Onze constitutie

i
Onze fysieke constitutie

Ons fysieke lichaam wordt samengesteld uit de vijf hoofd-elementen, die zelfs het gehele universum vormen. De huid, het vlees en de botten laten aarde-eigenschappen zien; en het bloed, het zweet en het speeksel vertegenwoordigen het water-element. Het hart in het lichaam en het vuur van de spijsvertering in het systeem verwijzen naar het vuur-element. De ademhaling en zijn innerlijke werkzaamheid binnenin het lichaam dat ons in staat stelt uit te rekken en samen te trekken en het macht van beweging die ons geen moment toestaat om stil te zijn, vertegenwoordigen het lucht-element. Het ether-element in ons is datgene wat onze activiteiten beheerst en geleidelijkaan alle andere elementen consumeert. Om deze reden is een kind actiever terwijl een bejaard iemand stil is en geneigd tot inactiviteit.

Het bovenstaande is een grove uitleg van de verschillende delen van het lichaam dat de verschillende elementen vertegenwoordigt. Zij corresponderen op de volgende manier: de botten met het aarde-element; het vlees met het water; het bloed met het vuur; de huid met de lucht; de haren met de ether.

Botten zijn net zo leeg aan sensatie als de aarde. Het krimpen en opzwellen van de spieren, het vergaan van het vlees en het effect van water erop zowel naar buiten als naar binnen toe, bewijzen dat het vlees correspondeert met het water-element. De circulatie van het bloed hangt absoluut af van de hittegraad; het stroomt zoals het vuur het laat doen. De lucht beïnvloedt de huid. Bij warm weer wordt de huid donkerder en in koud weer lichter; in ruw weer wordt hij ruw en in fijn weer soepel. Alle verschillende tinten van de huid zijn vooral toe te schrijven aan klimaatomstandigheden van onze geboorteplaats en onze verblijfplaats. Het haar correspondeert met de ether en is het minst gevoelige. Als het haar wordt geknipt of verbrand dan is er geen gewaarwording.

Het afvoeren van elke verschillende soort van afval wordt veroorzaakt door een bepaald element. De beweging wordt veroorzaakt door aarde; urineren door het water-element; zweten door het vuur-element; speeksel door de lucht; sperma door ether.

ii
De mystieke significantie van het lichaam

Het menselijk lichaam kan in twee delen worden verdeeld: het hoofd en het lichaam. Het hoofd vertegenwoordigt Shuhud, het spirituele deel, en het lichaam vertegenwoordigt Wujud, het materiële deel. In de eerstgenoemde bevindt zich vanaf de kruin van het hoofd tot aan de kin het expressieve deel; in het laatstgenoemde is het bovenste deel van het lichaam het expressieve deel.

Twee delen van het lichaam, het brein en het hart, worden als de belangrijkste factoren beschouwd, want de wetenschapper denkt dat het brein denkt en de orthodox is ervan overtuigd dat het hart voelt. Volgens de mening van de Soefi hebben beide op een bepaalde manier gelijk en geen gelijk. In feite is het niet het brein dat denkt, maar is het brein het middel waarmee de mind gedachte in zijn concrete vorm onderscheidt; net zoals de piano niet componeert, maar de componist zijn compositie op de piano uitprobeert en het voor zichzelf helder maakt. Het is niet de camera die de foto neemt, maar het licht en de plaat. De camera is het middel voor beide en zo is het ook met het brein. Door een stoornis in het brein, zegt de wetenschapper, wordt de mens ongezond in de mind. Maar de Soefi beweert dat er niets mis is met de mind; het instrument waardoorheen de mind funktioneert is niet in orde.

Dezelfde misvatting bestaat er onder degenen die geloven dat het hart voelt. Het hart, het centrum van het lichaam, neemt deel aan het effect van het gevoel dat van binnenuit komt – wat het ware hart is en niet een stuk vlees – en het voelt zich verstikt en onderdrukt. Depressie wordt gevoeld als een zware last op de borst; en wanneer de zware vibraties worden opgehelderd dan iemand iemand vooral een gevoel van vreugde en is zijn hart lichter dan normaal. Dit verklaart de Shaqq-i sadr, het openen van het hart van Mohammed door de engelen, toen angst, zwaarmoedigheid, verbittering en bedrog werden weggevaagd geconfronteerd met de manifestatie van goddelijke openbaring. Het is als het wegvagen van de duisternis bij de opkomst van de zon.

