Karakter en noodlot

Wanneer iemand hoort dat er door het karakter invloed wordt uitgeoefend op het lot dan vraagt hij zich onmiddellijk af in hoeverre dit waar kan zijn met betrekking tot degenen van wie hij ziet dat ze er goed aan toe zijn en dat ze zich in gunstige omstandigheden bevinden. Hij heeft niet het lef te denken dat hun mate van rang en weelde verkregen zou kunnen worden door een goed karakter en de effecten daarvan.

Dit is het eerste struikelblok dat de mens tegenkomt. Wanneer hij een karakter begint te idealiseren of te aanbidden dan heeft hij zijn praktische voordeel voor ogen. En wanneer hij zichzelf afvraagt: ´Zal ik iets vanuit dit gezichtspunt winnen?´, dan wordt de hemelse zegen veronachtzaamd. Het eerste waaraan hij denkt is zijn lot: ´Als ik toch alleen maar geluk zou mogen hebben!´ Als hij alles verkrijgt door een goed karakter te hebben wordt hij onmiddellijk in verwarring gebracht door de teleurstelling bij het ontdekken dat de actuele feiten niet overeenstemmen. Als dat in het zakenleven is bijvoorbeeld dan is het zeker de constante toepassing die succes brengt en niet het persoonlijke karakter.

Als we zouden vinden dat geluk in het verwerven van wereldse macht, weelde of positie ligt dan zou dat het armoedigste geluk zijn. Hoe hoog iemand ook in rang is, hoe groot de weelde ook is die hij bezit en welke positie hij ook maar inneemt in het leven, dit alles heeft niets te maken met zijn geluk en met zijn tevredenheid van mind. Het is het lot dat te maken heeft met geluk en tevredenheid.

Zelfs als iemand in een paleis leeft kan zijn hart zich toch nog steeds van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat in een kwelling bevinden. Is dat het genieten van een goed lot? Hij heeft duizend problemen. Zijn eigen hunkeringen zijn zijn vijanden. Is dat geluk? Geluk kan zich in een cottage bevinden. Toch zegt iemand die gebrek aan geld heeft: ´Wat een geluk heeft de rijke!´ De rijke zegt echter tegen zichzelf: ´Het enige wat ze willen is alles wat ze maar van me kunnen krijgen. Ze zijn allemaal aan het wachten totdat ik mijn ogen sluit opdat zij erven wat ik bezit. Veel minds zijn constant tegen me werkzaam´. En is gezondheid geluk? Is een gezond iemand ook de bezitter van een mind die rustig is? Is zijn hart tevreden?

Als echter geluk niet uit deze zaken bestaat, zijn ze dan wenselijk? Ze zijn zeker wenselijk. Maar kunnen we zeggen dat ze het enige geluk zijn dat we kunnen verwerven? Kunnen we zeggen dat ze de enige dingen zijn die onze behoefte in het leven kunnen bevredigen? Slechts wanneer we weelde of gezondheid ontberen zeggen we dat er zich geluk in hen bevindt. En toch ervaren we dat we nog steeds niet bevredigd worden, ook al verwerven we ze. Daarom moet het iets anders zijn wat geluk vormt. Het is niet het heel religieus of devoot zijn. Het bestaat in de verwerving van wat we verlangen, wat we wensen en wat we zouden willen hebben.

Wat wensen we? Alles wat ons het beste lijkt in overeenstemming met onze evolutie. Van dit alles denken we dat we dat wensen, willen hebben en we beschouwen dat als geluk. Als het echter aankomt op het weggeven van deze dingen, zijn we daartoe niet bereid. En daar ligt het hele geheim. Als we toch eens het feit konden vatten dat het aan ons is om anderen te geven wat we van hen verwachten dat zij ons geven. We willen graag in het gezelschap zijn van een goed of kalm iemand en het is onze wens om met zo iemand zaken te doen. In ons beroep of in onze zakenwereld denken we altijd: ´Als ik toch maar een rechtvaardig, rechtschapen en betrouwbaar iemand zou mogen hebben om zaken mee te doen!´ Wanneer we echter op de proef worden gesteld, wanneer het erop aankomt om zelf rechtvaardig te zijn, dan falen we behoorlijk. Wanneer anderen van ons verwachten dat we hen goed, eerlijk en vriendelijk behandelen en van ons verwachten dat we stabiel en betrouwbaar zijn, dan vergeten we dat het aan ons is om deze karaktereigenschappen te tonen. Wij denken zozeer aan onze eigen wensen dat we datgene vergeten wat we voor anderen zouden moeten doen.

