Leerlingschap

Men vraagt zich, vooral in het westerse gedeelte van de wereld, af wat het pad van leerlingschap in werkelijkheid kan zijn. Ofschoon het pad van leerlingschap het pad van degenen was die Christus en alle andere leraren hebben gevolgd, heeft de moderne manier van denken veel wat het idealisme dat in het verleden bestond weggenomen. Het is niet alleen zo dat het pad van leerlingschap weinig bekend is, maar dat ook de ideale houding zowel ten opzichte van moederschap en vaderschap als ten opzichte van de ouderen minder goed begrepen wordt. Deze verandering in het ideaal van de wereld heeft ongewild in zo´n mate doorgewerkt dat in onze tijden wereldconflicten er het resultaat van zijn. De problemen tussen landen en klassen, in het sociale en het huislijke leven komen alle voort uit een en dezelfde oorzaak. Als iemand mij zou vragen wat de oorzaak van de onrust in de wereld van vandaag is dan zou ik antwoorden dat dat het gebrek aan idealisme is.

In vroeger tijden was het leerlingschap een les die op elk gebied van het leven toegepast moest worden. De mens is niet alleen zijn lichaam; hij is zijn ziel. Wanneer er een kind op aarde wordt geboren, dan is dat niet de tijd dat de ziel wordt geboren; de ziel wordt geboren vanaf het moment dat consideratie wordt geboren. Deze geboorte van consideratie is in werkelijkheid de geboorte van de ziel; de mens toont zijn ziel in zijn consideratie. Sommigen worden zo voorkomend als kinderen, anderen worden zich gedurende hun hele leven niet bewust van hun voorkomendheid. Liefde wordt een goddelijk element genoemd, maar de goddelijke uitdrukking van liefde is niets anders dan voorkomendheid; en het zou niet zo heel verkeerd zijn te zeggen dat liefde zonder voorkomendheid niet volledig goddelijk is. Liefde die geen voorkomendheid heeft verliest zijn zoete geurigheid. Bovendien is intelligentie geen voorkomendheid. De balans tussen liefde en intelligentie, de actie en reactie van liefde en intelligentie op elkaar brengt consideratie met zich mee. Kinderen die voorkomend zijn zijn waardevoller voor hun ouders dan juwelen dat zijn. Wij waarderen het meest de mens die voorkomend is, de vriend die consideratie heeft, al diegenen met wie wij in contact komen die voorkomend zijn.

Dus het is de les van voorkomendheid die door de spirituele leraren wordt gegeven die het pad van leerlingschap kan worden genoemd. Dit betekent niet dat de grote leraren het leerlingschap, de devotie of het respect van de leerlingen voor zichzelf hebben gewild. Iedere leraar die dat verwacht, kan geen leraar zijn. Hoe kan hij dan een spiritueel leraar zijn als hij boven dit alles verheven moet zijn om zodoende boven hen te zijn? Respect, devotie en consideratie worden echter onderricht voor het eigen voordeel van de leerling, als een eigenschap die gecultiveerd moet worden. Tot de dag van vandaag was er een gewoonte in India, die ikzelf als zeer jong kind heb ervaren, dat de eerste dingen die ouders hun kinderen leerden respect voor de leraar, consideratie en een vriendelijke houding waren. Tegenwoordig heeft een kind dat naar school gaat niet hetzelfde idee. Hij denkt dat de leraar is aangesteld om een bepaalde plicht te vervullen; hij kent de leraar nauwelijks en de leraar kent hem nauwelijks. Wanneer hij naar huis komt heeft hij dezelfde houding ten opzichte van zijn ouders als op school. De meeste kinderen groeien op met het idee dat alle aandacht die hun ouders hun geven slechts onderdeel van hun plicht is; op zijn best denken zij: ´Misschien kan ik het ooit goedmaken als ik daartoe in staat ben´. Het idee van vroeger was anders. De Profeet Mohammed bijvoorbeeld leerde zijn leerlingen dat de grootste schuld die iedereen had de schuld aan zijn moeder was en als hij wilde dat zijn tekortkomingen hem werden vergeven hij zo moest handelen tijdens zijn leven dat aan het einde ervan zijn moeder voordat zij deze aarde zou verlaten, zou zeggen: ´Ik heb jou je schuld vergeven´. Er was niets dat iemand kon geven of doen, geld noch diensten, die hem in staat zouden stellen te zeggen: ´Ik heb mijn schuld betaald´; nee, zijn moeder moet zeggen: ´Ik heb jou die schuld vergeven´. Wat onderricht dit? Het onderricht de waarde van die zelfloze liefde die zich boven alle aardse passie bevindt.

