De bestemming van de ziel

i
De reis naar het doel

Mensen hebben verschillende motieven om kennis te verwerven. Sommigen verwerven die om occulte of psychische macht te winnen, sommigen voor inspiratie en sommigen uit nieuwsgierigheid, om te zien of er zich werkelijk iets achter de muur bevindt die tussen de menselijke waarneming en het ongeziene leven in staat.

In werkelijkheid is geen van deze motieven een echt motief dat je moet hebben voor spirituele verwerving. Het leven in de wereld kan vergeleken worden met een reis en het ware verlangen van de ziel is het doel te bereiken. De ziel is het punt van waaruit het leven start en waar het eindigt; en alle religies hebben op verschillende tijden de mens de weg onderricht die het meest wenselijk leek, de weg om deze reis gemakkelijk en vreugdevol te maken. De een gaat op een paard naar Mekka, de ander op een kameel en weer een ander te voet. De ervaring en de vreugde van ieder is anders hoewel ze allen naar hetzelfde doel reizen. Zo is het ook met ons. Alle deugdzame, verknipte, wijze en dwaze mensen onder ons betreden hetzelfde pad en bereiken uiteindelijk hetzelfde doel; het verschil is dat sommigen met gesloten ogen lopen en sommigen met open ogen, sommigen op een olifant en sommigen, moe en bekaf, reizen te voet.

De mystici derhalve proberen door de studie en beoefening van de diepere kant van het leven dit pad van de levensreis soepel te maken. Amir zegt: ´Let op, reizigers, het pad heeft veel bekoringen; langs dit pad bevinden zich mensen, rovers en dieven´. De werkelijke rovers en dieven zijn onze gehechtheden en verleidingen die ons van ons leven beroven, waarvan elk moment een onschatbaar privilege is, en die ons zo een en al teleurstelling en leed brengen, die niet natuurlijk zijn en ons niet toebehoren. Het pad van deze reis bevindt zich binnen in ons; net zoals de grote ruimte waargenomen door onze ogen, die niet groter dan een paar centimeter lijken en waarin toch een mijlenlange horizon gereflecteerd kan worden.

Zo is de ware natuur van de ziel. Zij is zo ruim en er is een pad dat vanuit het lichaam naar de ziel loopt, vanuit de mens naar God. Iemand kan duizend jaar lang aan de poort zitten en nooit het doel bereiken, maar degene die de poort achter zich laat en verder voortgaat zal door contemplatie en meditatie bij het doel aankomen.

Het doel van de Soefi is niet macht of inspiratie, hoewel beide komen wanneer hij voortgaat. Zijn enige doel is het pad te betreden totdat hij bij het einde aan kan komen. Hij is niet bang voor de tijd die dat mag kosten, hij maakt zich niet druk over welk offer hij zal moeten brengen. Hij verlangt slechts één ding, noem het God of doel, waarvan de verwerving zijn volmaaktheid is.

ii
De reis naar het doel (vervolg)

Hoewel je verschillende verlangens in verschillende mensen ziet, zul je toch ontdekken wanneer je ze scherpzinniger bestudeert dat het allemaal verschillende paden zijn die naar een doel leiden. Wanneer je je dit realiseert dan verdwijnen je beschuldigingen, klachten en wrevels meteen. Hoewel, er is ook een natuurlijke neiging in de mens om het gemakkelijkste en snelste pad te vinden om het verlangde doel te bereiken en er is ook de tendens om zijn plezier, geluk of gemak met anderen te delen en dat is hetgeen dat de profeten en hervormers heeft aangezet om de mensheid te helpen op zijn reis naar het doel. Degenen die in hun voetstappen volgen, die moraal vergetend, sleuren mensen bij hun nekvel zodat zij hen volgen en dit heeft de degeneratie van religies teweeggebracht.

Christus heeft gezegd: ´In het huis van mijn Vader zijn vele kamers´; de Profeet heeft gezegd: ´Elke ziel heeft haar unieke religie´; en er is een Sanskriet-gezegde, dat wellicht degenen die het niet begrijpen op een dwaalspoor brengt, maar dat toch hetzelfde betekent: ´Er zijn net zoveel goden als er zielen zijn´.

