Vorm

Het licht waaruit het gehele leven voortkomt bestaat in drie aspecten, namelijk, het aspect dat zich manifesteert als intelligentie, het licht van het abstracte en het licht van de zon. De activiteit van dit ene licht funktioneert in drie verschillende aspecten. Het eerste wordt veroorzaakt door een langzame en plechtige activiteit in het eeuwige bewustzijn dat bewustzijn of intelligentie genoemd kan worden. Het is intelligentie als er zich niets voor bevindt om zich bewust van te zijn; wanneer er zich iets begrijpbaars voor bevindt dan wordt die zelfde intelligentie bewustzijn. Een normale activiteit in het licht van intelligentie veroorzaakt het licht van het abstracte op het moment dat het abstracte geluid in licht verandert. Dit licht wordt een fakkel voor de ziener die naar het eeuwige doel aan het reizen is. Het zelfde licht verschijnt in zijn intense activiteit als de zon. Niemand zal bereidwillig geloven dat intelligentie, abstract licht, en de zon één en hetzelfde zijn, toch spreekt de taal zich niet tegen en hebben alledrie altijd licht geheten.

Deze drie aspecten van het ene licht vormen het idee dat achter de doctrine van de Drieëenheid ligt en achter dat van Trimurti dat duizenden jaren eerder dan het Christendom bestond onder de Hindoes en dat de drie aspecten van de Ene aanduidt, dat het Ene drie is. Substantie ontwikkelt zich vanuit een straal tot een atoom, maar hiervoor bestaat die als een vibratie. Wat de mens ziet accepteert hij als is wat bestaat en wat hij niet kan zien bestaat voor hem niet. Alles wat de mens waarneemt en voelt is materie en dat wat de bron en oorzaak van alles is, is geest.

De filosofie van vorm kan begrepen worden door de studie van het proces waardoor het ongeziene leven zich in het geziene manifesteert. Net zoals de verfijnde golven van vibraties geluid voortbrengen zo brengen de grove golven licht voort. Dit is de manier waarop het ongeziene, onbegrijpbare en onwaarneembare leven geleidelijk aan bekend raakt door eerst hoorbaar te worden en vervolgens zichtbaar; en dit is de oorsprong en de enige bron van elke vorm.

De zon is derhalve de eerste vorm die door de ogen wordt gezien en hij is de oorsprong en de bron van alle vormen in de objectieve wereld; als zodanig is hij door de mensen uit de oudheid als God aanbeden en we kunnen de oorsprong van alle religies in die moeder-religie opsporen. We kunnen deze filosofie bespeuren in de woorden van Shams-e Tabriz: ´Toen de zon zijn gezicht liet zien verschenen de gezichten en vormen van alle werelden. Zijn schoonheid liet hun schoonheid zien; in zijn helderheid kwamen ze duidelijk naar voren; en dus zagen, kenden en noemden we ze door zijn stralen´.

Alle talloze kleuren in het universum zijn slechts de verschillende schakeringen en schaduwen van licht, de schepper van alle elementen, die de hemelen zo prachtig heeft versierd met zon, maan, planeten en sterren; dat het land en het water heeft gemaakt; met al de schoonheden van de lagere sferen, in sommige delen dof en in andere delen helder, die de mens licht en schaduw hebben genoemd. De zon, maan, de planeten en de sterren, de zuiverheid van electriciteit, het mindere licht van gas, lamp, kaars, steenkool en hout laten alle de zon zien die weer verschijnt in verschillende vormen; de zon wordt gereflecteerd in alle dingen, of het nu doffe kiezels of sprankelende diamanten zijn en hun straling is overeenkomstig hun capaciteit om te reflecteren. Dit toont aan dat licht de enige bron is en de oorzaak van de gehele schepping. ´God is het licht van de hemel en van de aarde´, zegt de Koran en we lezen in Genesis: ´En God zei: laat er licht zijn en er was licht´.

