De wereld van de engelen

Een materialistisch persoon kan niet gemakkelijk geloven dat er zulke wezens als engelen zijn. Hij zegt: ´Hoe kunnen er wezens bestaan die we nooit hebben gezien, gehoord of gekend?´ En daar dit een materialistisch tijdperk is twijfelt zelfs de religieuze persoon eraan of er wel zulke wezens zijn.

In het Hindoestaans worden engelen Deva genoemd; het zijn Devata, onsterfelijken, terwijl de andere wezens Rakshasa worden genoemd, sterfelijken. In werkelijkheid zijn allen onsterfelijk, maar we zijn wat we ons denken dat we zijn.

Daar waar er in de natuur een mooi en vredig gevoel is zegt men dat er een Deva leeft. De ziel van een Deva schept schoonheid en vrede. De rol die de Deva in het schema van het leven speelt is om lief te hebben, te vergeven, God en de mensheid te dienen. De Deva is de goddelijke ziel. We vinden sporen van hetzelfde woord Deva in de Engelse woorden ´divinity´ (godheid) en ´divine´ (goddelijk). In het Perzisch wordt de engel Farishta genoemd, iemand die gestuurd wordt.

De relatie tussen engelen en menselijke wezens is als die tussen een klein kind en een volwassene; zij kunnen menselijke wezens helpen net zoals een baby zijn ouders kan helpen.

Sommige zielen blijven engelen; zij zijn in de hoogste gelukzaligheid; en anderen worden djins of menselijke wezens in overeenstemming met de kracht waarmee het mechanisme wordt opgewonden, net zoals dat de natuur van de klok is. De eerste uitstorting van het goddelijke Licht is de engel; sommigen maar niet allen ervaren het leven op alle opeenvolgende niveaus. Het is net alsof duizend vogels van Parijs naar Engeland zijn vertrokken en sommige tot Rouen zijn gekomen, waar ze zijn gebleven omdat ze de plaats leuk vonden; en zich amuserend Engeland zijn vergeten. Sommige zijn tot Le Havre gekomen en zijn daar gestopt; sommige zijn het Kanaal overgestoken en zijn in Engeland aangekomen. Degene die in Rouen zijn gebleven hoefden niet ver terug te gaan toen ze naar Parijs teruggingen, maar degene die Engeland hebben bereikt moesten verder gaan op hun terugreis.

In de engel-hemel is zuiverheid, geen volmaaktheid, daar er slechts een volmaaktheid is en dat is God; er kan geen volmaaktheid zijn waar dualiteit is. Onvolmaaktheid wordt niet geleerd; het is een manier van zijn, het is beperking. Beperking in de levenstoestand; hoe groots, deugdzaam, zuiver en sterk iemand ook mag zijn, er is toch onvolmaaktheid die op weg is naar volmaaktheid. Het enige wat van belang is is het voorwaarts gaan; als we volmaakt werden geboren dan zou er geen vreugde in het leven zijn.

Het woord ´angel´ (engel) suggereert an, zonder, en jel, sterfelijkheid. Engelen zijn zielen die, te voorschijn komend uit het bewustzijn, zich helemaal tot aan de wereld van de engelen hebben uitgestrekt en daar verblijven. Elke engel heeft een grens aan zijn reikwijdte. Wanneer hij zich zo ver uitstrekt tot aan de mens dan raakt zijn impuls uitgeput door de poging om zo ver te reizen en door de activiteit van het leven van de mens.

Engelen ervaren geboorte en dood niet op de manier zoals wij die over het algemeen begrijpen; toch is er slechts een wezen: God, die zich boven geboorte en dood bevindt; al het andere is onderhevig aan de wet van geboorte en dood. Het verschil tussen het aarde-niveau en het engel-niveau is erg groot; maar er is in alles een tijd van de jeugd en van de ouderdom, een tijd waarop het fruit onrijp is en een tijd waarop het rijp is; en zo is het ook met de engelen, ofschoon er geen vergelijking mogelijk is tussen het leven van de engelen en dat van menselijke wezens: het menselijke leven is te beperkt.