Als we ons zelf vanbinnen ondervragen voor welk doel we op aarde zijn gekomen en waarom wij menselijke wezens zijn geworden ons afvragend of het misschien beter zou zijn geweest om engelen te blijven, zal het antwoord vanuit zijn eigen hart zeker naar de wijze komen, dat we hier zijn om een voller leven te ervaren, om volledig menselijk te worden. Want door voorkomend te zijn worden wij volledig menselijk. Iedere handeling die met voorkomendheid wordt verricht is waardevol, elk woord dat met voorkomendheid wordt uitgesproken is kostbaar. Het gehele onderricht van Christus – Gezegend zijn de zachtmoedigen… de armen van geest – onderricht een ding: consideratie. Ofschoon het eenvoudig lijkt, is het een heel harde les om te leren. Hoe meer we volgens dit ideaal willen handelen, des te meer realiseren wij ons dat wij falen. Hoe verder we op het pad van consideratie gaan, des te delicater worden onze ogen van de perceptie; wij voelen en betreuren de kleinste fout.

Niet elke ziel doet er moeite voor om dit pad te betreden. Niet iedereen is een plant; er zijn er velen die een rots zijn en dezen willen niet voorkomendheid zijn, zij denken dat dat te veel moeite kost. Natuurlijk heeft de steen geen pijn, degene die voelt voelt pijn. Nochtans bevindt zich in het voelen het leven; de levensvreugde is zo groot dat zelfs met pijn iemand liever een levend wezen is dan een rots, want er bevindt zich vreugde in het leven, in het voelen van leven dat niet in woorden uitgedrukt kan worden. Na hoeveel miljoenen jaren is het leven dat was opgesloten in stenen en rotsen opgestegen naar het menselijk wezen! Maar zelfs als iemand een rots wenst te blijven, moet hij dat doen ofschoon het in iedereen de natuurlijke neiging is om de menselijke kwaliteiten volledig te ontwikkelen.

De eerste les die de leerling op het pad van leerlingschap leert is wat in Soefi-termen Yaqin wordt genoemd, wat vertrouwen betekent. Dit vertrouwen geeft hij in eerste instantie aan degene die hij als zijn leraar, zijn spirituele gids, beschouwt.

In het geven van vertrouwen kunnen drie soorten mensen worden onderscheiden. De een geeft een gedeelte van zijn vertrouwen en kan het ander gedeelte niet geven. Hij is besluiteloos en denkt: ´Ja, ik geloof dat ik vertrouwen heb; misschien wel, misschien niet´. En dit soort vertrouwen plaatst hem in een hele moeilijke positie. Het zou beter zijn dit helemaal niet te hebben. Het lijkt op lauw water, niet heet en niet koud. In alles zal deze persoon hetzelfde doen, in zaken, in zijn beroep. Hij vertrouwt en twijfelt, hij vertrouwt en is bang. Hij loopt niet op de wolken, hij loopt niet met zijn voeten op de aarde; hij bevindt zich tussen deze twee in. Dan is er een ander iemand, degene die zijn vertrouwen aan de leraar geeft maar onzeker over zichzelf is, hij is er innerlijk niet zeker van of hij het heeft gegeven. Deze persoon heeft geen vertrouwen in zichzelf, hij is niet zeker van zichzelf; zijn vertrouwen heeft geen waarde. En de derde is iemand die zijn vertrouwen geeft omdat hij zich zelfverzekerd voelt. Deze zelfverzekerdheid kan alleen Yaqin genoemd worden.

Jezus Christus had mesnen uit al deze categorieĆ«n om hem heen. Duizenden mensen uit de eerste categorie kwamen, verdrongen zich om de Meester heen en verlieten hem vervolgens. Het duurde voor hen korte tijd om aangetrokken te worden, en korte tijd om de Meester weer te verlaten. Uit de tweede categorie kwamen diegenen die enige tijd doorgaan, net als een dronkaard maar door blijft gaan; maar als zij weer nuchter zijn worden de dingen hen helder en vragen zij zichzelf af: ´Waar ga ik naar toe? Niet in de juiste richting´. Duizenden en duizenden uit deze categorie volgden de meesters en de profeten, maar degenen tot het einde van de test bleven waren degenen die voordat zij hun vertrouwen aan de meester gaven eerst vertrouwen in hun eigen hart hadden. Het zijn degenen, die als de aarde in water zou veranderen en het water in aarde, als de lucht naar beneden zou komen en de aarde zou opstijgen, onwankelbaar zouden blijven, stevig in het geloof dat zij eens hebben gewonnen. Door leerlingschap leert iemand de moraal dat in welke hoedanigheid hij zich ook bevindt, als man of vrouw, zoon of dochter, dienaar of vriend, hij met vertrouwen zal volgen, standvastig en rustig waarheen hij ook gaat.

Nadat Yaqin is verworven volgt er een test en dat is opoffering. Dat is het ideaal op het pad van God. Het meest dierbare bezit, is niet te waardevol, niets is te groot om op te offeren. Geen van de discipelen van de Profeet – de ware discipelen- vonden zelfs hun eigen leven niet te groot als offer als het noodzakelijk was. Het verhaal van Ali is zeer bekend: er was een complot ontdekt dat vijanden op een avond de Profeet wilden vermoorden en Ali hoorde erover. Hij vertelde dit niet aan de Profeet, maar overreedde hem om het huis te verlaten. Hij zelf bleef, want hij wist dat als hij ook weg zou gaan de moordenaars hem zouden volgen en zouden ontdekken waar de Profeet was. Hij sliep in hetzelfde bed op de plaats van de Profeet zodat de moordenaars hem zouden vinden hoewel hij tegelijkertijd niet van plan was zijn leven te verliezen als hij hen van zich af zou kunnen slaan. Het gevolg was dat het complot mislukte en de vijanden noch de Profeet noch Ali konden aanraken.