Net zoals het brein het instrument van de mind is dat onzichtbaar is en het hart van vlees het voertuig van het hart van binnen is dat zich boven onderhoud bevindt, zo is ook de verlichting van de ziel, ons onzichtbare wezen, waarvan het licht binnenin dit fysieke lichaam wordt gereflecteerd. Wanneer ze actief is straalt ze via de ogen, via de straling van het gelaat, de gehele omgeving opladend met een magnetische atmosfeer. Omdat dit licht van oorsprong uit geluid voortkomt weerkaatsen zowel licht en geluid in de koepel van de tempel van dit fysieke lichaam, hoewel geen van beide er in werkelijkheid toe behoort. Ze worden de Soefi, de zoeker naar het zelf dat zich van binnen bevindt, verleend wanneer hij de poorten van deze heilige tempel, het fysieke lichaam, onder controle heeft. Dan manifesteren zich het licht en het geluid zich beide vanbinnen in plaats van via de expressie naar buiten toe te reflecteren.

iii
Het wezen van de zintuigen en hun organen

Er zijn vijf zintuigen: zien, horen, ruiken, proeven en aanraken. De zintuigen van het zien en het horen zijn de belangrijkste en van deze twee is het zintuig van het zien het belangrijkste. Het zintuig van voelen worden waargenomen via het medium van de huid, dat het aarde-element vertegenwoordigt en is gevoelig voor koude en voor hitte. Het zintuig van het proeven wordt waargenomen via het medium van de tong, dat het water-element vertegenwoordigt; alle zoute, zure en zoete, scherpe en bittere smaken worden erdoor onderscheiden. Het zintuig van het ruiken wordt waargenomen via het medium van de neus, het kanaal van de adem, dat alleen de luchtjes en geuren kan onderscheiden. Het zintuig van het horen vertegenwoordigt de lucht en wordt waargenomen via het medium van de oren. Het zintuig van het zien vertegenwoordigt ether en wordt waargenomen via het medium van de ogen, die in dit materiële lichaam de vervangers van de ziel zijn.

Elk zintuig heeft zijn tweevoudige aspect, Jelal en Jemal, de sterke en de zachte aspecten van het leven, die worden vertegenwoordigd door de rechter- en de linkerkant en hun handeling is expressief en ontvankelijk. Daarom zijn er twee ogen, hoewel het zintuig van het zien één is; het zintuig van het horen is één, maar er zijn twee oren; het zintuig van geur is één, maar er zijn twee neusgaten. Zo is het met elk zintuig. Dit tweevoudige aspect in de natuur heeft het verschil in sekse veroorzaakt, want in spirit is de mens menselijk, maar als die de oppervlakte nadert dan wordt die ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk. De mythe van Adam en Eva drukt dit uit voor degenen die weten: dat Eva uit de rib van Adam komt betekent dat er twee uit één Spirit kwamen.

In werkelijkheid is er slechts één zintuig en het is de richting van de ervaring ervan die via een bepaald kanaal wordt waargenomen. Daar dit zo is wordt elke ervaring anders dan de andere ervaren. Daarom kunnen we dit zintuig de vijf zintuigen noemen hoewel het in werkelijkheid één is.

Naarmate een element in de natuur van een persoon overheerst is het zintuig dat bij dat element hoort in hem het actiefst. En omdat de adem tijdens de dag en de nacht zo vaak verandert, handelt het element ervan in overeenstemming met de zintuigen. Dit is de oorzaak van elke eis van de zintuigen. Degene die toegeeft aan het een of andere zintuig maakt dat zintuig doof, net als parfum die als je die de hele tijd bij je houdt in de loop van de tijd het zintuig van de geur doof maakt, hoewel het je verslaaft maakt aan de geur van parfum. Hetzelfde is het geval met alle zintuigen. De Soefi ervaart derhalve het leven via de zintuigen omwille van de ervaring en niet voor het toegeven eraan. Het eerste is meesterschap, het tweede slavernij.

iv
De bron van lichamelijke verlangens

De bron van onze lichamelijke verlangens is er maar één: de adem. Wanneer de adem het lichaam verlaat verlaten alle wensen het ook; en net als de adem zijn elementen verandert en de elementen –aarde, water, vuur, lucht en ether- bij beurten in de adem overheersen, wat wordt veroorzaakt door de verschillende gradaties van activiteit in de ademhaling, zo veranderen ook de wensen. Derhalve voel je je in een bepaald klimaat hongerig en heb je bij bepaald weer dorst, omdat de invloed van het weer op de ademhaling in de adem meer van een bepaald element aanwakkert.