De Soefi maakt zich derhalve niet druk over het pad dat iemand neemt, Islam of Kafir; noch maakt hij zich druk over de weg die iemand bereist, de weg van het kwaad of van rechtvaardigheid. Want elke weg schijnt hem toe tot het doel te leiden, de ene weg eerder en de andere weg later, de een met moeite, de ander met gemak. Degenen echter die bereidwillig met hem op lopen, vertrouwend op zijn kameraadschap, zijn zijn mureeds en noemen hem Murshid en hij leidt hen, niet noodzakelijkerwijs over hetzelfde pad dat hij voor zichzelf heeft gekozen, maar over het pad dat voor hen het meest geschikt is.

In werkelijkheid is het doel al daar aanwezig waar de reis begint. Het is een reis in naam; het is bij het begin en aan het eind een doel. Het is absurd om te zeggen: ´Ik ben veel te verknipt…´ of ´Ik ben veel te onontwikkeld om de bestemming te bereiken!´ of om te denken: ´Hoe veel levens zal het duren voordat ik gereed ben het doel te bereiken?´ De Soefi zegt: ´Als je moed hebt en als je gezond verstand hebt, kom dan te voorschijn. Als je nu op aarde bent, zal de volgende stap de hemel zijn´. De Soefi denkt: ´Ik zal net zo gemakkelijk en snel vanuit sterfelijkheid naar onsterfelijkheid gaan als dat ik van de ene op de andere zij ga liggen tijdens mijn slaap´.

iii
Het doel van het leven

Een diepgaande studie van wat dan ook laat de ziener zien dat er onder alles een doel zit. Als je evenwel voorbij elk doel zou kijken dan zou er geen doel lijken te zijn. Deze grens wordt de Muur van de Glimlach genoemd, wat betekent dat elk doel in het leven, dat op dat moment zo belangrijk lijkt, vervaagt zodra je ernaar kijkt vanaf die hoogte die de Muur van de Glimlach wordt genoemd.

Maar hoe diep het doel van het leven ook bespeurd kan worden, er lijkt door alle levensniveaus heen een ultiem doel werkzaam te zijn dat zich door alle bestaansniveaus heen toont; dat is alsof de Kenner, met Zijn kennende vermogen, is duisternis is geweest en iets wilde kennen; en teneinde iets te kennen alles creëerde. Nogmaals, het verlangen van de Schepper is de macht die heeft geschapen; en de gematerialiseerde substantie van de spirit, een deel van Hemzelf, is veranderd in een schepping, die toch de Schepper achter heeft gelaten als de absolute Spirit, constant het leven kennend en ervarend via al de verschillende kanalen, sommige ontwikkeld en sommigen onontwikkeld voor het doel.

De Kenner verwerkelijkt en kent via Zijn uiteindelijke schepsel, de mens, meer dan via enig ander kenniskanaal, zoals een vogel, beest, worm, bacterie, plant of rots. Deze ene Spirit, die via verscheidene kanalen ervaart, brengt Zichzelf op een dwaalspoor met het waandenkbeeld van verscheidene wezens; en dit dwaalspoor is het individuele ego. Hij ervaart derhalve twee dingen in Zijn waandenkbeeld: pijn en plezier; plezier door het ervaren van een klein beetje volmaaktheid en pijn door het gebrek eraan. Zolang de bedekking van dit waandenkbeeld Zijn ogen gesluierd houdt kent Hij en kent Hij toch ook niet; het is een illusie; Hij ervaart alles en toch is alles een en al verwarring. Maar als de tijd voorbijgaat, wanneer deze sluier dunner wordt en Hij erdoorheen begint te kijken dan is het eerste wat er tot Hem komt verbijstering; het volgende echter is kennis, culminerend in ijdelheid, wat het doel van het leven is.