Alle vormen op wat voor plan ze ook bestaan worden gekneed onder de wet van affiniteit. Iedere atoom trekt het atoom van zijn eigen element naar zich toe; iedere positieve atoom trekt de negatieve atoom van zijn eigen element naar zich toe en het negatieve het positieve; toch is elke aantrekking verschillend en onderscheiden. Deze atomen groeperen zich en scheppen zo vorm. De atomen van het abstracte plan groeperen zich en scheppen zo vormen van licht en kleur; deze en alle verschillende vormen van de verfijndere krachten van het leven worden door de ziener gezien. De vormen van het mentale plan worden samengesteld uit de atomen van dat plan; deze worden gezien door het oog van de mind en worden verbeelding genoemd. Op het fysieke plan kan dit proces in een concretere vorm gezien worden.

De mysticus ziet op het abstracte plan het een of andere element overheersen op een bepaalde tijd, of het nu ether, lucht, vuur, water of aarde is. Elk element in de verfijndere krachten van het leven wordt begrijpbaar gemaakt door de richting van zijn activiteit en de kleur; en de verscheidene vormen van licht laten de verschillende snelheden van activiteit zien. Bijvoorbeeld het gevoel voor humor ontwikkelt zich tot een grotere humor en verdriet in een diepere smart en zo is het ook met de verbeelding; elke plezierige gedachte ontwikkelt plezier en breidt zich uit tot een nog plezierigere gedachte en elke onaangename verbeelding groeit en wordt intenser. Ook op het fysieke plan zien we niet alleen dat mensen samen vertoeven in steden en dorpen, maar zelfs dat beesten en vogels in zwermen en kuddes leven; steenkool wordt in de steenkoolmijn gevonden en goud in de goudmijn; het woud omvat duizenden bomen, terwijl de woestijn er geen enkele omvat. Dit alles bewijst de macht van affiniteit die de aan elkaar verwante atomen verzamelt en groepeert en uit hen talloze vormen maakt daardoor een illusie voor het oog van de mens creërend die op die manier de ene bron in de manifestatie van de variëteit vergeet.

De richting die door elk element wordt genomen om een vorm te maken hangt af van de natuur van zijn activiteit. Een activiteit bijvoorbeeld die een horizontale richting volgt laat het aarde-element zien, een neerwaartse richting het water-element, een opwaartse richting het vuur-element; de activiteit die in een zig-zagrichting beweegt laat het lucht-element zien en de vorm die door ether wordt aangenomen is onduidelijk en mistig. Derhalve wordt de natuur van alle dingen door hun vorm en gedaante de ziener duidelijk gemaakt en uit hun kleur wordt hun element bekend, geel is de kleur van aarde, groen van water, rood van vuur, blauw van lucht en grijs van ether. De vermenging van deze kleuren brengt gemixte kleuren voort van ontelbare schaduwen en teinten en de variëteit van kleur in de natuur getuigt van het onbegrensde leven erachter.

Elke activiteit van vibraties brengt een bepaald geluid voort overeenkomstig haar koepel van resonantie en overeenkomstig de capaciteit van het model waarin de vorm wordt vormgegeven. Dit verklaart het idee achter het Hindoe-woord uit de oudheid Nada Brahma, wat geluid, de Schepper God, betekent.

Zowel door de wet van constructie en destructie als door toevoeging en reductie groeperen de verschillende vormen in deze objectieve wereld zich en veranderen ze. Een grondige studie van het constante groeperen en uit elkaar gaan van de wolken zal binnen een paar minuten veel verschillende vormen onthullen en dit is een sleutel tot het zelfde proces dat door de gehele natuur heen gezien kan worden. De constructie en destructie, toevoeging en reductie in vormen vinden alle plaats onder de invloed van tijd en ruimte. Elke vorm wordt vormgegeven en veranderd afhankelijk van deze wet, want de substantie verandert overeenkomstig de lengte, breedte, diepte, hoogte en gedaante van het model waarin de vorm wordt samengesteld en de kenmerken worden gevormd overeenkomstig de impressie die er op is beïndrukt. Het kost tijd om een jong en teer blad groen te maken en om het weer te veranderen van groen naar rood en geel; en ruímte maakt van water ofwel een sloot, een put, vijver, beek, rivier of oceaan.