Net zoals er in ons leven een tijd is waarin we groter, breder en sterker worden en alles in ons toeneemt en we vervolgens wanneer de grens is bereikt niet meer verder groeien en elke dag zwakker worden, zo is het ook met de engelen. Alleen, het leven van de engelen is veel langer dan dat van de mens. Hun leven is een leven van verlichting en lof; zij zijn veel dichter bij het universele, altijddurende geluid, het universele, eeuwige licht, veel dichter bij God dan dat wij dat zijn. Zij hebben verlichte lichamen, net zo solide, concreet als het licht dat wij zien. De snelheid van een reis in de hemelen is ook veel groter en kan niet vergeleken worden met die van de lagere wereld; het is het snelst in de hemel van de engelen.

De vraag rijst: hebben engelen een vorm, een gezicht? Deze vraag is heel moeilijk in woorden te beantwoorden. De reden daarvoor is dat elk wezen en object dat een naam heeft een vorm of een gezicht heeft; we zijn echter gewend iets alleen een naam te geven als we een vorm kunnen onderscheiden; en wat onze ogen niet kunnen zien noemen we niet een vorm. Je zou net zo goed kunnen vragen of onze verbeeldingen gezichten hebben. Onze verbeeldingen hebben de gezichten die wij ze geven en waardoor wij de ene van de andere kunnen onderscheiden; onze gevoelens hebben ook de gezichten die wij ze geven en deze gezichten onderscheiden het ene gevoel van het andere. Het gezicht van een engel is echter niet zo concreet als deze fysieke vorm van ons die we ons zelf, ´ik´, noemen; teneinde echter de vorm of het gezicht van een engel te bevatten, je voor te stellen, moet je zelf een engel worden. We zijn eraan gewend elke vorm als onze eigen vorm te beschouwen; wanneer we derhalve engelen, elven of geesten afbeelden dan beelden we ze af als onszelf. De elven van de Chinezen hebben Chinese gelaatstrekken, de elven van de Russen dragen Russische hoeden. De vorm die we ons voorstellen bedekt de engel-vorm.

Men kan over elke atoom van de manifestatie zeggen dat die een ziel heeft, omdat de gehele manifestatie voortgekomen is uit de hemelse bron, uit de goddelijke sferen; dus komt elk atoom voort uit die bron en kan die niet bestaan zonder die hemelse straling. Elk atoom heeft straling, zelfs de atomen van het stof; we zien dit omdat het licht in zich heeft. Het laat ons zijn eigen licht zien en dat licht is zijn ziel. Veel van wat ons verstoken van intelligentie toeschijnt is dat in werkelijkheid niet; de intelligentie wordt slechts begraven in het hart; ze heeft zichzelf geprojecteerd en is begraven door hetgeen ze heeft geprojecteerd; op een dag echter moet ze te voorschijn komen.

Je kunt dit in de sterren, de planeten, de bliksem en de vulkaanuitbarstingen zien wanneer datgene wat gevangen wordt gehouden uit wil barsten. Zijn grootste kans ligt echter in het menselijke leven; en dus is spiritualiteit het enige doel in de vervulling van de menselijke evolutie.

Niet alleen engelen, djins en menselijke wezens, maar zelfs ook dieren, vogels, insecten, bomen en planten hebben allemaal een spirituele ontwikkeling in hun leven. Geen enkel schepsel dat ooit op aarde wordt geboren zal spirituele zegening helemaal onthouden worden, hoe slecht of verkeerd het ook mag lijken. Het is een kwestie van tijd en vooruitgang. Menselijke wezens hebben allemaal een moment, een dag, waarop zij spirituele zegening aanraken; dus hebben alle andere wezens een moment van belofte en die belofte is de vervulling van het doel van hun leven. Niets in deze wereld is zonder bedoeling en ofschoon onze plaatsen in het schema van het leven van elkaar lijken te verschillen, hebben wij en de lagere schepping, in de totaliteit van dingen, samen met de engelen en de djins allemaal onze bedoeling. Die bedoeling is de verwerkelijking van de waarheid en deze verwerkelijking komt tot ons in de vorm van zegening.

Is er een overeenkomst tussen de lichamen van een engel, een djin en een menselijk wezen? Je kunt niet een vastomlijnd beeld van de overeenkomst tussen die lichamen geven, maar ze ontwikkelen zich allemaal in de richting van het beeld van de mens. Het fysieke lichaam is het meest duidelijk waarneembaar en het helderst; het djin-lichaam is minder helder, meer fantoom-achtig, en het lichaam van de engel is nog minder duidelijk waarneembaar, dat wil zeggen minder duidelijk waarneembaar voor de menselijke ogen. Derhalve kun je de dingen van de aarde niet vergelijken met die van de andere sferen. Als er al enige overeenkomst is is dat alleen maar omdat de gehele schepping is ontwikkeling in de richting van het menselijke beeld is.