iv
Zelf-verwerkelijking

Het leven, dat alomtegenwoordig en aldoordringend is, verdeelt zichzelf als het verder gaat richting manifestatie op dezelfde manier als waarop licht zichzelf verdeelt wanneer het licht zijn stralen projecteert; en hoewel er zich van oorsprong geen doel in bevindt, vormen elke activiteit en alle activiteiten een doel of doelen wanneer het bij elkaar wordt opgeteld. Met andere woorden: men kan zeggen dat het doel na de activiteit komt en niet van tevoren; en wanneer het te voorschijn lijkt te komen is dat het resultaat van voorafgaande activiteit. Het is bijvoorbeeld waar dat het oog wordt gemaakt om te zien, maar in werkelijkheid is het omdat de ogen kunnen zien dat zien het doel van de ogen is. Het is natuurlijk een mager voorbeeld, want het niets-zijn van een doel kan niet bespeurd worden in zichtbare en begrijpbare objecten; het kan alleen bespeurd worden in de oorsprong van de dingen.

De uitkomst van de manifestatie als geheel lijkt de kennis ervan te zijn; daarom is het enkel kennis die het doel van de totale schepping genoemd kan worden. Het is niet de kennis van het waarom en het waar die het doel van het leven kan zijn; het is dié kennis die volledige bevrediging schenkt. Er blijft geen deel van je wezen over dat hongerig is. Er is een gevoel van eeuwigdurende bevrediging in het kennen van iets wat de kenner nooit in woorden kan omzetten.

Deze kennis noemen de mystici zelf-verwerkelijking en die door sommige religieus-gestemde mensen als Godsbewustzijn en door filosofische minds als kosmisch bewustzijn wordt erkend. Het is een kennis die zichzelf genoeg is; en op momenten dat de ziel zich deze kennis voor ogen houdt, kan geen pijn, lijden, zwakte, zorg of dood haar raken. De hele wereld werd voor deze kennis geschapen en met deze kennis wordt het doel van de ziel op aarde voltooid.

v
Het goddelijke licht

De mystieke conceptie dat al het leven het goddelijke licht is en de hele schepping van dat licht, dat het licht van God is, wordt gemaakt is duidelijk zichtbaar in alle vormen van de schepping. In de bergen en rotsen bevinden zich niet noodzakelijkerwijze afgescheiden en losliggende stenen. Dit toont aan dat het leven in het koninkrijk van de mineralen zich collectief evolueert. Evolutie kan het op-zichzelf-staan in het koninkrijk van de planten laten zien en net zoals elke boom op-zichzelf-staand genoemd kan worden, zo kan elk blad, elke bloem en elke vrucht op-zichzelf-staand genoemd worden. Een bloem kan op-zichzelf-staand genoemd worden, bomen en planten die aan elkaar zijn gehecht kunnen op-zichzelf-staand genoemd worden, zoals riet en gras. De ontwikkeling is collectief en toch vertoont ze het op-zichzelf-staan.

Het op-zichzelf-staan kan opgemerkt worden onder dieren en vogels, maar individualiteit wordt onder mensen gevonden. Dit alles laat de aard van het licht zien: dat de lichtstralen bij de bron waar ze vandaan starten niet op-zichzelf-staand, apart van elkaar, starten; het is echter een collectief licht; bij elke stap voorwaarts scheidt het zich af, totdat het aan het einde de vorm van een afgescheiden straal aanneemt.

Licht heeft twee neigingen: zichzelf te openen en zichzelf terug te trekken, wat vergeleken kan worden met geboorte en dood. Het heeft ook de neiging om zich te vernauwen en zich te verruimen. Dit is als de eerste neiging, alleen in een andere richting. De eerste is in de verticale richting en de laatste activiteit neemt de horizontale richting; dit idee wordt gesymboliseerd in het kruis.