De ziener derhalve onderricht dat alles wat we verlangen en mooi vinden we zouden moeten voortbrengen binnenin onszelf in plaats van ze van anderen te verwachten. Wat een taak! Welk een grote zelf-voorzienendheid zou er niet zijn als elk land altijd zelf datgene voortbracht wat het van anderen verwacht! Wat zou het niet een onafhankelijk leven zijn om binnenin onszelf te produceren wat we van anderen verwachten te verkrijgen! In plaats van van hen afhankelijk te zijn voor iets wat wij zelf aan hen kunnen geven, zouden we de vreugde van het geven en de vreugde van het vriendelijk zijn voor een ander ervaren. Wat een vreugde en vrijheid zouden we zelf ervaren in het vriendelijk-zijn voor een ander. Hoe natuurlijk het ook mag zijn om iemand te hebben die van ons houdt en die ons aanbidt, zijn we dan niet afhankelijk? De echtgenote is afhankelijk van de liefde van de echtgenoot. De vriend is afhankelijk van de liefde van de vriend. In het andere geval echter zouden we vrij en onafhankelijk zijn. Want onze vreugde zou dan in de liefde zal liggen en niet in de persoon. We zouden van het leven genieten door vriendelijk voor anderen te zijn. Het ontvangen van vriendelijkheid van anderen zorgt er alleen maar voor dat de ontvanger meer verwacht. Hij blijft zeggen: ´Hij doet dit voor zijn eigen voordeel. Hij houdt geen rekening met mij. Hij geeft mij de schuld. Hij heeft me niet geholpen. Hij heeft niet op eerlijke wijze handel met me gedreven´. Zijn leven raakt vol wrok omdat hij van iedereen al het goede dat hij wil, verwacht en hij weet niet dat hij het allemaal in zichzelf zou moeten hebben. Dat hij onafhankelijk zou moeten worden. Daarin ligt het geheim van het karakter.

Het is iets prachtigs dat alles wat we wat betrekking tot karakter bezitten niet alleen overdragen op onze omgeving maar ook op die dieren en vogels die we als huisdieren houden. Als we exact konden zien in welke mate ons karakter invloed heeft op onze omgeving dan zouden we verbaasd staan, het effect is zo groot. Volgens de wetenschap zien we dat de wet van de aantrekkingskracht zodanig is dat die altijd dezelfde elementen naar zich toe trekt. Wanneer we goedheid uitstralen kunnen we niets anders dan goedheid ontvangen. En zelfs degenen die dat element niet bezitten weten dat het van God is. Alle eigenschappen en alle goedheid die zich in de oorspronkelijke spirit van God bevinden, bevinden zich ook in de spirit van de mens. Hoe verknipt iemand ook mag zijn, hoe wetteloos en hoe ontaard ook, als wij totaal het tegenovergestelde zijn dan zal onze macht groter zijn dan de zijne. Zijn macht zal geen enkele invloed op ons hebben. De macht van goedheid overwint slechtheid. Slechtheid is zwakte; goedheid is kracht.

Iemand die de gewoonte heeft om driftbuien te hebben kan geen controle hebben over iemand met hetzelfde temperament, omdat hij zelf die zwakte bezit. Daarom verliest de ander ook zijn controle. Als iemand controle over zichzelf heeft dan zal hij glimlachen en geduldig zijn zelfs als hij duizend keer wordt blootgesteld aan woede-aanvallen. Hij zal alleen maar wachten. Degene die spirituele controle heeft heeft veel beheersing. Maar degene die deze controle niet heeft kan noch spirituele noch fysieke gebeurtenissen onder controle hebben. Hij kan geen controle over zijn eigen zoons en dochters hebben want hij luistert nooit eerst naar zichzelf. Als hij naar zichzelf luisterde dan zouden niet alleen personen maar ook objecten naar hem luisteren. Wij raken altijd op een dwaalspoor wanneer we niet gegidst worden door het intuïtieve zelf. Er volgt altijd verwarring als we onze intuïtie hebben teleurgesteld en er zal altijd een falen geschieden wanneer de controle is kwijtgeraakt.