De ongelijkheid in de kenmerken van verscheidene rassen in verschillende perioden kan verklaard worden door de wet van tijd en ruimte, samen met oorzaken vanuit het klimaat en de rassen. De Afghanen lijken op de inwoners van de Panjab en de Singalesen lijken op het volk van Madras; Arabieren lijken in hun voorkomen op de Perzen en de Chinezen lijken heel veel op de Japanners; Tibetanen lijken op de inwoners van Bhutan en de Birmezen lijken heel veel op de Siamezen. Dit alles bewijst dat de nabijheid van landen die ze bewonen grotendeels de oorzaak is van de gelijkheid in voorkomen. Net zo breed als de afstand van de ruimte is, net zo breed is het verschil in voorkomen onder mensen. De gelijkheid in de vorm van bacteriën, wormen en insecten wordt verklaard door de zelfde reden. Tweelingen lijken over het algemeen meer op elkaar dan andere kinderen.

Vorm hangt grotendeels af van reflectie; de refléctie van de zon op de maan zorgt ervoor dat de maan net als de zon rond lijkt. De gehele lagere schepping evolueert door dezelfde wet. Dieren die op de mens beginnen te lijken zijn die dieren die zich in zijn omgeving bevinden en hem dagelijks zien. Iemand die de zorg draagt voor dieren begint op hen te lijken en we zien dat de butler van een kolonel het gedrag van een soldaat heeft en een dienstmeid die in een nonnenklooster werkzaam is wordt in de loop van de tijd als een non.

Net zoals alle dingen onderhevig zijn aan verandering, zo is geen enkel ding hetzelfde als hoe het een tel geleden was ofschoon de verandering niet is op te merken, want alleen een definitieve verandering wordt waarneembaar. In een bloem is er de verandering van knop tot bloesem en in een vrucht van onrijpe tot rijpe toestand.

Zelfs stenen veranderen, en van sommige onder hen is bekend dat ze op waarneembare wijze zelfs in de loop van vierentwintig uur veranderen.

De tijd heeft op alle dingen en wezen een grote invloed zoals gezien kan worden door de verandering van baby tot jongere en van de middelbare leeftijd tot ouderdom. In het Sanskriet wordt tijd derhalve Kála genoemd wat destructie betekent, daar er geen verandering zonder destructie mogelijk is; met andere woorden kan destructie beschreven worden als verandering. Alle natuurlijke en kunstmatige dingen die we vandaag zijn heel verschillend in vorm van hetgeen zij verscheidene duizenden jaren geleden waren en dit kan niet alleen worden opgemerkt in dingen als fruit, bloemen, vogels en dieren maar ook in het menselijke ras; want van tijd tot tijd heeft de structuur van de mens verschillende veranderingen ondergaan.

De vorm van de mens wordt verdeeld in twee delen, elk deel met zijn eigen eigenschappen. Het hoofd is het spirituele lichaam en het lagere deel het materiële lichaam. Derhalve heeft het hoofd in vergelijking met het lichaam een veel grotere importantie; daardoor is een individu in staat een ander te herkennen, daar het hoofd het enige onderscheiden deel van de mens is. Het gezicht drukt de natuur en de gesteldheid van iemand uit, net als zijn verleden, heden en toekomst. Toen de Profeet werd gevraagd of het gezicht in het vuur van de hel zou verbranden, antwoordde hij: ´Nee, het gezicht zal niet worden verbrand, want Allah heeft gezegd, We hebben de mens gemodelleerd naar Onze eigen beeltenis´.

Zowel de overeenkomst tussen dingen en wezens als die tussen beesten en vogels, dieren en mensen kunnen ons heel veel vertellen over het geheim van hun natuur. De wetenschappen van frenologie en fysiologie werden niet alleen ontdekt door de levens van de mensen met verscheidene kenmerken te bestuderen, maar vooral door het bestuderen van de gelijkheid die er tussen hen en de dieren bestaat. Bijvoorbeeld iemand die de kenmerken van een tijger heeft zal een dominante natuur hebben, gekoppeld aan moed, woede en wreedheid. Iemand met een gezicht dat op een paard lijkt is van nature ondergeschikt; iemand met een gezicht als van een hond zal een strijdlustige aanleg hebben, terwijl een muisachtig gezicht bedeesdheid laat zien.