Deze neigingen kunnen in elke vorm, in de lengte en de breedte ervan, worden gezien. Er is een bepaalde tijd in het leven gedurende welke de jeugd opgroeit; na die tijdslimiet zal de groei zich in een andere richting uitbreiden. Daarom is de ziel dat punt van het collectieve licht dat apart en op een afstand van de andere punten staat; maar de terugtrekking van elke straal naar binnen toe stelt haar vanzelf in staat om op te gaan in dat collectieve licht en leven.

vi
De ziel

Het woord ´ziel´ wordt door verschillende mensen in verschillende betekenissen gebruikt, maar de manier waarop ze met het lichaam is verbonden bewijst dat ze goddelijk is. Daarom is de Soefi-conceptie van de ziel dat ze het goddelijke deel in de mens is. Het vuur dat uit steenkool of hout tevoorschijn komt is in werkelijkheid het deel van de zon dat zich in hen bevindt; en wanneer de zielenkwaliteiten in het hart van een mens opstijgen en zichzelf laten zien, dan is dit er het bewijs van dat het het goddelijke deel in hem is dat opstijgt, net als de vlam in het vuur.

De ziel bevindt zich in alle objecten, zowel dingen als wezens, maar wanneer ze als ziel wordt erkend dan wordt ze een ziel. Een Perzische Soefi heeft over de ziel gezegd: ´God sliep in het koninkrijk van de mineralen, droomde in het koninkrijk van de planten, werd wakker in het koninkrijk van de dieren en werd zich van zichzelf bewust in de mens´. Het is de beschrijving van de ziel, die in de manifestatie als één begint en zich in variëteit heeft gemanifesteerd.

De reden waarom je de ziel niet kunt zien is dat het de ziel is die alles ziet en de ziel zou tweevoudig moeten worden om zichzelf te zien en dit kan nooit zo zijn. Net zoals bewustzijn wordt verwezenlijkt door je van iets bewust te zijn en net zoals intelligentie wordt verwezenlijkt door de kennis van dingen, zo kan het bestaan van de ziel bewezen worden door je bestaan zelf. Dat deel dat in je bestaat of dat je bestaand maakt, dat deel dat ziet, begrijpt, waarneemt en zich van alles bewust is en zich toch boven alles bevindt, dát is de ziel.

vii
De bestemming van de ziel

De bestemming van de ziel met de mind en het lichaam is een tijdelijke ervaring wanneer die wordt vergeleken met het eeuwigdurende leven van de ziel. De ziel met de mind en het lichaam zijn als drie personen die samen reizen. Het verschil tussen hen is dat de een voor zijn leven afhankelijk is van de andere twee – en dat is het lichaam; en een ander hangt voor zijn leven van een ander af – en dat is de mind; en de derde hangt voor haar leven van niemand af – en dat is de ziel. Dat is de reden waarom de spirituele persoon, die zich realiseert dat hij niet enkel lichaam en mind is, maar dat hij als ziel onafhankelijk is van lichaam en mind, het eeuwigdurende leven verwerft. Maar voor de ervaring van het uiterlijke leven hangt de ziel af van de mind en de mind van het lichaam.

Elk object of wezen heeft een ziel, maar het woord ´ziel´ wordt in het dagelijkse leven alleen gebruikt voor die entiteit die zich bewust is van haar individuele zijn. De ziel is het licht, de mind is het meubilair en het lichaam is de kamer. Het meubilair kon zich overal bevinden en de kamer is er een geschikte plaats voor; maar zonder licht is noch het meubilair noch de kamer van enig nut noch zou het leven zonder ziel bestaan.

De mind wordt door de ziel geschapen en toch is de ziel onafhankelijk van de mind; net zoals het lichaam door de mind wordt geschapen, maar de mind voor zijn leven onafhankelijk is van het lichaam. Het leven van het lichaam noemen we het leven op aarde, het leven van de mind noemen we het hiernamaals en het leven van de ziel noemen we het eeuwigdurende leven. Wie met het lichaam leeft, sterft met het lichaam; wie met de mind leeft zal lang met de mind leven en zal sterven na de dood van de mind; maar wie met de ziel leeft zal voor altijd leven. Wie met zijn individuele zelf leeft zal net zolang leven als zijn individuele zelf leeft, hier en in het hiernamaals, en wie met God leeft zal het eeuwigdurende leven van God leiden. Er is een gezegde van Nanak dat de aanbidder die met God leeft wordt gered van sterfelijkheid, net zoals het graan dat wordt gered om stof in de molen te worden door zich in het centrum te bevinden.