Er is één en er is veelheid; in de manifestatie is er veelheid en in de waarheid één. Er is bijvoorbeeld de opkomst en de val van een natie, de bloei en het verval van een ras en er is ook de geboorte en de dood van een wereld; toch is zelfs de lagere schepping tegelijkertijd individueel. Elk dier, elk beest of elke vogel, elke boom of plant heeft zijn eigen ziel en spirit; als je zegt dat dieren collectieve zielen hebben dan hebben menselijke wezens dat ook. Ons lichaam is één en toch is elk orgaan afgescheiden; en wanneer we ons hier dieper in begeven dan ontdekken we de wonderlijke fenomenen van het leven en zullen we bij een plaats uitkomen waar de gehele natuur van het zijn zichzelf zal ontsluieren; dan zullen we in staat zijn te zeggen dat er niets is behalve God.

Elke ziel is via de wereld van de engelen gekomen en elke ziel heeft de engel-kwaliteit en haar verbondenheid met de wereld van de engelen. Soms zal een heel slecht iemand een zeer goede karaktertrek tonen. We zeggen dat dat door een bepaalde invloed, een bepaalde situatie komt. Dat is gedeeltelijk zo, maar voor het merendeel is dat de invloed van de engel. Soms doet een heel goed iemand iets heel slechts. Dit is ook de engel-invloed.

Moslims zeggen dat wanneer iemand Wuzu uitvoert, het wassen voor het bidden, er uit elke druppel water die van zijn handen valt een engel wordt geschapen. De betekenis hiervan is dat hij door die nobele handeling waarvoor hij zich aan het voorbereiden is, de engelen worden geschapen. En een engel scheppen betekent een engel naar zich toe trekken, zodat hij ermee kan communiceren.

De Koran onderscheidt vijf voornaamste engelen, van wie Azazil de baas, de machtigste, de favoriet van Allah was. De Koran vertelt dat Allah een vorm gemaakt van aarde schiep. De engelen werd verzocht de substantie voor die vorm te brengen. Die vorm werd tot mens gemaakt, Ashráf al-Makhluqát, de Kalief van de schepping. Alle engelen werd bevolen voor hem te buigen, maar terwijl alle andere engelen zich voor hem ter aarde wierpen, rebelleerde Azazil in zijn eentje en zei: ´Ik ben de baas van de engelen geweest. Ik zal nooit buigen voor dit ding dat uit aarde is gemaakt´. Het was trots, arrogantie, haat die maakte dat Azazil rebelleerde en hij werd gedegradeerd en onttroond door God en Shaitan (Satan) genoemd.

De namen van de vijf belangrijkste engelen zijn: Jebrail, Israil, Israfil, Azazil en Azrail.

Jebrail, die in de Bijbel Gabriël wordt genoemd, is de afdwinger, de spirit die de mens tot de weg van Allah dwingt, die de mens dwingt om iets voor Allah te doen. Hij is tot de profeten gekomen, hij komt tot degenen die alles, alle wensen en alle belangen van de wereld, omwille van God hebben opgegeven.

Israil komt als inspirator. Sommigen noemen wat hij brengt inspiratie, anderen noemen het openbaring. Dit komt ook tot de musici en dichters die zuiver van hart zijn.

Israfil is de verdere openbaring, de uitleg van de openbaring. Als er bijvoorbeeld een openbaring komt dat er een vriend aan komt, onthult de verdere openbaring waarom hij aan het komen is. De reden van alles wordt uitgelegd. Door communicatie met deze twee invloeden kan alle metafysica, alle filosofie die je door studie probeert te leren, zonder enig leren via inspiratie verworven worden.

Azazil is de spirit die naar de duisternis, naar verkeerde handelingen, naar kwaad leidt. Haat is een verkeerd soort hechting. Door zijn slechte handeling trekt iemand deze spirit naar zich toe. Wanneer iemand op een dwaalspoor raakt trekt hij deze invloed, het één-worden met deze spirit aan.

Azrail is de spirit van de dood. Wanneer hij komt dan komt de destructie, de dood van alles.