De constitutie van iemand heeft veel te maken met zijn lichamelijke wensen. Natuurlijk is een gezond iemand vaak hongerig en heeft hij vaak dorst; en de ongezonde persoon kan, onder het mom van vroomheid, zeggen: ´Wat is díe materialistisch!´

Alle lichamelijke wensen zijn zichtbaar in de fysiognomie van iemand; en er bestaat geen wens zonder de invloed van een bepaald element dat er zich achter bevindt. Bovendien heeft iedereen een bepaald element dat vooral aanwezig is in zijn fysieke wezen en andere elementen die in meer of mindere mate aanwezig zijn. Hiervan hangen de gewoonten en wensen van elke persoon af.

De volgende elementen en wensen corresponderen:

Elementen in de adem     Wensen
Aarde                             beweging
Water                            urinelozing
Vuur                              dorst
Lucht                             honger
Ether                             passie

Er bestaat altijd de mogelijkheid om wens te verwarren met begeerte, dat geen lichamelijke wens is, maar de wens van de mind die zijn vreugde via de lichamelijke wens heeft ervaren. Zelfs in de afwezigheid van de lichamelijke wens, beveelt en dwingt de mind het lichaam om te wensen. In dit opzicht is elke lichamelijk wens niet op de plaats en ongewenst en maakt die iemand tot slaaf.

De ziel daalt tijdens de bevrediging van elke lichamelijke wens van bovenaf naar de aarde. Dit is wat de mythe van Adam en Eva uitlegt, toen ze uit de hemelen werden verdreven en naar de aarde werden gestuurd. Dit vertelt de ziener dat de hemel het niveau is waar de ziel vrijelijk in haar eigen kern vertoeft en zichzelf genoeg is en dat de aarde het niveau is waarop de ziel de voorbijgaande vreugdes ervaart via de bevrediging van lichamelijke wensen die afhangen van uiterlijke objecten.

De ziel raakt gevangen in dit fysieke lichaam, dat onderhevig is aan dood en verval en de vrijheid en vrede van haar oorspronkelijke verblijfplaats vergeet. Dat is de reden waarom Soefi´s met tijden de bevrediging van wensen ervaren en met tijden ervan afzien door de wilskracht, om zo de ziel toe te staan haar oorspronkelijke vreugde te ervaren, terwijl ze dan in haar eigen kern verblijft, onafhankelijk van mind en lichaam. Door dit te doen kent de ziel haar eerste en laatste verblijfplaats en gebruikt ze het lichaam, haar aardse verblijfplaats, om het leven op aarde te ervaren. Het is net zo onwenselijk volgens het gezichtspunt van de Soefi´s om lichamelijke wensen te vermoorden door absolute of gedeeltelijke verzaking als het onwenselijk is om er te veel aan toe te geven en je leven er verslaafd aan te maken. De soefi wil de wensen bezitten en niet bezeten worden door de wensen.

v
De bron van emoties

De bron van onze emoties is de adem. De onzuiverheid daarvan brengt verwarring en de zuiverheid ervan produceert straling. Daar de adem van het ene naar het andere element verandert produceert die in ons een gerichtheid op een bepaalde emotie; maar in overeenstemming met onze wilskracht beheersen we die of geven we toe aan de onbeheerste expressie ervan. Elke emotie heeft haar kleur en smaak. De ene emotie ontwikkelt zich in de andere omdat de hoeveelheid activiteit van de mind in haar toename of in haar afname emoties voortbrengt. Geen enkele emotie is ongewenst zolang ze zich onder de wilskracht bevindt, maar wanneer ze ongecontroleerd is is zelfs het kleinste gevolg ervan een zonde. Angst heeft de invloed van het aarde-element; affectie is het gevolg van het water-element; boosheid is het gevolg van het vuur-element; humor is het gevolg van het lucht-element; en verdriet is een gevolg van het ether-element.