viii
De verbondenheid van de ziel met de mind en met het lichaam

De ziel is de aanstichtster en voortbrengster van de mind en de mind is op zijn beurt de aanstichter en voortbrenger van het lichaam. De ziel brengt de mind vanuit haar eigen zelf te voort; en toch is de mind volledig opgebouwd na de vorming van het lichaam en wordt de ziel een spirit na de vorming van de mind. De ziel houdt de mind vast en de mind klampt zich vast aan de ziel net zoals de mind het lichaam vasthoudt en het lichaam zich vastklampt aan de mind. De ziel houdt de mind vast zolang als de activiteit ervan constructief is, met andere woorden: de ziel houdt de mind vast zolang die zich bezighoudt met het creatieve doel.

Wanneer de activiteit van de ziel een andere richting inslaat, trekt zij zich terug uit de mind; en zolang de mind macht heeft klampt hij zich aan haar vast hoewel hij moe wordt omdat er van de kant van de ziel geen houvast is. Dit kan gezien worden als de bejaarden en zieken hun geheugen beginnen te verliezen en ongeïnteresseerd raken in denken, spreken of horen.

Op dezelfde manier is de mind werkzaam met het lichaam. Wanneer de mind om de een of andere reden zijn activiteit terugtrekt dan raakt het lichaam ervan ontkoppeld, want het verliest zijn greep op de mind. Maar als het lichaam nog sterk en gezond is dan klampt hij zich vast aan de mind; het raakt echter al snel uitgeput en dit veroorzaakt dood en ziekte.

De dood wordt meestal veroorzaakt door de terugtrekking van de ziel en van de mind; het gebeurt zelden dat hij door de zwakte of stoornis van het lichaam wordt veroorzaakt. Wanneer de activiteit van de ziel en van de mind constructief is en zich naar binnentoe heeft teruggetrokken, dan blijft het lichaam met een ziekte of een stoornis verder leven; en de gevallen waarin mensen jarenlang met ziekte en pijn leven zijn hiervan het bewijs.

ix
De straling van de ziel

De fenomenen van de straling van de ziel zijn duidelijk zichtbaar voor de student van het menselijke lichaam. Het lichaam met zijn volmaakte mechanisme verliest macht, magnetisme, schoonheid en helderheid wanneer de ziel uit het lichaam vertrekt. Dit toont aan dat macht, magnetisme, schoonheid en helderheid de ziel toebehoren; maar omdat ze via het lichaam worden uitgedrukt schrijft de mens dit alles toe aan het fysieke lichaam.

Als we macht nader beschouwen dan zien we dat de hand niet zo machtig in gewicht en kracht is vergeleken met het gewicht dat hij kan tillen. Dit op zich toont aan dat het niet de hand is die het gewicht tilt; het is iets wat er zich achter bevindt. En je kunt opmerken dat fysieke macht niet alleen macht is, maar dat ware macht iets anders is.

Wat magnetisme betreft is er geen object of levend schepsel dat zo veel magnetisme heeft als de mens. Het magnetisme van objecten trekt de mens aan, maar een diepere studie van het leven zou aantonen dat objecten meer worden aangetrokken tot de mens dan de mens wordt aangetrokken tot de objecten. Hadden ze intelligentie om hun aantrekkingskracht te laten zien dan zou dit feit voor iedereen helder zijn.

Er bestaat in India een bijgeloof dat bepaalde mensen beter dan anderen vuur kunnen maken, met andere woorden, dat vuur meer op de een dan op de ander reageert. Met planten en bloemen kun je de waarheid hiervan nog beter zien. De aanraking van de hand van iemand kan hen sneller doen verwelken dan de hand van een ander en de aanraking, of zelfs de blik van bepaalde mensen zouden hen doen sterven. Ongetwijfeld is er een enkel levend schepsel dat het magnetisme zo goed aan kan voelen als de mens zelf en toch worden zelfs dieren en vogels meer tot mensen aangetrokken dan tot hun eigen element. Dit magnetisme van de mens komt niet noodzakelijkerwijs uit zijn lichaam voort; het is zijn ziel.