Dit is slechts een voorval, maar er zijn duizenden voorvallen die aantonen dat de vriendschap die in God is gevormd en de waarheid tussen de leraar en de leerling voor altijd is en dat er niets in de wereld bestaat dat deze band kan breken. Wanneer de spirituele band niet gehouden kan worden, hoe kan een materiĆ«le band zich dan intact houden? Het zal slijten, omdat het slechts een wereldlijke band is. Wanneer een spirituele gedachte geen link tussen twee zielen kan vormen, wat kan er dan zo´n sterke band opbouwen dat het zowel hier als in het hiernamaals stand kan houden?

De derde les op het pad van leerlingschap is imitatie; dit betekent de leraar imiteren in al zijn gedrag, zijn gedrag ten opzichte van vrienden, ten opzichte van de vijand, ten opzichte van de gekken en ten opzichte van de wijzen. Wanneer de leerling zich gedraagt zoals hij wil en de leraar zich gedraagt zoals hij wil, dan is er geen voordeel, hoe groot de opoffering en de devotie ook is. Geen lering of meditatie is zo groots of waardevol als de imitatie van de leraar op het pad van de waarheid. In de imitatie van de leraar is het hele geheim van het spirituele leven verborgen. Het is ongetwijfeld niet alleen de imitatie van zijn uiterlijke handelen, maar ook van zijn innerlijke neiging.

De vierde les die een leerling leert is weer anders. Deze les is om de innerlijke gedachte van de leraar naar buiten toe om te zetten, omdat hij groeit en zijn leraar in alles en iedereen ziet, in de wijze, in de gek en in alle vormen.

Tenslotte leert de leerling in de vijfde les om alles wat hij tot dusverre aan zijn leraar heeft gegeven – devotie, opoffering, dienstbaarheid, respect- aan iedereen te geven, omdat hij heeft geleerd in alles zijn leraar te zien.

Iemand zal misschien zijn gehele leven niets leren, terwijl een ander alle vijf de lessen in een korte tijd zal leren. Er bestaat een verhaal over iemand die naar een leraar ging en tegen hem zei: ´Ik zou graag Uw leerling, Uw discipel willen zijn´. De leraar zei: ´Ja; ik zal zeer blij zijn´. Deze man die zich bewust was van zijn vele fouten was verbaasd dat de leraar bereid was hem als discipel te accepteren. Hij vroeg: ´Maar ik vraag me af of U weet hoe veel fouten ik heb?´ De leraar antwoordde: ´Ja, ik weet al jouw fouten al, toch accepteer ik jou als mijn leerling.´- ´Maar ik heb hele erge fouten´, zei hij, ´ik ben gek op gokken´. De leraar zei: ´Dat doet er niet zo veel toe´. - ´Ik ben soms geneigd te drinken´, zei hij. De leraar zei: ´Dat doet er niet zo veel toe´. - ´Nou´, zei hij, ´er zijn nog veel andere fouten´. De leraar zei: ´Daar geef ik niets om. Maar nu dat ik al jouw fouten heb geaccepteerd, moet jij een voorwaarde van jouw leraar accepteren´- ´Ja, zeer graag´, zei hij. ´Wat is die voorwaarde?´ De leraar antwoordde: ´Je mag toegeven aan jouw fouten, maar niet in mijn aanwezigheid; slechts zoveel respect moet je overhebben voor jouw leraar´. De leraar wist dat de vijf attributen van leerlingschap in zijn natuur zaten en hij wijdde hem in. Zodra hij uit ging en de neiging had om te gokken of te drinken zag hij het gezicht van zijn murshid voor zich. Toen hij na enige tijd bij de leraar terugkwam, vroeg de leraar glimlachend: ´Heb je enige fout begaan?´ Hij antwoordde: ´Nee, de grote moeilijkheid is dat steeds wanneer ik een van mijn gewoonlijke fouten wilde begaan mijn murshid mij achtervolgt!´

Denk niet dat deze geest slechts is gecultiveerd; deze geest kan in een onschuldig kind worden gevonden. Toen ik eens aan een klein kind van vier jaar oud vroeg: ´Ben jij stout geweest?´, antwoordde het: ´Ik zou wel stout willen zijn, maar mijn goedheid belet het mij´. Dit toont aan dat de geest van leerlingschap in ons zit. Maar wij zouden ons steeds moeten herinneren dat hij die een leraar is zelf een discipel is. In werkelijkheid bestaat er niet zo iets als een leraar; God alleen is Leraar, wij zijn allen discipelen. De les die we allemaal hebben te leren is die van leerlingschap; het is de eerste en de laatste les.