is omdat het zich bezighoudt met de bevrijding van de ziel op haar weg naar Nirvana, dat de enige wens van elke ziel is.

De leraar onderricht niet altijd in duidelijke taal. De spirituele leraar beschikt over duizend manieren. Het kan zijn dat hij door middel van zijn gebeden de leerling kan begeleiden; het kan zijn door middel van zijn gedachten, zijn gevoelens of zijn sympathie, zodat hij hem zelfs op afstand kan begeleiden. En daarom is het een groot misverstand wanneer de leerling denkt dat hij slechts onderricht kan worden door middel van woorden of lessen, trainingen of oefeningen.

Om de juiste discipelen te krijgen en om er voor te zorgen dat de juiste mensen naar hem toe komen, regelde een Soefi die in Hyderabad woonde iets wonderlijks. Hij liet een knorrige oude vrouw in de buurt van zijn huis zitten; en tegen iedereen die kwam om de grote meester te ontmoeten vertelde zij allerlei dingen in het nadeel van de leraar: hoe onvriendelijk hij was, hoe wreed, hoe onachtzaam, hoe lui; zij hield niets achter. En als gevolg hiervan gingen er vijfennegentig van de honderd mensen weer weg; zij durfden niet bij hem in de buurt te komen. Misschien kwamen er slechts vijf die zich een eigen mening over hem wilden vormen. En de leraar was zeer verheugd dat die vijfennegentig mensen weg waren gegaan want wat zij zochten was niet aanwezig; dat bevond zich elders.

Er is een andere kant aan deze kwestie. Het eerste wat een leraar doet is uitvinden wat de dringende behoefte van zijn discipel is. Zeker, de discipel is gekomen om naar waarheid te zoeken en om geleid te worden op het pad naar God, maar tegelijkertijd is het de psychologische taak van de leraar om zijn gedachte eerste te schenken aan de dringende behoefte van de discipel, of de discipel deze nu wel of niet uitspreekt. En de poging van de leraar is erop gericht die eerste moeilijkheid te verwijderen, omdat hij weet dat het een obstakel is op de weg van de discipel. Het is voor een ziel gemakkelijk om het spirituele pad te betreden omdat het het spirituele pad is dat de ziel aan het zoeken is. God is de zoektocht voor iedereen en iedere ziel zal haar weg op natuurlijke wijze gaan mits er niets in de weg staat en daarom is de dringendste behoefte het verwijderen van welke obstructie dan ook. Zo kan er een wens in vervulling gaan, het kan overwonnen worden of het kan verwijderd worden. Als het in vervulling gaat dan is dat fantastisch. Als het niet goed is om die in vervulling te laten gaan dan moet die worden overwonnen of worden verwijderd om de weg te effenen. De leraar denkt nooit dat hij naar de leerling toe alleen maar bezig is met de spirituele vooruitgang in het bereiken van God, want als er iets is dat de weg van de discipel blokkeert dat zal het voor de leraar niet gemakkelijk zijn om hem te helpen.

Er zijn drie vermogens waarvan de leraar het essentieel acht om die in een discipel te ontwikkelen: het verdiepen van sympathie, de weg naar harmonie wijzen en de geest van schoonheid wekken. Men ziet vaak dat zonder een specifieke formule te hebben geleerd of een specifieke les te hebben ontvangen over deze drie onderwerpen, de ziel van een oprechte discipel zal groeien onder leiding van de juiste leraar net als een plant die zorgvuldig elke dag, elke maand en elk jaar wordt bemest en wordt voorzien van water. En zonder het zelf te weten zal hij deze drie kwaliteiten gaan vertonen, de altijd groeiende sympathie, de harmoniserende kwaliteit die elke dag steeds meer groeit en het uitdrukken, het begrijpen en het waarderen van schoonheid in al haar vormen.

Men kan zich afvragen of er geen weg terug is? Welnu, soms is er een gevoel van teruggang; het is net als wanneer men zich op zee bevindt, het schip kan op een zodanige wijze bewegen dat men soms denkt dat het terugwaarts gaat ofschoon men in werkelijkheid vooruit gaat; men kan hetzelfde gevoel hebben als men op een olifant rijdt of op een kameel. Wanneer zich in het leven van sommige discipelen zich dit gevoel voordoet is dat alleen maar een bewijs van leven. Desalniettemin zal een discipel vaak meer fouten in zichzelf voelen sinds hij een discipel is geworden dan daarvoor. Dit mag zo zijn, maar dat betekent niet dat zijn fouten groter zijn geworden; het betekent alleen maar dat zijn ogen nu verder open staan zodat hij elke dag steeds meer fouten dan daarvoor ziet.

Op het spirituele pad is er altijd een groot gevaar dat de discipel moet overwinnen: hij kan het gevoel ontwikkelen dat hij geëxalteerd is, dat hij meer weet dan andere mensen, dat hij beter is dan andere mensen. Zodra iemand denkt: ´ik ben meer´ sluiten zich de poorten van kennis. Hij zal niet meer in staat zijn zijn kennis te verbreden omdat de poorten van zijn hart zich automatisch sluiten wanneer hij zegt: ´Ik weet het´. Spirituele kennis, de kennis van het leven, is zo bedwelmend, zo exalterend, het brengt zo´n grote vreugde dat iemand zijn kennis begint te spuien zodra deze omhoogkomt ten opzichte van iedereen die maar in de buurt komt. Maar als een discipel op dat moment zich zou kunnen realiseren dat hij dat aangewakkerde vlammetje zou moeten koesteren, het zou moeten bewaren, het in zichzelf zou moeten houden en het zich zou laten verdiepen, dan zouden zijn woorden niet noodzakelijk zijn, zijn aanwezigheid zou de mensen verlichten; maar zodra de bron opspringt en hij er in woorden uitspuit wat er uit die bron komt, zal ofschoon aan de ene kant zijn ijdelheid tevreden zou worden gesteld hij toch aan de andere kant zijn energie verspillen. De kleine bron die is ontsprongen heeft hij voor anderen uitgespuid en hij blijft zonder kracht achter. Dit is de reden waarom terughoudendheid aan de ware leerling wordt geleerd, het bewaren van inspiratie en kracht. Degene die spreekt is niet altijd wijs; degene die luistert is wijs.