De zwakte van iemand bederft zijn aangelegenheden, want alle verscheidene sferen waarin zijn aangelegenheden gelegen zijn – gezin, dagelijks leven, de zaak, het beroep, de handel en noem maar op – worden allemaal beïnvloed door elk gebrek in zijn karakter. Denk niet dat iemand met een hoge positie altijd een ideaal karakter heeft. Hij zou een tien keer hogere positie hebben bereikt als zijn karakter hem had geholpen.

Ons karakter is onze leermeester. Wij hoeven niet met mensen te praten over deugdzaam, vriendelijk of rechtvaardig zijn, want onze eigen rechtvaardigheid is voldoende om hen zo te maken. Onze goedheid is voldoende om onze omgeving goed te maken. Mensen zijn altijd op zoek naar psychische macht en controle terwijl die zich altijd binnenin hunzelf bevindt. Ons zelf is de grootste vijand die we hebben. Het paard wil gaan waar de ruiter niet wil gaan. Het is het zelf dat niet naar ons wil luisteren en zich niet gedraagt zoals wij dat willen. Het is niet wat een ander zegt of wat een priester zegt of wat een Kerk zegt. De grootste leermeester bevindt zich zowel van binnen als van buiten. Als we bereid zijn ons te laten gidsen kan alles ons een les leren. Als we het voordeel van soberheid wensen te zien dan zullen we dat onder sobere mensen zien. Als we de nadelen van gebrek aan soberheid willen zien dan zullen we die zien onder mensen die niet sober zijn. Als we het voordeel van gidsing willen zien dan zullen we dat onder degenen zien die gegidst worden. Het is allemaal een kwestie van ervaring en studie. En onze eigen gids in de richting van ons ware ideaal zal nooit falen ons op de correcte wijze te gidsen.

We zouden alles moeten doen waarvan we willen dat anderen dat voor ons doen. En we zouden niet alleen voor anderen moeten doen wat we graag doen, ook al verlangen ze niet naar meer. Alles wat we van de wereld verwachten wensen we voor onszelf. Als we echter anders zouden handelen, dan zouden we grote persoonlijkheden in de wereld worden. In plaats van voorbeelden van zelfzucht te zijn zouden we dan het beste van ons geven in onze omgang met onze naaste verwanten, kinderen en vrienden.

Het leven is over het algemeen als een plant met doornen. Waar we die ook vast willen pakken daar bevindt zich een doorn. Hoe verder de ogen geopend zijn, hoe meer we, waar we ook maar onze hand op leggen, doornen krijgen, de doornen van zelfzucht. Want elk ego wil wat het beste voo zichzelf is en is niet bereid te geven. En toch als we uit nieuwsgierigheid zouden proberen een roos in plaats van een doorn te worden dan zouden we ons leven de moeite waard maken.

Wanneer we onze eigen fouten beginnen te zien dan zien we hoe we des te meer de naam van menselijke wezens zouden verdienen. Ghalib heeft gezegd: ´Van alle problemen in het leven is het mens worden voor de mens het moeilijkste probleem´. Op een dag kwam er een madzub (dat wil zeggen iemand die zijn hele leven is toegwijd aan spirituele verwerkelijking, altijd ver verwijderd van de menigte levend, de menigte die denkt dat hij gek is) van de ene kant van de markt toen hij een andere madzub tegenkwam die van de andere kant af kwam. Zij maakten een kleine buiging voor elkaar. En het verbaasde een toeschouwer twee gekke mensen elkaar op die wijze te zien groeten. Wat een broederschap is er onder de gekken, dacht hij. Hij ging vervolgens naar de plaats waar de ene madzub woonde en ging daar lange tijd zitten totdat hij de madzub zou behagen zich te verklaren. Uiteindelijk werd de stemming van de madzub zodanig dat hij tegen hem zou praten. Hij plaatste zijn hand op het hoofd van deze man en zei: ´Mijn kind, ga de bazaar binnen en kijk ernaar. Kom dan terug en vertel me wat je ziet´. De man ging dus terug naar de stad, keek naar de menigte en kwam vol verbazing terug. Hij was zo verbaasd dat hij zich niet uit kon drukken en zei: ´Elk gezicht dat ik zie heeft het uiterlijk van een dier. In de hele stad kan ik niet één menselijk gezicht zien, behalve het gezicht van de man voor wie u boog en van uw heilige zelf. Alleen van deze twee!´