Hetzelfde is het geval met wat we straling of helderheid noemen. Het is een licht, iets wat helemaal losstaat van het fysieke lichaam; geen enkele ziekte, zwakte of leeftijd kan deze helderheid wegnemen, hoewel je dient te begrijpen dat ziekte altijd wordt veroorzaakt doordat de ziel zich tot een bepaalde hoogte terugtrekt uit het lichaam of doordat het lichaam tot een bepaalde hoogte incapabel is om het licht van de ziel vast te houden.

Soms voel je door het uitstrekken van je handen en lichaam verkwikkende kracht en komt er helderheid naar je mind en je lichaam; soms voel je je over het algemeen zonder enige reden depressief en voel je pijn en daarnaast luiheid waarvoor je geen aanleiding kunt bedenken, behalve dat het licht van de ziel zich sluit en zich ontsluit. Wanneer het ontsloten is, komen helderheid, verkwikking en kracht; maar wanneer het gesloten is, komen depressie, donkerte en zwakte. Door dit te weten realiseren we ons dat degenen die elk genot, elke weelde, comfort of macht in het leven hebben opgeofferd in het streven naar de ziel worden gerechtvaardigd; want een verlies in het streven naar een groter gewin is niet noodzakelijkerwijs een verlies. Degenen die door meditatie onafhankelijk worden van het fysieke lichaam ervaren ongetwijfeld de toestand van grootste zegening en verwerven het eeuwigdurend leven.

x
De straling van de ziel (vervolg)

Het hart is als een bol over het licht van de ziel. Wanneer de bol stoffig is, is het licht vanzelf dof, wanneer het schoongemaakt is, neemt het licht toe. In feite is het licht altijd hetzelfde; het is de fout van de bol wanneer het niet helder is. Wanneer deze straling uitstraalt, laat ze zichzelf niet alleen via het gelaat en de expressie van een mens zien, maar zelfs in de atmosfeer van iemand. De zielenkracht projecteert als het ware zich vrijelijk naar buiten toe en de omgeving voelt dat. De straling van de ziel is niet alleen een macht, maar het is ook een inspiratie. Een mens begrijpt dan beter; er is minder verwarring; en als hij geabsorbeerd is in de contemplatie ergens op, kunst, wetenschap, muziek, dichtkunst of filosofie dan kan hij op heldere wijze inspiraties krijgen en het geheim van het leven en de natuur wordt hem dan onthuld.

Liefde is het beste middel om het hart in staat te stellen om de zielenkracht te reflecteren – liefde eerder in de zin van pijn dan in de zin van plezier. Elke klap, zo lijkt het, opent een deur in het hart waarvandaan de zielenkracht te voorschijn komt. Tekenen van de concrete manifestaties van de zielenkracht kunnen worden in de diepte van de stem, in de keuze van woorden, in de vorm van een zin of een frase, in elke beweging, houding, gebaar en vooral in de expressie van de mens: zelfs de atmosfeer spreekt, hoewel het voor iedereen moeilijk is om dat te horen.

Het hart kan vergeleken worden met aarde. Aarde kan vruchtbaar zijn of een dorre woestijn, maar de aarde die vruchtbaar is is die aarde die vruchten draagt. Die aarde wordt door levende wezens uitgekozen om erop te vertoeven, hoewel velen verdwaald zijn in de aarde van de woestijn en er een leven van rouw en eenzaamheid verbrengen. De mens heeft beide in zich, want hij is de uiteindelijke manifestatie. Hij kan zijn hart een woestijn laten zijn, waar iedereen die er verblijft honger en dorst heeft of hij kan het tot een vruchtbare en rijke aarde maken, waar in voedsel wordt voorzien voor hongerige zielen, de kinderen van de aarde, sterk of zwak, rijk of arm, die altijd hongeren naar liefde en sympathie.