De natuur van de elementen is als die van de kleuren; licht in de kleur maakt de kleur vaag en donkerte maakt de kleur diep. Zo is het ook met de emoties: het licht van de intelligentie maakt ze vervagend en het gebrek aan intelligentie maakt ze diep gevoeld. Met licht brengt de invloed van het aarde-element omzichtigheid voort; de invloed van water met licht brengt welwillendheid voort; het vuur-element met licht brengt bezieling voort; de invloed van lucht met licht brengt vreugde voort; en ether met licht brengt vrede voort.

Als je toegeeft aan een emotie, ook al is dat heel af en toe, onthoud dan dat de andere emoties, waaraan je nooit wenst toe te geven, je ook zullen overvallen; omdat het één energie is die, door de invloed van verschillende elementen, het gewaad van verschillende emoties aantrekt. In feite is het één emotie. Door onszelf te beheersen beheersen we alles in de wereld.

vi
De constitutie van de mind

De mind wordt uit vijf functies samengesteld. Net zoals onze hand vijf vingers heeft, heeft de fysieke wereld vijf hoofd-elementen die die wereld vormen. Net zoals ether een element is dat afgescheiden is van aarde, water, vuur en lucht en toch al deze elementen omvat, zo is de functie die wij hart noemen een functie apart van de andere vier; en toch omvat het de vier functies binnenin zichzelf.

Het is de speciale taak van het hart om te voelen en om uit zichzelf emoties voort te brengen. De tweede functie is de mind; zijn taak is het om te denken en om gedachten voort te brengen. De derde functie is het geheugen; het is zijn taak om impressies te verzamelen en aan te bieden. De vierde functie is de rede; de taak daarvan is te onderscheiden en dingen te beslissen. De vijfde functie is het ego, dat iemand laat denken over zijn eigen persoon en over al het andere als een afgescheiden entiteit.

Het woord ´hart´ verwijst in de metafysica naar het belangrijkste centrum van het mentale niveau. Het stuk vlees dat wij hart noemen is het gevoelige deel in ons dat het effect van alle vreugde en pijn van elk ander orgaan voelt; en vanuit dit centrum voert de ademhaling de taak uit om alle energie door het fysieke lichaam heen te verspreiden. Dit is de reden waarom de Soefi via dit centrum in het fysieke lichaam werkt wanneer hij zijn absolute zelf met een bepaalde gedachte wil beïndrukken; maar hoge ontwikkeling ligt in het zuiveren van de vijf hiervoorgenoemde functies door het mystiek proces en in het meester worden over hen.

vii
De invloed van de mind op het lichaam en de invloed van het lichaam op de mind

Als je er in eerste instantie over nadenkt, is het moeilijk om te zeggen of het de impressie van het uiterlijke deel van onszelf is die de mind vormt of dat het de impressie van het innerlijk deel is dat het lichaam vormt. In werkelijkheid doen beide hun werk: het lichaam maakt de mind en de mind maakt het lichaam. De mind maakt een sterkere impressie op het lichaam en het lichaam maakt een helderdere impressie op de mind. De gedachte aan ziekte brengt ziekte aan het lichaam; de gedachte aan jeugd en schoonheid ontwikkelt deze kwaliteiten; tegelijkertijd helpt zuiverheid van het lichaam zuiverheid aan de mind te brengen; lichaamskracht geeft moed aan de mind.

Elke verandering in de spieren en de gelaatstrekken vindt plaats onder invloed van de mind. Met andere woorden: de mind ´verscherpt´ het beeld van het lichaam, zijn voertuig in het leven. Wrok, haat, jaloezie, vooroordeel, verbittering en alle slechte gedachten werken door op het fysieke zelf van iemand zelfs nog voordat ze zichzelf manifesteren. In de spieren van de gelaatstrekken, in zijn gezicht laat iedereen zijn gekten zien, die nooit versluierd kunnen worden voor de ogen van de ziener. Zo is het ook met liefde, vriendelijkheid, waardering, sympathie en alle goede gedachten en gevoelens. Ze tonen zich allemaal in het gezicht en de vorm van iemand en leveren een bewijs van de goedheid van iemand tegenover duizend beschuldigingen.