Het betekent niet dat de gezichten waren veranderd. Het betekent niet dat de gelaatstrekken anders waren geworden. Het betekent dat het gewaad van de menselijkheid, het uiterlijk van de menselijke wezens, niet voldoende is. Als we onszelf kunnen onderscheiden van andere wezens is dat slechts in de dingen die dieren niet doen dat de mens van hen onderscheiden kunnen worden. Wanneer het aankomt op eten, eten beide niet? Beide slapen. Beide zoeken comfort. De mens doet alles wat een dier ook doet. De mens kan slechts groter zijn dan dieren in dingen die zij niet doen. En wat zijn deze dingen? Het bouwen van huizen? Vogels doen dit ook. De vaardigheid om te vechten? Dieren en vogels vechten. Het laten zien van kunst en vaardigheid? Dieren kunnen deze dingen ook laten zien. Denk maar eens aan de spin en hoe die haar web spint. Dat is prachtig.

De mens werd geschapen opdat hij datgene te boven zou kunnen komen wat de dieren niet te boven zijn gekomen. En wat is dat? Dat is het ego. Het ego maakt hem zelfzuchtig, zorgt ervoor dat hij probeert de buurman de loef af te steken. Dit is de enige ware oorzaak van alle verwarringen van het leven, van alle onrust, van alles waar we door lijden, van alle leed dat op ons afkomt. De grote vijand is het ego, de zelfzucht, gemanifesteerd in echtgenoot, echtgenote, zoon, dochter, vriend, buurman of bediende.

Inziend hoe de zelfzucht van de mens de wereld aan het kwellen is, is het van het grootste belang te begrijpen dat niemand beter is dan wie dan ook en dat niemand terecht kan denken of zich kan verbeelden dat hij beter is dan wie dan ook of behulpzamer voor zijn kinderen, gezin of omgeving totdat dit ene wordt bereikt: de onderdrukking van ego, van zelfzucht. Vechten we niet slechts vanwege ijdelheid op onrechtvaardige wijze met een ander? We zeggen: ´Dat is mijn gedachte. Dat is van mij´. ´Mij´ is zodanig dat alles behalve ´mij´ verkeerd is. Wat ik heb zal niemand aanraken. Dit is het enige waartegen alle religieuze leraren prediken.

Veel mensen denken dat het heel belangrijk is om vast te houden aan het zelf en aan zelfbelang. Zelfs ook al verschilt de mens van het dier, hij lijkt op ze hierin dat waar er twee honden zijn en de een een bot voor zich heeft liggen hij niet wil dat de andere hond zijn bot aanraakt. Hoewel hij verzadigd is en zelf het bot niet nodig heeft wil hij toch niet dat de andere hond het bot komt aanraken. ´Dit is mijn bot´, denkt hij, ´ik zal dat hebben´. En zolang de andere hond bang is, is het goed. Maar als de andere hond groter is zal hij het bot komen pakken en de eerste hond ook bijten. Dat is het plaatje van het leven.

Toch zien we in gelijksoortige omstandigheden dat de een van de ander zal zeggen: ´O, hij was zo goed. Ik ging tijdens de lunch naar hem toe en hij was zo vriendelijk mij uit te nodigen voor de lunch´. Dit is het feestje van de mens. Het ander was het feestje van de hond. Hierin zou de mens moeten verschillen van het dier. Een dier zal zijn moeder, vader of zijn geboorteplaats niet erkennen, de mens wel. Nadat hij volwassen is geworden zal hij overwegen: ´Mijn moeder heeft voor me gezorgd toen ik een baby was en ze was vriendelijk tegen me. Nu is ze bejaard, dus zal ik alles wat in mijn macht ligt voor haar doen´. Hij vertoeft bij alle respect die hij haar kan betuigen en hoe zeer ze die waard is. Meteen bewijst hij een mens te zijn. Het dier handelt niet op deze manier. Vandaar dat in het geval waarin iemand hetzelfde als een dier handelt en geen zorg draagt voor degenen die alles voor hem hebben gedaan in zijn jeugd, hij zijn gebrek aan menselijkheid laat zien. Nalatigheid en gebrek aan waardering voor de zorg die tijdens de kindertijd is verleend zijn karakteristiek voor het dier.