Tijdens het leerlingschap kan de eerste periode de periode van observatie worden genoemd; tijdens deze periode observeert de leerling met een respectvolle houding al het goede en slechte, het juiste en het verkeerde, zonder daar een mening over te geven. En elke dag onthult dit een nieuw idee over het onderwerp aan de leerling. Vandaag denkt hij dat het verkeerd is, maar zegt dat niet; morgen vraagt hij zich af hoe het verkeerd kan zijn. Overmorgen denkt hij: ´Maar kan dit werkelijk verkeerd zijn?´, terwijl hij op de vierde dag kan denken dat het niet verkeerd is en op de vijfde dat het juist is. En hij kan hetzelfde proces doorlopen bij wat juist is, als hij zich maar niet meteen op de eerste dag uit. Het zijn de dwazen die meteen hun mening geven; de wijzen houden die achter. Door hun mening achter te houden worden ze elke dag wijzer; door hun mening te uiten worden ze voortdurend iets minder wijs.

Het tweede dat heel belangrijk voor de leerling is, is het leren. En hoe dient hij te leren? Elk woord dat de leerling uit de mond van de murshid hoort is een compleet heilig boek. In plaats van een heilig boek van kaft tot kaft te lezen heeft hij een woord van de murshid opgenomen en dat is hetzelfde. Door er op te mediteren, door erover te denken, door er diep over na te denken, maakt hij dat woord tot een plant waaruit vruchten en bloemen ontspruiten. Een boek is het een, een levend woord is iets anders. Misschien kan er een compleet boek worden geschreven door de inspiratie van een levend woord van de murshid. Daarnaast beoefent de mureed al de meditaties die hem worden gegeven, en door deze oefeningen ontwikkelt hij in zichzelf die inspiratie, die kracht waarvan het juist de bedoeling is dat die zich in de leerling ontwikkelt.

En de derde stap voorwaarts voor de leerling ligt in het testen van de inspiratie, de kracht die hij heeft ontvangen. Je kunt je afvragen hoe iemand dit kan testen? Het leven kan duizend voorbeelden geven van elk idee waarover iemand heeft nagedacht. Als iemand van binnenuit heeft geleerd dat een bepaald idee goed of fout is, dan is het leven zelf een voorbeeld dat laat zien waarom het fout of waarom het goed is.

Wanneer iemand niet verlicht raakt, kan iemand de verklaring vinden door naar de regen te kijken: het valt op alle bomen, maar de reactie van de bomen erop bepaalt of zij groeien en vruchten dragen. De zon schijnt op alle bomen; het maakt geen onderscheid tussen hen, maar de reactie van de bomen op de zon bepaalt of zij van die zonneschijn profiteren. Tegelijkertijd is een mureed erg vaak een inspiratie voor de murshid. Niet de murshid onderricht; God onderricht. De murshid is slechts een medium, en hoe sterk de reactie van de mureed is zo sterk trekt die de boodschap van God aan.

De mureed kan inspireren, maar hij kan ook ophouden te inspireren. Wanneer er geen reactie van zijn zijde is of als er tegenwerking is of gebrek aan interesse dan houdt de inspiratie van de murshid op; net als de wolken die geen regen kunnen produceren wanneer ze boven de woestijn zijn. De woestijn heeft invloed op hen, maar wanneer dezelfde wolken zich boven een bos bevinden trekken de bomen hen aan en valt de regen.

De attributen van de discipel zijn terughoudendheid, bedachtzaamheid, overdenking, balans en oprechtheid. Men moet vooral aandacht hebben dat tijdens de leerlingtijd iemand geen leraar wordt, want vaak is een groeiende ziel zo gretig om een leraar te worden dat hij voordat hij de periode van het leerlingschap heeft beëindigd erg ongeduldig wordt. Het moet in gedachten worden gehouden dat alle grote leraren van de mensheid zoals Jezus Christus, Boeddha, Mohammed en Zarathoestra grote leerlingen zijn geweest; zij hebben geleerd van het onschuldige kind, van iedereen, van elke persoon die in hun buurt kwam. Zij hebben van elke situatie en toestand in de wereld geleerd: zij hebben begrepen en zij hebben geleerd. De wens om constant te leren maakt iemand tot leraar en niet de wens om een leraar te worden. Zodra iemand denkt: ´Ik stel iets voor als leraar´, heeft hij terrein verloren. Want er is slechts een leraar: God alleen is de Leraar en alle anderen zijn Zijn leerlingen. We leren allemaal wat het leven ons leert; en de dag waarop een ziel begint te denken dat hij alles heeft geleerd wat hij had te leren en dat hij nu een leraar is, vergist hij zich vreselijk. De grootste leraren van de mensheid hebben meer van de mensheid geleerd dan aan haar geleerd.