Zonde en deugd zouden geen invloed op iemand hebben als de mind geen impressies in zich op zou nemen; noch zouden goede en slechte gedachten doorwerken op het uiterlijke lichaam als impressies onmiddellijk uit de mind zouden worden verwijderd. De heiligen in het Oosten hebben zich derhalve meester gemaakt van concentratie, die door haar hulp hen in staat kan stellen alles wat onwenselijk is weg te vagen aangezien het menselijk is om fouten te maken. Je komt echter bij deze macht uit door alles wat maar goed is in je mind te kunnen verzamelen, zodat het kwaad als vanzelf teruggedreven wordt. Door dit constant te doen verwerf je meesterschap.

viii
De ziel op zichzelf staand

De ziel is alleen op zich niets anders dan bewustzijn, dat aldoordringend is. Maar wanneer hetzelfde bewustzijn in een beperking wordt gevangen doordat het wordt omgeven door elementen dan wordt het in die staat van gevangenschap ziel genoemd.

De Chinezen gebruiken de gelijkenis van een bij wanneer ze de ziel beschrijven. Het is symbolisch en verwijst in feite naar het oog, waarvan de pupil als een bij is; met andere woorden: de natuur van de ziel kan in de natuur van het oog worden bestudeerd. Alles wat aan het oog wordt tentoongesteld wordt er voor dat moment in gereflecteerd en wanneer het oog wordt weggedraaid bevindt de reflectie zich er niet meer in. Het had het slechts voor dat moment ontvangen.

Zo is ook de natuur van de ziel. Jeugd, ouderdom, schoonheid, lelijkheid, zonde of deugd, ze bevinden zich allemaal voor de ziel wanneer ze tijdens het fysieke of mentale bestaan aan haar worden tentoongesteld; en de ziel, geïnteresseerd in de reflectie, kan in die tijd geïnteresseerd zijn in en gebonden zijn aan het object dat is gereflecteerd; maar zodra de ziel zich wegdraait is ze er vrij van. Amir Minai, de Hindoestaanse dichter, zegt: ´Hoe zeer ik ook ben gebonden door aardse banden, ze kunnen elk moment verbroken worden. Ik zal ze doorbreken door aan de andere kant te gaan zitten´.

Elke ervaring op het fysieke of het astrale niveau is net als een droom voor de ziel. Uit onwetendheid kan ze deze voor de werkelijkheid houden. Dat doet ze omdat ze zichzelf niet kan zien; net zoals het oog alles ziet, maar niet zichzelf. Daarom identificeert de ziel zich met alles wat ze ziet en verandert ze haar eigen identiteit met de verandering van haar constant veranderende visie.

De ziel kent geen geboorte, dood, begin of einde. Zonde kan haar niet raken noch kan deugd haar in extase brengen. Wijsheid kan haar niet open doen gaan noch kan onwetendheid haar verduisteren. Zij is er altijd geweest en zal er altijd zijn. Dit is nu juist het wezen van de mens en al het andere is haar bedekking, net als een bol over het licht. De ontplooing van de ziel komt uit haar eigen macht, die eindigt wanneer ze door de banden van de lagere niveaus heenbreekt. Ze is van nature vrij en zoekt tijdens haar gevangenschap naar vrijheid. Alle heilige wezens van de wereld zijn dat geworden door de ziel te bevrijden. Haar vrijheid is het enige doel dat er in het leven is.

ix
De ziel met mind

De ziel met mind is als water met zout. De mind komt uit de ziel zoals het zout uit het water; en er komt een tijd waarin de mind wordt geabsorbeerd in de ziel, net zoals zout oplost in water. De mind is het resultaat van de ziel, net zoals het zout het resultaat van water is. De ziel kan zonder de mind bestaan, maar de mind kan niet zonder de ziel bestaan. De ziel is echter zuiverder zonder mind en wordt door de mind bedekt.