Zelfs engelen buigen voor Christus en Christus is de ideale mens. Engelen buigen voor de ideale mens. Zelfs wanneer hij op de aarde beneden bevindt is hij hoger dan de hemel en de engelen, als hij toch slechts mens zou kunnen worden, als hij toch slechts menselijkheid zou tentoonspreiden. Christus heeft gezegd: ´Ge zijt het zout van de aarde en als het zout zijn smaak heeft verloren waarmee dient die dan gezouten te worden?´ Dit verklaart dat de mens de ideale manifestatie is, hoger dan het koninkrijk van het mineraal, de plant, het dier en van andere koninkrijken en dat hij zelfs hoger is dan de engelen. Als hij het gevoel voor menselijkheid verliest wie komt er hem dan onderrichten? Hij is degene die in staat is te onderrichten.

De mens is de vader van de menselijkheid. Als de vader zijn methode verliest waar zullen de kinderen dan naar toe gaan? Hoe veel hangt er niet af van de volgende generatie! Hiernaar kijken we altijd voor welzijn, voor succes, voor de toekomst van de natie, het land, het ras of het gezin.

Het werkelijke welzijn dat gezocht moet worden is niet het hebben van zo veel geld op de bank, of zo veel gebouwde huizen, die-en-die opleiding aan de universiteit; de goede bijdrage aan de toekomst is de gids. Ouders zouden moeten denken aan het welbevinden van het kind zelfs voordat het is geboren. Het kind zal laten zien wat het geëerfd heeft. Maar hoe weinig ouders denken hier maar aan.

Onze rust, onze vrede, onze harmonie en onze gerichtheid op alle goede en mooie handelingen en daden zijn de weelde die we voor het kind kunnen reserveren. De ouders zouden moeten weten wat voor psychische invloeden zij op hun kinderen overdragen. De vader en de moeder zijn als de planeet die de zielen en de spirits van die planeet beheersen. Zij zijn echter de levende planeet, hun invloed is veel groter op hun kinderen.

De vader denkt dat als hij een bepaald iets doet het kind hetzelfde zou moeten doen. ´Ik moet ervoor zorgen dat mijn kind in mijn voetstappen treedt´, denkt hij. Dit is het lot. Is het niet het lot van de natie, het ras, het gezin of het individu te denken dat datgene wat tot hun generatie behoort ideaal is, gelovend dat dat het beste lot voor de volgende generatie is?

Mensen geven hun leven voor de volgende generatie, voor de nieuwe hoop. Zou je niet in moeten zien dat het van belang is dat de levens van de kinderen beter zouden moeten worden? Er wordt naar de leiders van een stad, van een land opgekeken als voorbeeld dat door mensen opgevolgd moet worden. Hoe kun je bewijzen dat jezelf geschikt bent voor al die posities? De positie van leiderschap kan alleen vervuld worden na jezelf getraind te hebben en niet na iemand anders getraind te hebben.

Wat een atmosfeer kun je niet creëren door je karakter! Wat een invloed kun je niet hebben op het karakter van iemand anders! ´Waar ga je naar toe?´, vraagt een vader. ´Ik ga naar de bieb´, antwoordt de zoon. Zijn antwoord drukt waarheid en overtuiging uit. Iemand anders die ergens naar toe gaat waarvan hij weet dat zijn vader dat niet wil antwoordt met aarzeling en hij stamelt dezelfde woorden: ´Ik ga naar de bieb´. Er worden dezelfde woorden gebruikt, maar er zit geen kracht, geen effect in.

Wat een macht geeft karakter niet! Wat een macht geeft waarheidslievendheid niet! Wat een macht raakt er niet verloren wanneer het karakter van de verwachte daad betwijfeld wordt! Door wat voor angst gaat een moordenaar niet heen! Hij wordt zelf half vermoord voordat hij de handeling uitvoert en nadat hij de handeling heeft uitgevoerd bevindt hij zich in een slechtere conditie dan degene die hij heeft vermoord. Zijn angst, zijn geweten, zijn vriendelijkheid, zijn rechtvaardigheid en zijn rede zijn allemaal in conflict.