Het menselijk gezicht en de menselijke vorm worden uit vier bronnen verkregen en deze verklaren de veranderingen die in hen plaatsvinden. Deze zijn: de inherente eigenschappen van zijn ziel; de invloed van zijn erfenis; de impressies van zijn omgevingen; en op de laatste plaats de impressie van zichzelf en van zijn gedachten en daden, de kleren die hij draagt, het voedsel dat hij eet, de lucht die hij ademt en de manier waarop hij leeft.

Bij de eerste van deze bronnen is de mens hulpeloos want hij heeft geen keuze; het was niet de wens van de tijger om een tijger te zijn, noch koos de aap ervoor een aap te zijn, en het was niet de keuze van de baby om als een jongen of een meid te worden geboren. Dit bewijst dat de eerste bron van de vorm van de mens afhangt van de inherente eigenschappen die zijn meegebracht door zijn ziel. Woorden kunnen nooit op adequate wijze de wijsheid van de Schepper uitdrukken die niet alleen de wereld heeft samengesteld en gevormd, maar ook elk wezen de vorm heeft gegeven die tegemoet kwam aan zijn behoeften. De dieren van de koude zones worden toegerust met een dikke vacht als bescherming tegen de kou; de beesten van de tropen wordt een gepaste vorm gegeven; de vogels van de zee hebben vleugels die geschikt zijn voor de zee en degene van de aarde worden voorzien van vleugels die geschikt zijn voor de aarde. Vogels en dieren hebben vormen die overeenkomen met hun gewoontes in het leven. De vorm van de mens toont duidelijk zowel zijn evolutietrap, zijn natuur, zijn verleden en heden als zijn ras, natie en leefomgeving, karakter en lot.

In de tweede instantie erft de mens schoonheid of het tegenovergestelde daarvan van zijn voorouders, maar in de derde en vierde hangt zijn vorm af van hoe hij die opbouwt. De opbouw van zijn vorm hangt af van de balans en regelmaat van zijn leven en van de impressies die hij van de wereld ontvangt; want in overeenstemming met de houding die hij aanneemt ten opzichte van het leven, voegt elk van zijn gedachten en handelingen toe aan de atomen van zijn lichaam, neemt die atomen van zijn lichaam weg of verwijdert die atomen van zijn lichaam naar een andere plaats en vormt die zo de lijnen en spieren van de vorm en de gedaante. Het gezicht van iemand bijvoorbeeld spreekt van zijn vreugde, leed, plezier, ongemak, oprechtheid en onoprechtheid en van alles wat er in hem wordt ontwikkeld. De spieren van zijn hoofd vertellen de frenologist zijn levensomstandigheden. Er is een vorm in het denken en het gevoel dat een prachtig of een lelijk effect produceert. Het is de natuur van evolutie voor alle wezens, van de laagste tot de hoogste trap van de manifestatie, om te evolueren door verbonden te zijn met een perfectere vorm. Dieren die in hun evolutie de mens benaderen lijken op de primitieve mens, en dieren verwerven in het contact met de mens in hun vorm trekken van gelijkenis met de mens. Dit kan begrepen worden door een grondige studie van de kenmerken van de mens in het verleden en van de verbetering die er in hen is gemaakt.

Het is de natuur van de schepping om altijd voort te gaan richting schoonheid. ´God is mooi, en Hij houdt van schoonheid´, zegt de Koran. Het is de natuur van het lichaam om zichzelf mooier te maken; het is de natuur van de mind om mooie gedachten te hebben; het verlangen van het hart gaat uit naar mooie gevoelens. Derhalve zou een baby elke dag mooier moeten worden en onwetendheid op zoek gaan om intelligentie te worden. Als de vooruitgang in de tegenovergestelde richting plaatsvindt dan laat dat zien dat het individu het spoor van de natuurlijke vooruitgang bijster is. Er bestaan twee vormen, de natuurlijke en de kunstmatige, de laatste een kopie van de eerste.