De mind die de ziel bedekt, is als een bol: een zondige mind maakt de ziel zondig, een deugdzame mind maakt de ziel deugdzaam, niet in de aard ervan maar als een gevolg ervan, net zoals een rode bol op het licht het licht rood maakt en een groene bol het groen doet schijnen, hoewel het licht in werkelijkheid rood noch groen is; het is ontbloot van kleur, kleur is slechts zijn gewaad.

De ziel wordt gelukkig als er geluk in het hart is; ze raakt ellendig als er ellende in het denken is. De ziel stijgt hoog op met de hoogte van de verbeelding; de ziel dringt door in diepten met de diepte van het denken. De ziel is rusteloos met de rusteloosheid van de mind en het verwerft vrede wanneer de mind vredig is. Geen van de hierboven genoemde condities van de mind verandert de ziel in haar ware aard, maar voor dat moment lijkt dat zo. De ziel is een vogel van het paradijs, een vrije inwoner van de hemelen. Haar eerste gevangenis is de mind, vervolgens het lichaam. In deze worden zij niet alleen beperkt, maar ook gevangen gehouden. De Soefi doet er in zijn leven alle moeite voor om de ziel uit haar gevangenschap te bevrijden, hetgeen hij doet door zowel de mind als het lichaam te overwinnen.

x
De ziel met mind en lichaam

Het lichaam is het voertuig van de mind, gevormd door de mind; net zoals de mind, die het voertuig is van de ziel, wordt gevormd door de ziel. Het lichaam kan, met andere woorden, een voertuig van het voertuig genoemd worden. De ziel is zowel het leven als de persoonlijkheid. De mind lijkt levend, niet zozeer door zijn eigen leven als wel door het leven van de ziel. Zo is het ook met het lichaam, dat levend lijkt door het contact van de mind en de ziel; wanneer beide ervan worden gescheiden wordt het een lijk.

De vraag of de mind doorwerkt op het lichaam of dat het lichaam doorwerkt op de mind kan als volgt worden beantwoord: het is natuurlijk dat de mind doorwerkt op het lichaam, maar gewoonlijk is het lichaam werkzaam op de mind. Dit gebeurt wanneer iemand dronken is of wanneer hij ijlt door koorts. Op dezelfde manier kan de relatie van de ziel en de mind worden begrepen: het is natuurlijk dat de ziel door dient te werken op de mind, maar gewoonlijk werkt de mind door op de ziel.

De mind kan niet meer doe dan een illusie van vreugde, verdriet, kennis of onwetendheid creëren voor de ziel; en wat het lichaam kan doen voor de mind is slechts een tijdelijke lichte verwarring veroorzaken om zijn eigen wens te vervullen zonde de controle van de mind. Daarom is al het slechte, kwade en verkeerde datgene wat vanuit het lichaam op de mind wordt gedwongen en vanuit de mind op de ziel; en is al het deugdzame, goede en juiste datgene wat vanuit de ziel naar de mind komt van vanuit de mind naar het lichaam. Dit is de ware betekenis van de woorden in het gebed van Christus: ´Uw wil geschiede, op aarde als in de hemel´. Dat betekent met andere woorden ´Wat gij in de ziel denkt daaraan dient de mind te gehoorzamen en wat gij in de mind denkt daaraan dient het lichaam te gehoorzamen´; zodat het lichaam niet de bevelhebber van de mind wordt en de mind niet de leider van de zeil wordt.

De ziel is ons ware wezen, via welk we ons leven verwezenlijken en er ons bewust van zijn. Wanneer het lichaam, vanwege verlies aan kracht en magnetisme, zijn greep op de mind heeft verloren dan komt de schijnbare dood; dat wat iedereen de dood noemt. Dan blijft de ervaring van de ziel van het leven slechts in een voertuig achter en dat is in de mind dat in zichzelf een eigen wereld heeft, gefotografeerd vanuit je ervaring op aarde op het fysieke niveau. Dit is de hemel als die vol vreugde is en de hel als die gevuld is met leed. Zwakte van mind is het hellevuur als hij zijn greep op de ziel verliest. Wanneer de mind zijn greep is verloren is dat het einde van de wereld voor die ziel. Maar de ziel is levend; het is de spirit van het eeuwige Wezen, en heeft geen dood. Zij is eeuwigdurend.