De macht van karakter is als de macht van een leger. Bij Christus bevond zich een leger van engelen. Bij Mohammed bevond zich ook een leger van engelen. Hij bleef staan terwijl duizenden mensen wegrenden. Toen een vijand in de buurt van de grote Khalif kwam om hem te onthoofden, werd de vijand bang. Deze angst was echter eenvoudigweg een resultaat van de macht van controle van de Profeet. De persoonlijkheid laat zien wat er in gezaaid is. Je kunt niet pretenderen rechtvaardig en goed te zijn tenzij je spirit dat heeft beoefend en die kracht werkelijk is gekomen. Je verschijning en je atmosfeer kunnen vertellen wie je bent omdat de mens de beeltenis van zijn gedachten is. Wat hij maar denkt, wat hij ook maar van plan is, dat spreekt uit zijn atmosfeer, zijn stem en zijn bewegingen. In alles drukt hij zichzelf uit zoals hij is, hoe ver hij zich heeft ontwikkeld en hoe ver hij zich niet heeft ontwikkeld. Wat hij ook maar is, dat laat hij zien.

Hoe groot kan een invloed niet zijn! Er is een verhaal van een jongen die naar Bagdad aan de andere kant van de woestijn werd gestuurd, nadat zijn moeder een paar gouden muntstukken in zijn deken had genaaid, hem zeggend die te beschermen en niet te openen voordat hij de stad had bereikt. Dit was een voorzorgsmaatregel tegen rovers, want er waren geen treinen, auto´s of karavanen. Het was noodzakelijk alleen te reizen en om te voet te reizen. Toen deze knaap bij de woestijn aankwam, kwamen rovers hem tegen. Denkend dat hij niet veel geld zou hebben, daar hij slechts een kleine jongen was, vroegen ze hem toch: ´Heb je wat munstukken, wat goud, wat zilver?´ Daar hij geleerd had de waarheid te zeggen, antwoordde hij: ´Ja´. Zijn geweten zou hem nooit toegestaan hebben om ´nee´ te zeggen. ´Waar zijn ze`, vroegen ze. ´Ze zijn in deze deken genaaid´, antwoordde hij. Maar juist het feit dat hij dit de rovers vertelde won de harten van de rovers en maakte dat zij zich op juiste wijze gedroegen. Zij zeiden: ´We zouden die hebben gestolen als je niet de waarheid had verteld´, en ze lieten hem gaan.

Als iemand denkt dat God alles is en dat de hele wereld verachtelijk is dan aanbidt hij God niet, want God is alles en God is mooi. ´God is mooi en Hij houdt van schoonheid´, heeft de Profeet gezegd. En daar Zijn wezen zich in ons bevindt, worden wij verondersteld ook van schoonheid te houden. Wat is schoonheid? Niet alleen de uiterlijke schoonheid, maar ook de schoonheid van persoonlijkheid, de schoonheid van karakter, dat is de ware schoonheid. Als we die niet zouden aanbidden dan zouden we die niet in andere mensen aanbidden. We kunnen niet iets waarderen zonder schoonheid van karakter. Alle gewin, of dat nu materiëel, spiritueel, moreel of mystiek is, is het resultaat van je eigen karakter. En als we niets hebben gewonnen dan komt dan alleen maar vanwege ons eigen karakter.

De waarheid komt tot de ziel van de mens en toch is de waarheid niet het exclusieve bezit van gezindte, kaste of ras. We zijn allemaal kinderen van God, de Vader-Moeder Spirit van alles wat bestaat. En we zouden een zodanig gevoel van broederschap moeten hebben dat we de hele tijd behulpzame gedachten met elkaar uitwisselen. We kunnen liefde en gidsing van elkaar ontvangen. Spreken is niet zo´n grote hulp als contact. Het privilege om elkaar te ont-moeten is echter groot. Wanneer zielen elkaar ontmoeten wat kunnen ze dan niet een waarheid uitwisselen! Die wordt in stilte geuit en bereikt toch zeker haar doel.

Wanneer God iets wil vernietigen, geeft Hij het aan onwaardige handen.